Gesterkt door zijn geloof
EEN zeventienjarig meisje schreef aan het kantoor van het Wachttorengenootschap in Moldavië, een voormalige sovjetrepubliek, om haar waardering te uiten voor een artikel dat in de Ontwaakt! van 8 juni 1998 was verschenen. Het artikel was getiteld: „Mijn keuze tussen twee vaders” en vertelde de persoonlijke ervaringen van een Armeense jongen.
„Toen ik het artikel las,” legde het meisje uit, „kreeg ik tranen in mijn ogen omdat zijn verhaal lijkt op het mijne.” Zij vervolgde: „Met vijftien jaar begon ik de bijbel te bestuderen en aanvankelijk hadden mijn ouders daar geen bezwaar tegen. Maar toen ik de vergaderingen van Jehovah’s Getuigen ging bezoeken, waren zij daar erg op tegen. Toen ik er in 1997 mee begon de dingen die ik leerde met anderen te delen, zeiden zij: ’Ga naar je Getuige-vrienden en laten die je maar voedsel, kleding en een baan geven. Je bent een slechte dochter!’ Mijn ouders hebben me zelfs fysieke straf toegediend door mijn hoofd tegen de muur te slaan.
Dat was een moeilijke beproeving voor mij. Ik voelde me vaak net zoals die Armeense jongen die zei dat hij zich soms afvroeg of Jehovah wel blij met hem was. Ik dacht: ’Ben ik nergens goed voor? Zal Jehovah mij mijn vroegere zonden vergeven? Houd Jehovah nog wel van mij?’
Het was heel moeilijk, vooral toen ik dacht dat Jehovah niet meer van mij hield. Ik smeekte Jehovah vaak in mijn gebeden, met tranen in mijn ogen, om mij te helpen, mij te sterken zodat ik hem nooit zou verlaten. En inderdaad, ik zag dat Jehovah mijn gebeden hoorde en mijn smekingen beantwoordde. Hij gaf me standvastigheid, vastberadenheid en moed. Dat deed hij vooral door middel van zijn Woord, waarin de psalmist vol vertrouwen verklaarde: ’Ingeval mijn eigen vader en mijn eigen moeder mij werkelijk verlieten, zou toch Jehovah zelf mij opnemen.’ — Psalm 27:10.
Op 27 september 1997 symboliseerde ik mijn opdracht aan Jehovah door me op een kringvergadering van Jehovah’s Getuigen in Kagoel te laten dopen. Ik kan duidelijk zien dat Jehovah, onze liefdevolle hemelse Vader, zijn belofte gestand doet waarover in Psalm 84:11 wordt gesproken: ’Jehovah God is een zon en een schild; gunst en heerlijkheid geeft hij. Jehovah zelf zal niets goeds onthouden aan hen die in onberispelijkheid wandelen.’
Ik ben die Armeense jongen die zijn geloofversterkende verhaal in de Ontwaakt! heeft verteld, heel dankbaar. Ik hoop dat mijn en zijn ouders uiteindelijk interesse voor de leringen van de bijbel zullen tonen.”