BAÄL-TAMAR
(Ba̱äl-Ta̱mar) [Eigenaar van de palmboom].
Een plaats bij Gibea, waar Israëlitische krijgslieden zich in formatie tegen de stam Benjamin opstelden. Deze veldslag, die veel mensenlevens eiste, was het gevolg van een weerzinwekkend zedenmisdrijf. Een deel van Israëls strijdkrachten werd samengetrokken te Baäl-Tamar, terwijl een ander deel tegen de Benjaminieten in hinderlaag werd gelegd (Re 19:25-28; 20:33). Waar Baäl-Tamar lag, is onzeker.