Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g 12/10 blz. 14-19
  • De aardbeving in Haïti — Geloof en liefde in actie

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De aardbeving in Haïti — Geloof en liefde in actie
  • Ontwaakt! 2010
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Spoorloos en weer gevonden
  • Operaties en revalidatie
  • Geloof, hoop en liefde met anderen delen
  • Heden en toekomst onder ogen zien
  • „Ik voel me enorm bevoorrecht”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2010
  • Japans plotselinge ramp — Hoe mensen erdoorheen zijn gekomen
    Ontwaakt! 1995
  • Meer grote aardbevingen verwacht
    Ontwaakt! 2010
  • Hoe aardbevingsslachtoffers werden geholpen
    Ontwaakt! 1992
Meer weergeven
Ontwaakt! 2010
g 12/10 blz. 14-19

De aardbeving in Haïti — Geloof en liefde in actie

Op dinsdag 12 januari 2010 hoorde Evelyn om 16.53 uur een rommelend geluid dat klonk alsof er een groot vliegtuig opsteeg, en de grond begon te schudden. Betonnen balken in de buurt braken met veel lawaai in stukken, en gebouwen stortten in. Toen het schudden was opgehouden, klom Evelyn naar een hoger gelegen punt om de omgeving te overzien. Overal om zich heen hoorde ze mensen jammeren. Uit de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince steeg een wolk van cementstof op.

IN EEN paar seconden waren huizen, regeringsgebouwen, banken, ziekenhuizen en scholen ingestort. Meer dan 220.000 mensen van alle rangen en standen vonden de dood. Zo’n 300.000 mensen raakten gewond.

Veel overlevenden zaten in shock bij de overblijfselen van hun woning. Anderen waren met blote handen wild tussen het puin aan het graven om familieleden en buren te redden. De elektriciteit was uitgevallen en het werd snel donker, waardoor reddingsteams bij het licht van een zaklantaarn of kaarsen moesten werken.

In de stad Jacmel lag de elfjarige Ralphendy bedolven onder een gedeeltelijk ingestort gebouw. Urenlang was een reddingsteam van de stad koortsachtig aan het werk om hem eronder vandaan te halen. Door herhaaldelijke naschokken werden ze gedwongen hun pogingen te staken uit angst dat de gescheurde hogere etages op hen zouden vallen. Philippe, een zendeling van Jehovah’s Getuigen, weigerde het op te geven. Hij zegt: „Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen Ralphendy daar te laten sterven.”

Philippe en drie anderen wurmden zich naar binnen door een nauwe opening onder in het kapotte gebouw en schoven centimeter voor centimeter in de richting van de plek waar Ralphendy lag, met zijn voeten vast in het gevallen puin. Rond middernacht begonnen ze voorzichtig en beetje bij beetje de brokstukken te verwijderen. Bij elke schok hoorden ze het beton boven hen schuiven en scheuren. Om vijf uur ’s morgens, ruim twaalf uur na de aardbeving, trokken ze Ralphendy naar buiten, in veiligheid.

Helaas liepen niet al dat soort pogingen zo goed af. In de zwaar getroffen stad Léogâne was Roger met zijn zoon Clid uit hun instortende huis gevlucht. Zijn jongere zoon, Clarence, vond de dood. Rogers vrouw, Clana, leefde nog wel en kon praten, maar haar hoofd zat klem onder het ingestorte plafond. Roger en een vriend van hem zwoegden om haar te bevrijden. „Schiet op!”, drong ze aan van onder het puin. „Ik word steeds zwakker! Ik krijg haast geen lucht meer!” Drie uur later arriveerde er een reddingsteam. Maar toen ze haar hadden bevrijd, bleek ze al te zijn overleden.

Woensdag 13 januari, dag 2

Bij zonsopgang werd duidelijk hoe groot de ravage was. Een groot deel van Port-au-Prince lag in puin. Naarmate het nieuws van de ramp doorsijpelde, kwamen hulporganisaties en onzelfzuchtige mensen over de hele wereld in actie. Vrijwilligers van het bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in de Dominicaanse Republiek, zo’n driehonderd kilometer ervandaan, hadden de aardbeving ook gevoeld. Toen de Dominicaanse Getuigen hoorden dat het epicentrum vlak bij het dichtbevolkte Port-au-Prince lag, waar bijna een derde van de negen miljoen inwoners van Haïti woont, begonnen ze onmiddellijk hulpacties te plannen.

De laatste grote aardbeving in Haïti had 150 jaar daarvoor plaatsgevonden. Daarom waren er in plaats van aardbevingsbestendige gebouwen hoofdzakelijk gebouwen neergezet die de bevolking beschermden tegen orkanen en overstromingen. Vandaar dat de meeste stenen muren en zware betonnen daken niet bestand waren tegen een beving van 7,0 op de schaal van Richter. Het Haïtiaanse bijkantoor van Jehovah’s Getuigen, dat in 1987 was voltooid, was echter wel ontworpen volgens de geldende bouwvoorschriften in een aardbevingsgebied. Hoewel het gebouw aan de oostkant van Port-au-Prince ligt, heeft het nauwelijks schade geleden.

Binnen een dag was het bijkantoor in Haïti veranderd in een bedrijvige hulppost. Omdat communicatie met het buitenland via telefoon en e-mail niet goed functioneerde, reden medewerkers twee keer naar de grens met de Dominicaanse Republiek om berichten te versturen. Ondertussen kwamen honderden vaak ernstig gewonde slachtoffers naar het bijkantoor. Vele anderen werden naar de paar nog functionerende ziekenhuizen in de omgeving gebracht, die al snel overvol waren.

Overal rond de ziekenhuizen lagen slachtoffers op de grond, bloedend en schreeuwend. Daartussen lag ook Marla, die acht uur lang onder het puin van een ingestort gebouw had gelegen. Ze had geen gevoel meer in haar benen en kon ze ook niet bewegen. Buren hadden haar uitgegraven en haar naar het ziekenhuis gebracht. Maar in welk ziekenhuis lag ze? Evan, een Getuige die arts was en kort daarvoor uit de Dominicaanse Republiek was gekomen, ging naar haar op zoek, maar het enige dat hij van haar wist was haar naam.

Inmiddels was er sinds de aardbeving meer dan 24 uur verstreken en de avond was weer gevallen. Terwijl Evan buiten één ziekenhuis over de dode lichamen stapte, bad hij in stilte tot God en riep hij steeds de naam Marla. Eindelijk hoorde hij een reactie: „Ja!” Marla keek hem met een stralende glimlach aan. Verbaasd vroeg Evan: „Waarom lach je?” Ze antwoordde: „Omdat ik nu een geestelijke broer bij me heb.” Evan kon zijn tranen niet bedwingen.

Donderdag 14 januari, dag 3

Het internationale hoofdkantoor van Jehovah’s Getuigen in de Verenigde Staten coördineerde samen met de bijkantoren van Canada, de Dominicaanse Republiek, Duitsland, Frankrijk, Guadeloupe, Martinique en andere landen, de hulpactie om een zo goed mogelijk gebruik te maken van voedsel, water, medicijnen, transport- en communicatiemiddelen, geld en mankracht. In totaal waren er 78 Getuigen met een medisch beroep die samen met vele andere vrijwilligers hulp kwamen bieden. Tegen half drie ’s nachts vertrok de eerste vrachtwagen met hulpgoederen vanaf het bijkantoor in de Dominicaanse Republiek richting Haïti. Daarin zat ongeveer 6800 kilo aan goederen voor de slachtoffers.

Toen de zending de volgende ochtend arriveerde, begon het bijkantoor met het organiseren van de distributie. Om te voorkomen dat dieven het voedsel zouden stelen om het te verkopen, camoufleerden de hulpverleners de ladingen. Vrijwilligers werkten dag en nacht om het voedsel en andere voorraden in kleinere zakken te verpakken voor gezinnen en alleenstaanden. In de maanden daarna zouden Jehovah’s Getuigen uiteindelijk meer dan 450.000 kilo goederen, waaronder ruim 400.000 maaltijden, gratis distribueren.

Vrijdag 15 januari, dag 4

Tegen de middag arriveerden er negentien artsen, verpleegsters en ander medisch personeel — allemaal Getuigen — uit de Dominicaanse Republiek en Guadeloupe. Snel werd er een noodhospitaal opgezet. Daarin werden onder anderen heel veel kinderen uit een weeshuis behandeld. De Getuigen zorgden er ook voor dat het weeshuis werd voorzien van voedsel en van tentzeilen ter beschutting. „Ik ben Jehovah’s Getuigen erg dankbaar”, zegt Étienne, de directeur van het weeshuis. „Ik weet niet wat we zonder hen hadden moeten beginnen.”

Spoorloos en weer gevonden

Toen de aardbeving toesloeg, zag de zevenjarige Islande vanuit haar huis elektrische leidingen knappen en vonken neerdwarrelen. In huis bezweken de muren en kwamen er brokstukken naar beneden waardoor ze haar been brak en ernstig gewond raakte. Nadat ze onder het puin vandaan was gehaald, reed haar vader, Johnny, met haar naar een ziekenhuis net over de grens in de Dominicaanse Republiek. Vandaaruit werd ze naar een ziekenhuis in de hoofdstad Santo Domingo gebracht. Maar toen Johnny later naar dat ziekenhuis belde, was ze er niet.

Twee dagen lang zocht Johnny naar Islande, maar tevergeefs. Ze was naar een ander ziekenhuis gebracht, waar een vrijwilligster haar tot Jehovah hoorde bidden (Psalm 83:18). „Hou je van Jehovah?”, vroeg de vrijwilligster. „Ja”, antwoordde Islande door haar tranen heen. „Maak je dan maar geen zorgen”, stelde de vrouw haar gerust. „Dan zal Jehovah je helpen.”

Johnny vroeg het bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in de Dominicaanse Republiek te helpen bij de zoektocht naar Islande. Melanie, een Getuige, bood aan naar haar op zoek te gaan. Toen ze bij één ziekenhuis informeerde, ving de vrijwilligster die Islande had horen bidden het gesprek op en wees ze het kleine meisje aan. Kort daarna werd Islande met haar familie herenigd.

Operaties en revalidatie

Veel gewonden waren niet of nauwelijks behandeld voordat ze bij het noodhospitaal kwamen dat bij het bijkantoor van de Getuigen in Haïti was opgezet, en hun verwonde ledematen waren door gangreen aangetast. Maar al te vaak kon het leven van een patiënt alleen door een amputatie worden gered. In de eerste dagen na de beving was er een tekort aan chirurgische instrumenten, medicijnen en verdovingsmiddelen. De situatie was zelfs voor de artsen traumatisch. Eén arts zei: „In mijn geheugen staan beelden en geluiden gegrift waarvan ik wou dat God ze zou wissen.”

De tweede week na de beving kwamen er Getuigen uit Europa die arts waren. Zij hadden de ervaring en de uitrusting om ingewikkelde en urgente operaties uit te voeren. Het medische team verrichtte 53 operaties en behandelde duizenden andere verwondingen. Wideline, een 23-jarige Getuige, was een dag voor de aardbeving in Port-au-Prince aangekomen. Omdat haar rechterarm bij de beving verbrijzeld was, moest die in een plaatselijk ziekenhuis geamputeerd worden. Familieleden brachten haar later naar een ziekenhuis in de buurt van hun huis in Port-de-Paix, zo’n zeven uur daarvandaan. Maar haar toestand ging achteruit, en het ziekenhuispersoneel had haar opgegeven.

Een medisch team van de Getuigen hoorde hoe ze eraan toe was en kwam uit Port-au-Prince om haar te behandelen en mee terug te nemen voor verdere zorg. Toen de andere patiënten zagen dat haar geestelijke broeders haar kwamen halen, begonnen ze te applaudisseren. Met de hulp van haar familie en haar gemeente past ze zich nu goed aan haar nieuwe omstandigheden aan.

In de Dominicaanse Republiek huurden Jehovah’s Getuigen huizen die ze inrichtten als revalidatiecentra. In die centra werkten Getuigen — artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten en andere verzorgers — bij toerbeurt als vrijwilliger. Vol goede moed verleenden ze zorg aan de revalidatiepatiënten.

Geloof, hoop en liefde met anderen delen

Slechts 6 van de 56 Koninkrijkszalen hadden door de aardbeving flinke schade opgelopen. De meeste Getuigen die door de beving hun huis waren kwijtgeraakt, verbleven in de zalen die niet beschadigd waren of in de openlucht. De Getuigen, die al gewend waren in groepen bijeen te komen, troffen organisatorische regelingen net zoals ze dat voor hun grote vergaderingen doen.

„We hielden ons aan het vaste geestelijke programma van de gemeente”, zei Jean-Claude, een plaatselijke ouderling van Jehovah’s Getuigen. „Daarmee zorgden we voor stabiliteit, wat belangrijk was voor jong en oud.” Wat was het resultaat? „Ik ben zo blij dat ik de Getuigen nog steeds overal zie prediken”, zei een man. „Als we jullie niet zouden zien, zouden we het gevoel hebben dat alles nog veel erger was.”

De Getuigen boden de mensen troost. „Bijna iedereen die we ontmoeten, denkt dat de aardbeving een straf van God is”, legde een Getuige uit. „We verzekeren hen ervan dat de aardbeving een natuurramp is, die niet door God is veroorzaakt. We laten hen Genesis 18:25 lezen. Daar zegt Abraham dat het voor God ondenkbaar is dat hij goede mensen samen met slechte mensen zou vernietigen. We laten hen ook Lukas 21:11 lezen. Daar voorzegt Jezus grote aardbevingen voor deze tijd, en dan leggen we uit dat hij binnenkort onze dierbaren weer tot leven zal brengen en een eind zal maken aan al het lijden. Veel mensen zeggen dat ze erg dankbaar zijn voor deze informatie.”a

Maar er zijn nog steeds uitdagingen. „Eerst hadden we de ramp van de aardbeving. Nu moeten we de nasleep verwerken”, zegt Jean-Emmanuel, een Getuige die arts is. „Los van de dreiging van allerlei ziekten die uitbreken in overvolle, onhygiënische en van regen doordrenkte kampen, is er het emotionele trauma dat is onderdrukt, maar dat niet weggaat.”

Weken na de beving kwam een Getuige naar het noodhospitaal met klachten van aanhoudende hoofdpijn en slapeloosheid, veel voorkomende klachten na een ramp. „Heb je iets tegen je hoofd aan gekregen?”, vroeg een verpleegster. „Nee”, antwoordde hij gelaten. „Mijn vrouw, met wie ik zeventien jaar getrouwd was, is omgekomen. Maar we verwachtten dat zulke dingen zouden gebeuren. Dat heeft Jezus voorzegd.”

De verpleegster, die inzag wat de oorzaak van de klachten was, zei: „Maar je hebt je levenspartner verloren. Dat is verschrikkelijk! Het is niet erg om te rouwen en te huilen. Jezus huilde ook toen zijn vriend Lazarus was gestorven.” Daarop barstte de getroffen man in tranen uit.

Van de meer dan 10.000 Getuigen in het gebied hebben 154 de aardbeving niet overleefd. Geschat wordt dat ruim 92 procent van de inwoners van Port-au-Prince door de ramp een of meer familieleden of vrienden heeft verloren. Om de treurenden te helpen, hebben Jehovah’s Getuigen herhaaldelijk bezoeken gebracht bij mensen die in fysiek of emotioneel opzicht getraumatiseerd waren, en hun de gelegenheid gegeven hun hart uit te storten bij iemand die ze konden vertrouwen. De rouwende Getuigen kenden de Bijbelse belofte al van een opstanding en een paradijs op aarde, maar ze hadden ook de behoefte om te praten met meelevende geloofsgenoten en om vriendelijke, bemoedigende woorden te horen.

Heden en toekomst onder ogen zien

De apostel Paulus schreef: „Nu blijven echter geloof, hoop, liefde, deze drie; maar de grootste van deze is de liefde” (1 Korinthiërs 13:13). Die eigenschappen stellen veel Haïtiaanse Getuigen in staat het hoofd te bieden aan de huidige omstandigheden, anderen op te beuren en zonder angst naar de toekomst te kijken. Het is duidelijk dat waar geloof, eenheid en hartelijkheid de basis vormen voor de aanhoudende internationale hulpacties. „Ik heb nog nooit zo veel blijken van liefde gezien”, zei Petra, een Getuige die arts is en uit Duitsland kwam om te helpen. „Ik heb heel veel gehuild, maar meer van vreugde dan van verdriet.”

The Wall Street Journal noemde de aardbeving in Haïti in 2010 „in bepaalde opzichten de meest verwoestende natuurramp die één enkel land ooit heeft meegemaakt”. Toch zijn er sindsdien in de wereld nog meer tragische rampen gebeurd, door toedoen van mensen en door de natuur. Zal daar ooit een eind aan komen? Jehovah’s Getuigen in Haïti en over de hele wereld zijn ervan overtuigd dat God binnenkort de volgende Bijbelse belofte zal vervullen: „Hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan” (Openbaring 21:4).

[Voetnoot]

a Zie hfst. 11, „Waarom laat God lijden toe?”, in het boek Wat leert de bijbel echt?, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

[Inzet op blz. 15]

„Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen Ralphendy daar te laten sterven”

[Inzet op blz. 19]

„Ik ben zo blij dat ik de Getuigen nog steeds overal zie prediken”

[Kader/Illustraties op blz. 17]

NOODWONINGEN VOOR SLACHTOFFERS

Binnen een maand na de beving controleerden enkele Getuigen die civiel ingenieur zijn, welke woningen veilig waren om in terug te keren. Veel gezinnen die hun huis waren kwijtgeraakt, hadden behoefte aan tijdelijke behuizing totdat ze een permanenter onderkomen zouden vinden.

„Voortbouwend op de ervaring van internationale hulporganisaties ontwierpen we een goedkoop, makkelijk te monteren huisje, dat qua maat overeenkwam met de huisjes waarin velen hadden gewoond”, vertelt John, een van de medewerkers van het bijkantoor in Haïti. „Het biedt bescherming tegen regen en wind, zonder dat het gezin gevaar loopt bij volgende bevingen te worden bedolven.” Slechts drie weken na de beving begon een team van Haïtiaanse en internationale vrijwilligers aan de bouw van de tijdelijke onderkomens.

De mensen op straat stonden te juichen toen de vrachtwagens met de onderdelen van de geprefabriceerde huisjes langsreden. Eén Haïtiaanse douanebeambte zei, terwijl hij de invoerdocumenten van de bouwmaterialen ondertekende: „Jehovah’s Getuigen behoorden tot de eersten die de grens over kwamen om de hulpverlening op gang te brengen. Ze praten niet alleen over helpen, ze doen het ook echt.” Binnen een paar maanden na de beving hadden de Getuigen al 1500 woningen neergezet voor mensen die hun huis waren kwijtgeraakt.

[Kaart op blz. 14]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

HAÏTI

PORT-AU-PRINCE

Léogâne

Epicentrum

Jacmel

DOMINICAANSE REPUBLIEK

[Illustratie op blz. 16]

Marla

[Illustratie op blz. 16]

Islande

[Illustratie op blz. 16]

Wideline

[Illustratie op blz. 18]

Een groep Haïtiaanse Getuigen op weg om troost te bieden aan de aardbevingsslachtoffers

[Illustratie op blz. 18]

Een jongen wordt behandeld door een arts in het noodhospitaal dat door Getuigen is opgezet

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen