JOSCHEB-BASCHEBETH
(Jo̱scheb-Basche̱beth).
Het hoofd van de drie voornaamste sterke mannen van David (2Sa 23:8). In 1 Kronieken 11:11 wordt hij Jasobam genoemd, hetgeen waarschijnlijk de juistere vorm is. Andere afschrijfproblemen in de tekst van 2 Samuël 23:8 maken het noodzakelijk de onduidelijke Hebreeuwse passage in de masoretische tekst (waar schijnt te staan: „Hij was Adino, de Ezniet”) te verbeteren, zodat ze luidt: „Hij zwaaide zijn speer” (NW). Andere vertalingen geven de tekst op soortgelijke wijze weer (GNB; LV; PC; WV). Aldus wordt Samuël in overeenstemming gebracht met het boek Kronieken alsook met de specifieke structuur van deze passage. Bij de hier genoemde mannen gaat het om „de drie”, maar door de toevoeging van nog een naam (Adino) zouden het er vier zijn. Bovendien wordt van elk van de drie sterke mannen een van hun daden genoemd; wanneer de overwinning op de 800 dus aan iemand anders zou worden toegeschreven, dan zou aan Joscheb-Baschebeth (Jasobam) hier geen daad worden toegeschreven. — Zie JASOBAM nr. 2.
Het kan zijn dat de in 2 Samuël 23:8 aan Joscheb-Baschebeth toegeschreven daad niet dezelfde is als waarvan in 1 Kronieken 11:11 melding wordt gemaakt. Dit verklaart misschien waarom het verslag in Samuël over 800 neergevelden spreekt, terwijl in Kronieken slechts 300 neergevelden worden vermeld.