Vragenbus
● Hoe moet de schoolopziener degenen raad geven die een leestoewijzing hebben, als de volgende punten op het raadgevingenbriefje die voor een beschouwing aan de beurt zijn, niet specifiek op lezen van toepassing zijn?
Wanneer een leerling een leestoewijzing uit de bijbel heeft, raden wij aan dat de schoolopziener één of twee punten uitkiest, die het eerst specifiek op een leestoewijzing van toepassing zijn en dat hij die punten overslaat die niet van toepassing zijn. De leerling moet ruim van tevoren met de schoolopziener overleggen waar hij aan dient te werken, zodat beiden weten over welk punt (of punten) raad zal worden gegeven. Wanneer de schoolopziener de leerling op het moment dat hij hem de toewijzing voor het lezinkje geeft, over de punten waarover raad gegeven zal worden wil inlichten, dan mag hij dit doen. De leerling kan deze punten dan bij het voorbereiden van zijn lezinkje in gedachten houden, en hij kan de Handleiding voor de Theocratische Bedieningsschool naslaan op suggesties om zich te verbeteren.
Hoewel er een paar punten zijn die over de opbouw van een lezing handelen en die niet op een leestoewijzing van toepassing zijn, zullen de meeste punten die met de voordracht te maken hebben wel op een leestoewijzing van toepassing zijn. Aangezien men een korte inleiding en kort besluit zal hebben en er ook bij passende punten tussendoor, verklarende inlichtingen gegeven kunnen worden, kan er over deze punten raad gegeven worden wanneer het raadgevingenbriefje dat aangeeft. De punten die worden overgeslagen kunnen later worden beschouwd, wanneer de leerling een toewijzing voor een van de andere lezinkjes ontvangt. Hierdoor zal toch een programma gehandhaafd worden waardoor de punten op het raadgevingenbriefje in redelijke mate, in de volgorde waarin ze staan opgesteld, worden behandeld.