Studie 20
Raad bouwt op
1, 2. Waarom zoeken wij raad, en op welke wijze ontvangen wij raad?
1 Aanbidders van de ware God hebben voor leiding in al hun wegen altijd zonder te aarzelen naar hem opgezien. Vol vertrouwen schreef een van de bijbelpsalmisten: „Met uw raad zult gij mij leiden” (Ps. 73:24). En Jeremia gebruikte in een vurig gebed de volgende woorden: „De gehele zaak is voor ú niet te wonderlijk, . . . de ware God, de grote, de sterke God, wiens naam Jehovah der legerscharen is, groot in raad en overvloedig in daden.” — Jer. 32:17-19.
2 Jehovah’s christelijke aanbidders in deze tijd ontvangen zijn raad door middel van zijn geschreven Woord en via de organisatie van zijn ware dienstknechten. Zij die zich voor de theocratische bedieningsschool laten inschrijven, bemerken derhalve spoedig dat de raad die zij ontvangen en de geest waarin die wordt gegeven, door de voortreffelijke beginselen van de bijbel worden beheerst.
3-5. Verklaar hoe het raadgevingenbriefje en de stof in Studie 21 tot en met 37 bedoeld zijn om te zamen gebruikt te worden.
3 Progressieve raad. Als een hulp voor zowel de leerlingen als de schoolopziener wordt het raadgevingenbriefje verschaft. Er staan zesendertig punten op vermeld die de leerlingen zullen helpen hun bekwaamheid om de waarheid doeltreffend aan te bieden, te ontwikkelen. Nuttige inlichtingen over elk punt vindt men in beknopte vorm in Studie 21 tot en met 37 van dit boek en het nummer van de specifieke studie staat op het raadgevingenbriefje vermeld. Deze Studies zijn speciaal verschaft om te zamen met het raadgevingenbriefje gebruikt te worden. In de meeste gevallen zijn twee of drie hoedanigheden die nauw met elkaar in verband staan in één Studie opgenomen, met de bedoeling dat het goed zou zijn ze tegelijkertijd te beschouwen.
4 Het zou nuttig zijn wanneer zij die pas voor de school zijn ingeschreven zich goed zouden voorbereiden en de punten in gedachten houden die op het raadgevingenbriefje worden vermeld. Voor hun eerste lezing op de theocratische bedieningsschool zal de schoolopziener (of een andere raadgever, indien het aantal ingeschrevenen groot is) alleen prijzend commentaar geven over punten waarmee de leerling geen moeite heeft. Daarna zal de raadgever zich progressief concentreren op een punt van raadgeving dat de meeste aandacht behoeft om de presentatie van de leerling te verbeteren, en hij zal de leerling specifiek de toewijzing geven bij zijn volgende lezing aan dat punt te werken. De raadgever zal elke leerling mededelen wanneer hij tot andere punten op het raadgevingenbriefje kan overgaan.
5 Sommige oefensprekers maken misschien tamelijk snel vorderingen, terwijl anderen misschien aan slechts één punt tegelijk moeten werken in plaats van te trachten de punten te behandelen die in één volledige Studie worden besproken. Het kan zelfs goed zijn om sommige leerlingen de raad te geven in verscheidene lezingen aan hetzelfde moeilijke punt te werken, zodat zij de betreffende spreekhoedanigheid werkelijk onder de knie krijgen voordat zij tot een ander punt overgaan.
6, 7. Over welke punten zal de schoolopziener raad geven?
6 De raad die na elke oefenlezing wordt gegeven, dient vriendelijk te zijn, met de bedoeling de leerling te helpen zijn spreekbekwaamheid te blijven verbeteren. Indien degene die de instructielezing houdt of de hoofdpunten uit het bijbelleesprogramma behandelt raad nodig heeft, wordt hem die echter persoonlijk gegeven nadat de school is afgelopen. Deze spreker zal vooral raad krijgen als hij de toegestane tijd heeft overschreden. Degene die de instructielezing houdt, dient ernaar te streven in alle opzichten een modellezing te houden en het kan zijn dat er geen persoonlijke raad gegeven hoeft te worden.
7 De punten waarover raad gegeven moet worden, zullen gewoonlijk die punten zijn waarover de leerling van tevoren de raad heeft gekregen om eraan te werken. Wanneer een ander aspect van de lezing bijzonder goed is, mag de raadgever dat stellig in zijn prijzende opmerkingen noemen, maar hij zal dat punt niet op het raadgevingenbriefje invullen. De volgende tekens zullen worden gebruikt: „W” (Werk hieraan) wanneer het nuttig zou zijn nog verder aan de speciale spreekhoedanigheid te werken; „B” (Beter geworden) wanneer een leerling al minstens één keer aan een punt heeft gewerkt en hierin vorderingen heeft gemaakt maar het nuttig zou zijn er nog eens aan te werken, en „G” (Goed) wanneer de hoedanigheid die wordt beschouwd zo goed werd gedemonstreerd dat het gerechtvaardigd is bij de voorbereiding van de volgende toewijzing op de school tot een studie van andere spreekhoedanigheden over te gaan. Wanneer een leerling een leestoewijzing heeft, zal de raadgever hem aan punten op het raadgevingenbriefje laten werken die het meest geschikt zijn voor dit soort toewijzing.
8-10. Wat dient de schoolopziener bij het invullen van het raadgevingenbriefje in gedachten te houden ten einde de leerling aan te moedigen vorderingen te maken?
8 De schoolopziener dient met zeer goed onderscheidingsvermogen te werk te gaan zodat de gegeven raad het meeste nut zal afwerpen. Als een spreker nog heel nieuw is, heeft hij meer dan iets anders aanmoediging nodig. Andere leerlingen, die al langer staan ingeschreven, bereiden zich misschien heel ijverig op hun lezingen voor, waarbij zij aandacht schenken aan de spreekhoedanigheden waaraan zij moeten werken, maar zij zijn misschien beperkt in hun bekwaamheden. In zulke gevallen kan de schoolopziener, al is een bepaalde spreekhoedanigheid slechts in beperkte mate ten toon gespreid, dit punt als „G” op het raadgevingenbriefje noteren en de leerling over laten gaan tot een andere hoedanigheid die aandacht behoeft.
9 Daarentegen kan een andere spreker meer ervaring of meer natuurlijke bekwaamheden hebben maar misschien door drukke werkzaamheden niet de tijd hebben genomen een studie te maken van de toegewezen spreekhoedanigheden zodat hij zijn lezing niet zo goed heeft gehouden als hij zou kunnen. In zo’n geval zal de vooruitgang van de leerling in werkelijkheid worden belemmerd als de schoolopziener een „G” op het raadgevingenbriefje zet en hem zegt tot een ander punt over te gaan. Indien de aard van de lezing dusdanig was dat de toegewezen hoedanigheid ten toon gespreid had kunnen worden, zal de raadgever er een „W” (Werk hieraan) achter zetten en de leerling op vriendelijke wijze persoonlijke hulp bieden ten einde hem te helpen vorderingen te maken. Aldus zullen de leerlingen ertoe worden aangemoedigd elke lezing niet slechts te houden om zich van een toewijzing te kwijten, maar met het doel vorderingen te maken als spreker.
10 Houd in gedachten dat het een progressieve spreekopleiding is. Verwacht niet dat je ineens een volleerde spreker wordt. Het is een geleidelijk proces, maar door naarstige krachtsinspanningen kan het proces worden versneld. Als je diep nadenkt over de suggesties die in dit opleidingsprogramma voor sprekers worden geboden en geheel in de voorbereiding van je toewijzingen opgaat, zal je vooruitgang spoedig voor alle waarnemers openbaar worden. — 1 Tim. 4:15.
11-16. Welke richtlijnen tracht de raadgever te volgen zodat hij opbouwende raad kan geven?
11 Raadgever. De schoolopziener dient het wekelijkse studiemateriaal zorgvuldig te bestuderen zodat hij kan vaststellen of de toegewezen stof goed is behandeld en eventuele onnauwkeurigheden kan rechtzetten. Hij dient het echter nooit zover te laten komen dat hij niet meer van de lezingen kan genieten omdat hij overkritisch is ten aanzien van de wijze waarop de stof wordt gebracht. Ook hij dient voordeel te trekken van de voortreffelijke waarheden die tot uitdrukking worden gebracht.
12 Wanneer hij raad geeft, begint hij gewoonlijk met een prijzende opmerking over de moeite die de leerling heeft gedaan. Vervolgens geeft hij commentaar over de punten op het raadgevingenbriefje waaraan de spreker werkt. Als een punt verdere aandacht verdient, dient er niet zozeer de nadruk te worden gelegd op het zwakke punt van de spreker, maar op de wijze waarop er vorderingen gemaakt kunnen worden. Aldus zal de raad tot opbouw zijn van zowel de spreker als anderen in de zaal.
13 Het is niet voldoende om een spreker alleen maar te zeggen dat hij het er goed heeft afgebracht of dat hij nogmaals aan een speciale spreekhoedanigheid moet werken. Het zal voor iedere aanwezige nuttig zijn als de raadgever verklaart waarom het goed was of waarom er nog verbetering nodig is en hoe dit bereikt kan worden. Bovendien zal het nuttig zijn wanneer hij de redenen doet uitkomen waarom de spreekhoedanigheid die beschouwd wordt zo noodzakelijk is in de velddienst of op de gemeentevergaderingen. Hierdoor zal de hele gemeente meer waardering voor het punt krijgen en zal de leerling ertoe aangemoedigd worden aandacht aan dit punt te blijven schenken.
14 Het is niet de taak van de raadgever de lezing van de leerling te herhalen. Hij dient kort en ter zake te zijn met zijn raad en deze zorgvuldig tot twee minuten voor elke oefenlezing te beperken. Aldus zullen de raad en suggesties niet door te veel woorden worden verduisterd. Ook is het passend de leerling naar de bladzijden in dit boek te verwijzen waar hij nog meer inlichtingen over het betreffende punt kan vinden.
15 Kleine fouten in de uitspraak of grammatica zijn niet de grote dingen waarop gelet moet worden. De raadgever dient zich veeleer te interesseren voor het algemene effect dat de voordracht van de spreker heeft. Is de stof de moeite waard en leerzaam? Is de stof goed gerangschikt en gemakkelijk te volgen? Is de voordracht oprecht, ernstig en overtuigend? Blijkt uit zijn gelaatsuitdrukking en zijn gebaren dat hij gelooft wat hij zegt en dat hij zich meer bekommert om het overbrengen van de voortreffelijke waarheden op zijn toehoorders dan om de indruk die hij maakt? Als hij zich goed van deze belangrijke dingen kwijt, zal een enkel woord dat hij verkeerd uitspreekt en een enkele grammaticale fout nauwelijks door de toehoorders worden opgemerkt.
16 De raad die op de bedieningsschool wordt gegeven, dient altijd op een vriendelijke, behulpzame wijze te worden gegeven. De raadgever dient de vurige wens te koesteren de leerling te helpen. Beschouw de persoonlijkheid van degene die raad moet ontvangen. Is hij gevoelig? Heeft hij een beperkte opleiding genoten? Zijn er redenen om zijn zwakke punten door de vingers te zien? Raad dient zodanig te worden gegeven dat degene die de raad ontvangt, zich geholpen en niet bekritiseerd voelt. Zorg ervoor dat hij de raad en de redelijkheid ervan begrijpt.
17-19. Wat dient een leerling, opdat hij bij elke lezing de meeste vorderingen kan maken, te doen voordat hij elke lezing voorbereidt en nadat hij de lezing heeft gehouden?
17 Voordeel trekken van raad. Wanneer je een lezing toegewezen krijgt op de theocratische bedieningsschool, houd dan in gedachten dat je de lezing niet alleen maar houdt om leerzame stof voor de gemeente te behandelen, maar ook om je spreekbekwaamheid te verbeteren. Om hierin te slagen, is het belangrijk er enige tijd voor te nemen de spreekhoedanigheden waaraan je gevraagd is te werken, te analyseren. Lees zorgvuldig de Studie in dit boek door waarin het punt waaraan je moet werken wordt besproken, zodat je weet hoe het van invloed dient te zijn op je voorbereiding en hoe je de spreekhoedanigheid in je voordracht moet laten uitkomen. Ten einde je behulpzaam te zijn, staan de voornaamste aspecten van elke spreekhoedanigheid in dit boek vet gedrukt. Dit zijn de belangrijkste punten die je moet beschouwen.
18 Luister na afloop van je lezing zorgvuldig naar de mondelinge raad die wordt gegeven. Aanvaard die vol waardering. Werk vervolgens aan de punten die aandacht verdienen. Als je je vooruitgang wilt bespoedigen, wacht dan niet totdat je weer een lezing hebt. Bestudeer de stof in dit boek waarin de punten waaraan je moet werken, worden besproken. Tracht de suggesties in je dagelijkse conversatie toe te passen. Dan kan het heel goed zijn dat je de punten tegen de tijd dat je je volgende oefenlezing houdt, onder de knie hebt.
19 Iedere leerling dient zich ten doel te stellen bij elke volgende lezing die hij op de school houdt, vorderingen te maken. Dit zal weliswaar voortdurende krachtsinspanningen betekenen, maar het zal beslist Jehovah’s zegen tot gevolg hebben. Voor hen die het meeste nut uit de opleiding van de theocratische bedieningsschool willen putten, schuilt er speciale betekenis in de woorden van Spreuken 19:20: „Luister naar raad en aanvaard streng onderricht, opdat gij in uw toekomst wijs moogt worden.”
[Tabel op blz. 104, 105]
RAADGEVINGEN OVER LEZING
Spreker ․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․
(Volledige naam)
Tekens: W - Werk hieraan
B - Beter geworden
G - Goed
Datum Lezing nr.
Leerzame stof (21)*
Duidelijk, begrijpelijk (21)
Inleiding wekte belangstelling (22)
Inleiding passend voor thema (22)
Inleiding van juiste duur (22)
Stemvolume (23)
Pauzeren (23)
Publiek aangemoedigd bijbel te gebruiken (24)
Teksten juist ingeleid (24)
Teksten met nadruk gelezen (25)
Teksttoepassing duidelijk gemaakt (25)
Herhaling voor nadruk (26)
Gebaren (26)
Thema beklemtoond (27)
Hoofdpunten goed uitgekomen (27)
Contact met zaal, gebruik van notities (28)
Gebruik van schema (28)
Opmerkingen: ․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․
․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․
․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․․
* Elk tussen haakjes geplaatst nummer verwijst naar de Studie in het boek Handleiding voor de Theocratische Bedieningsschool waarin de genoemde spreekhoedanigheid wordt besproken.
S-48-O Printed in The Netherlands
Datum Lezing nr.
Vloeiendheid (29)
Conversatiehoedanigheid (29)
Uitspraak (29)
Samenhang door verbindingen (30)
Logische, samenhangende opbouw (30)
Overtuigende argumentatie (31)
Publiek tot redeneren gebracht (31)
Klemtoon (32)
Modulatie (32)
Enthousiasme (33)
Warmte, gevoel (33)
Illustraties passen bij stof (34)
Illustraties passen bij publiek (34)
Stof aan velddienst aangepast (35)
Besluit passend, doeltreffend (36)
Besluit van juiste duur (36)
Tijdsbepaling (36)
Vertrouwen en innerlijke beheerstheid (37)
Persoonlijke verschijning (37)
OPMERKING: Bij iedere lezing zal de raadgever specifieke raad geven, waarbij hij zich niet noodzakelijkerwijs aan bovenvermelde volgorde hoeft te houden, maar in plaats daarvan zal zijn raad gericht zijn op terreinen die verbetering behoeven. De open ruimten op het formulier kunnen zo nodig worden gebruikt om leerlingen over niet vermelde punten raad te geven, zoals nauwkeurigheid van beweringen, articulatie, houding, woordkeus, grammatica, aanwensels, toepasselijkheid, onderwijshoedanigheid en stemkwaliteit. De raadgever dient het hokje achter het volgende punt waar aandacht aan geschonken zal worden, te omcirkelen wanneer de leerling het werken aan het vorige punt waarover raad is gegeven, beëindigd heeft. Het nummer van de Studie over dit punt dient op het volgende toewijzingsbriefje (S-89) te worden vermeld.
[Tabel op blz. 106, 107]
SAMENVATTING VAN SPREEKHOEDANIGHEDEN
Leerzame stof (21)
Specifiek materiaal
Leerzaam voor jouw publiek
Stof van praktische waarde
Nauwkeurigheid van beweringen
Aanvullend verklarend materiaal
Duidelijk, begrijpelijk (21)
Eenvoudig gesteld
Onbekende uitdrukkingen verklaard
Niet te veel materiaal
Inleiding wekt belangstelling (22)
Inleiding passend voor thema (22)
Inleiding van juiste duur (22)
Stemvolume (23)
Overal goed te verstaan
Aan de omstandigheden aangepast
Aan de stof aangepast
Pauzeren (23)
Voor punctuatie
Voor overgang op andere gedachte
Voor nadruk
Wanneer omstandigheden het vereisen
Publiek aangemoedigd bijbel te gebruiken (24)
Door suggestie
Door hun de tijd te geven de tekst op te zoeken
Teksten juist ingeleid (24)
Verwachting voor schriftplaatsen gewekt
Aandacht gevestigd op reden voor gebruik van tekst
Teksten met nadruk gelezen (25)
Klemtoon op juiste woorden
Doeltreffende klemtoonmethode gebruikt
Teksten die huisbewoner leest
Teksttoepassing duidelijk gemaakt (25)
Woorden die toegepast moeten worden isoleren
Punt waar je in de inleiding op aanstuurt, duidelijk gemaakt
Herhaling voor nadruk (26)
Van hoofdpunten
Van punten die niet zijn begrepen
Gebaren (26)
Beschrijvend
Nadrukkelijk
Thema beklemtoond (27)
Passend thema
De woorden of gedachte van het thema herhaald
Hoofdpunten goed uitgekomen (27)
Niet te veel hoofdpunten
Hoofdgedachten afzonderlijk ontwikkeld
Ondergeschikte punten doen hoofdgedachten beter uitkomen
Contact met zaal, gebruik van notities (28)
Visueel contact
Door je rechtstreeks tot de toehoorders te richten
Gebruik van schema (28)
Vloeiendheid (29)
Conversatiehoedanigheid (29)
Uitdrukkingen gebruiken als in een conversatie
Conversatiestijl van voordracht
Uitspraak (29)
Samenhang door verbindingen (30)
Gebruik van overgangsuitdrukkingen
Toereikend voor je toehoorders
Logische, samenhangende opbouw (30)
Materiaal in logische volgorde
Alleen ter zake dienend materiaal gebruikt
Geen sleutelgedachten weggelaten
Overtuigende argumentatie (31)
Basis gelegd
Deugdelijke bewijzen verschaft
Doeltreffende samenvatting
Publiek tot redeneren gebracht (31)
Gemeenschappelijke basis aangehouden
Punten voldoende uiteengezet
Toehoorders de toepassing getoond
Klemtoon (32)
Gedachten-overbrengende woorden beklemtoond
Voornaamste gedachten in lezing beklemtoond
Modulatie (32)
Afwisseling in stemkracht
Afwisseling in tempo
Afwisseling in toonhoogte
Aan gedachten of gevoelens aangepast
Enthousiasme (33)
Door een levendige voordracht
Passend bij stof
Warmte, gevoel (33)
Weerspiegeld door gelaatsuitdrukking
Merkbaar aan klank van stem
Passend bij stof
Illustraties passen bij stof (34)
Eenvoudig
Toepassing duidelijk gemaakt
Belangrijke punten beklemtoond
Illustraties passen bij publiek (34)
Ontleend aan bekende situaties
Van goede smaak getuigend
Stof aan velddienst aangepast (35)
Uitdrukkingen voor toehoorders begrijpelijk gemaakt
Toepasselijke punten gekozen
Praktische waarde van stof goed uitgekomen
Besluit passend, doeltreffend (36)
In rechtstreeks verband met thema van lezing
Toont toehoorders wat zij moeten doen
Besluit van juiste duur (36)
Tijdsbepaling (36)
Vertrouwen en innerlijke beheerstheid (37)
Blijkt uit gedragingen
Blijkt uit beheerste stem
Persoonlijke verschijning (37)
Gepaste kleding en een verzorgd uiterlijk
Juiste lichaamshouding
Nette uitrusting
Gelaatsuitdrukking die bij de stof past