BAÄL-GAD
(Ba̱äl-Gad) [Eigenaar van Gad (Goed fortuin)].
Een stad in de valleivlakte van de Libanon, aan de voet van de W-zijde van de berg Hermon. Ze wordt gebruikt om het noordelijkste punt van Jozua’s verovering van het land Kanaän aan te duiden in vergelijking met het zuidelijkste punt, de berg Chalak in de Negeb (Joz 11:17; 12:7; 13:5). De precieze ligging is onzeker, maar ze wordt over het algemeen geïdentificeerd met Hasbaiya in de Wadi et-Teim of een plaats daar in de buurt.