Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • od hfst. 4 blz. 24-29
  • Hoe de gemeente georganiseerd is en geleid wordt

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe de gemeente georganiseerd is en geleid wordt
  • Georganiseerd om Jehovah’s wil te doen
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • THEOCRATISCH GEORGANISEERD
  • GEMEENTEN IN DEZE TIJD VOLGEN HET APOSTOLISCHE PATROON
  • DE ROL VAN RELIGIEUZE RECHTSPERSONEN
  • STRUCTUUR VAN DE BIJKANTOORORGANISATIE
  • Laat de gemeente opgebouwd worden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2007
  • De plaats van de gemeente in de ware aanbidding
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • De christelijke gemeente en hoe ze werkzaam is
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1978
  • Laat de gemeente Jehovah loven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2007
Meer weergeven
Georganiseerd om Jehovah’s wil te doen
od hfst. 4 blz. 24-29

HOOFDSTUK 4

Hoe de gemeente georganiseerd is en geleid wordt

IN ZIJN eerste brief aan de Korinthiërs noemde Paulus een belangrijke waarheid in verband met God. Hij schreef: ‘God is geen God van wanorde, maar van vrede.’ Vervolgens zei hij over de gemeentevergaderingen: ‘Laat alles netjes en volgens regeling verlopen’ (1 Kor. 14:33, 40).

2 Aan het begin van dezelfde brief gaf de apostel raad omdat er in de gemeente Korinthe onenigheid was. Paulus spoorde de broeders en zusters daar aan om ‘eensgezind te spreken’ en ‘volkomen verenigd te zijn in dezelfde manier van denken en in dezelfde overtuiging’ (1 Kor. 1:10, 11). Vervolgens gaf hij hun raad over een aantal dingen die de eenheid van de gemeente bedreigden. Hij gebruikte het voorbeeld van een menselijk lichaam om het belang van eenheid en samenwerking te laten uitkomen. Hij spoorde iedereen in de christelijke gemeente, wat zijn of haar rol ook is, aan om liefdevolle zorg voor elkaar te hebben (1 Kor. 12:12-26). Zo’n harmonieuze samenwerking in de gemeente wijst erop dat de gemeente georganiseerd zou zijn.

3 Maar hoe moest de christelijke gemeente georganiseerd worden? Wie zou dat doen? Wat voor structuur zou de gemeente hebben? Wie zouden een verantwoordelijke positie krijgen? In de Bijbel vinden we een duidelijk antwoord op die vragen (1 Kor. 4:6).

THEOCRATISCH GEORGANISEERD

4 De christelijke gemeente werd opgericht op de dag van Pinksteren 33. Wat weten we van de gemeente in de eerste eeuw? Ze werd theocratisch georganiseerd en bestuurd, wat betekent dat ze onder het bestuur (Grieks: kratos) van God (theos) stond. Deze woorden komen voor in 1 Petrus 5:10, 11. Het geïnspireerde verslag over wat er bijna 2000 jaar geleden in Jeruzalem gebeurde, bewijst dat de gemeente van gezalfde christenen door God werd opgericht (Hand. 2:1-47). De gemeente was Gods ‘bouwwerk’, zijn ‘huisgezin’ (1 Kor. 3:9; Ef. 2:19). De christelijke gemeente in deze tijd volgt de organisatievorm en werkwijze van de gemeente in de eerste eeuw.

De christelijke gemeente in deze tijd volgt de organisatievorm en werkwijze van de gemeente in de eerste eeuw

5 De eerste gemeente begon met ongeveer 120 discipelen. Als vervulling van Joël 2:28, 29 werd de heilige geest eerst op hen uitgestort (Hand. 2:16-18). Maar diezelfde dag werden zo’n 3000 anderen in water gedoopt en in de gemeente van gezalfden gebracht. Ze hadden het woord over de Christus aangenomen en ‘bleven zich verdiepen in het onderwijs van de apostelen’. Daarna ‘bleef Jehovah elke dag mensen die gered werden aan hen toevoegen’ (Hand. 2:41, 42, 47).

6 De gemeente in Jeruzalem groeide zo snel dat de Joodse hogepriester klaagde dat de discipelen Jeruzalem met hun leer overspoeld hadden. Bij de nieuwe discipelen in Jeruzalem sloten zich veel Joodse priesters aan, die een deel van de gemeente werden (Hand. 5:27, 28; 6:7).

7 Jezus zei: ‘Jullie zullen getuigen van mij zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot in de meest afgelegen delen van de aarde’ (Hand. 1:8). En dat gebeurde ook. Na de dood van Stefanus brak er een zware vervolging in Jeruzalem uit, en de discipelen die daar woonden, werden verdreven en gingen naar Judea en Samaria. Maar overal waar ze naartoe gingen, bleven ze het goede nieuws bekendmaken en meer discipelen maken, onder wie enkele Samaritanen (Hand. 8:1-13). Nog later werd het goede nieuws onder de onbesneden, niet-Joodse volken gepredikt, met veel succes (Hand. 10:1-48). Al deze predikingsactiviteit leidde tot een enorme toename in het aantal discipelen, en ook buiten Jeruzalem werden er nieuwe gemeenten gevormd (Hand. 11:19-21; 14:21-23).

8 Welke regelingen werden er getroffen zodat elke pas opgerichte gemeente op Gods manier, dus theocratisch, georganiseerd en bestuurd zou worden? Onder leiding van Gods geest werd er voorzien in onderherders die voor de kudde zouden zorgen. In de gemeenten die Paulus en Barnabas tijdens hun eerste zendingsreis bezochten, stelden ze ouderlingen aan (Hand. 14:23). De Bijbelschrijver Lukas vertelt over de bijeenkomst die Paulus met de ouderlingen van de gemeente in Efeze had. Paulus zei tegen hen: ‘Let op jezelf en op de hele kudde, waarover de heilige geest jullie als opzieners heeft aangesteld, om de gemeente van God te hoeden, die hij met het bloed van zijn eigen Zoon heeft gekocht’ (Hand. 20:17, 28). Deze mannen waren geschikt als ouderling omdat ze aan de Bijbelse vereisten voldeden (1 Tim. 3:1-7). Paulus’ medewerker Titus werd gemachtigd om in de gemeenten op Kreta ouderlingen aan te stellen (Tit. 1:5).

9 Naarmate er meer gemeenten werden gevormd, bleven de apostelen en ouderlingen in Jeruzalem dienen als de voornaamste opzieners van de groeiende internationale gemeente in de eerste eeuw. Ze dienden als het besturende lichaam ervan.

10 In zijn brief aan de gemeente in Efeze legde Paulus uit dat de christelijke gemeente haar eenheid kon bewaren door samen te werken met Gods geest en door loyaal te zijn aan Jezus Christus als hoofd. Hij drukte de christenen in die gemeente op het hart nederigheid te ontwikkelen en ‘de eenheid van de geest te bewaren’ door vreedzaam met elkaar om te gaan (Ef. 4:1-6). Vervolgens haalde hij Psalm 68:18 aan en paste die tekst toe op Jehovah’s regeling dat geestelijk bekwame mannen zorg zouden dragen voor de behoeften van de gemeente door te dienen als apostelen, profeten, evangeliepredikers, herders en leraren. Als gaven van Jehovah zouden zulke mannen de hele gemeente opbouwen en helpen geestelijk volwassen te worden, waar God blij mee zou zijn (Ef. 4:7-16).

GEMEENTEN IN DEZE TIJD VOLGEN HET APOSTOLISCHE PATROON

11 In deze tijd volgen alle gemeenten van Jehovah’s Getuigen dit organisatiepatroon. Collectief vormen ze een verenigde wereldwijde gemeente die is opgebouwd rond de kern van gezalfde christenen (Zach. 8:23). Jezus Christus maakt dit mogelijk. Zoals hij had beloofd, is hij loyaal ‘alle dagen, tot het einde van het tijdperk’, met zijn gezalfde discipelen geweest. Personen die binnen de groeiende gemeente worden gebracht, aanvaarden het goede nieuws van God, dragen hun leven onvoorwaardelijk aan Jehovah op en worden als discipelen van Jezus gedoopt (Matth. 28:19, 20; Mark. 1:14; Hand. 2:41). Ze erkennen dat ‘de goede herder’, Jezus Christus, zijn gezag als hoofd uitoefent over de hele kudde, die bestaat uit gezalfde christenen en ‘andere schapen’ (Joh. 10:14, 16; Ef. 1:22, 23). Deze kudde bewaart de eenheid door loyaal Christus als hoofd te erkennen en door zich te onderwerpen aan het organisatorische kanaal dat door Christus is aangesteld: ‘de getrouwe en beleidvolle slaaf’. Laten we ons volledige vertrouwen in dat kanaal blijven tonen (Matth. 24:45).

DE ROL VAN RELIGIEUZE RECHTSPERSONEN

12 Er zijn diverse rechtspersonen opgericht zodat er op het juiste moment in geestelijk voedsel voorzien kan worden en het goede nieuws van het Koninkrijk gepredikt kan worden voordat het einde komt. Deze rechtspersonen worden door veel landen wettelijk erkend en werken met elkaar samen. Ze vergemakkelijken de wereldwijde prediking van het goede nieuws.

STRUCTUUR VAN DE BIJKANTOORORGANISATIE

13 Wanneer ergens een bijkantoor wordt gevestigd, wordt er een bijkantoorcomité aangesteld, dat uit drie of meer ouderlingen bestaat. Dit comité draagt zorg voor het werk in het land of de landen die onder de jurisdictie van dat bijkantoor vallen. Eén comitélid dient als coördinator van het bijkantoorcomité.

14 De plaatselijke gemeenten onder elk bijkantoor worden in kringen georganiseerd. Kringen kunnen in grootte variëren, afhankelijk van geografische overwegingen, de verschillende talen die gesproken worden en het aantal gemeenten in het gebied van een bijkantoor. Er worden kringopzieners aangesteld om de gemeenten in iedere kring te bedienen. Het bijkantoor geeft de kringopzieners richtlijnen over hoe ze hun taken moeten behartigen.

15 De gemeenten erkennen de organisatorische regelingen die tot nut van iedereen ingesteld worden. Ze aanvaarden de aanstelling van ouderlingen die toezicht houden op het werk op de bijkantoren en in de kringen en gemeenten. Ze erkennen de getrouwe en beleidvolle slaaf als de bron van geestelijk voedsel op het juiste moment. En de getrouwe slaaf in deze tijd onderwerpt zich volledig aan Christus als hoofd, wijkt niet af van Bijbelse principes en laat zich leiden door de heilige geest. Omdat we allemaal in eenheid samenwerken, worden er vergelijkbare resultaten bereikt als door de christenen in de eerste eeuw: ‘De gemeenten werden steeds sterker in het geloof en hun aantal nam van dag tot dag toe’ (Hand. 16:5).

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen