BAÄL-HAZOR
(Ba̱äl-Ha̱zor) [Eigenaar van het voorhof (de nederzetting)].
Een plaats bij „Efraïm” (misschien de in 2Kr 13:19 genoemde stad Efraïn [Efraïm]; vgl. Jo 11:54), waar Absalom het er tijdens het door hem aldaar georganiseerde schaapscheerdersfeest op aanstuurde dat zijn broer Amnon ter dood gebracht werd (2Sa 13:23, 28). Ze wordt geïdentificeerd met de 1032 m hoge berg Jebel ʽAsur (Baʽal Hazor), ongeveer 8 km ten NO van Bethel. Van Baäl-Hazor vluchtte Absalom naar het kleine koninkrijk Gesur, ten O van de Zee van Galilea.