KENAÄNA
(Kena̱äna) [vrouwelijke vorm van Kanaän].
1. Vader van de valse profeet Zedekia, die een tijdgenoot van de koningen Achab en Josafat was. — 1Kon 22:11, 24; 2Kr 18:10, 23.
2. Nakomeling van Benjamin via Jediaël en Bilhan. — 1Kr 7:6, 10.
Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.
Helaas was er een fout bij het laden van de video.
(Kena̱äna) [vrouwelijke vorm van Kanaän].
1. Vader van de valse profeet Zedekia, die een tijdgenoot van de koningen Achab en Josafat was. — 1Kon 22:11, 24; 2Kr 18:10, 23.
2. Nakomeling van Benjamin via Jediaël en Bilhan. — 1Kr 7:6, 10.