Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g99 8/6 blz. 14-20
  • Na Mitch — Redders in actie!

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Na Mitch — Redders in actie!
  • Ontwaakt! 1999
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Mitch treft Honduras
  • El Salvador voelt de razernij van Mitch
  • Mitch trekt voorbij Nicaragua
  • Mitch houdt huis in Guatemala
  • Mitch — De nasleep
  • Gezamenlijk in liefde toenemen
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Orkaan Fifi teistert Honduras
    Ontwaakt! 1975
  • Iets wat geen noodweer weg kon vagen
    Ontwaakt! 2003
  • Hulpacties als deel van onze bediening
    Gods Koninkrijk regeert!
Meer weergeven
Ontwaakt! 1999
g99 8/6 blz. 14-20

Na Mitch — Redders in actie!

De verwoesting die de orkaan Mitch vorig jaar aanrichtte, haalde de krantenkoppen in de hele wereld. Er is echter weinig aandacht geschonken aan de vaak heldhaftige inspanningen die Jehovah’s Getuigen in het werk hebben gesteld om slachtoffers van deze dodelijke orkaan te hulp te komen. Het volgende verslag laat op opmerkelijke wijze zien hoe waar christendom en broederschap kunnen zegevieren, zelfs onder de verschrikkelijkste omstandigheden.

OP 22 oktober 1998 schonken de wateren in het zuidwesten van de Caribische Zee het leven aan een moordenaar. Hij dook op als een tropische depressie. Binnen 24 uur werd hij reeds geclassificeerd als een tropische storm en werd hem een naam gegeven die men zich nog lang met vrees en pijn zal herinneren — Mitch. In kracht toenemend bewoog Mitch naar het noorden. Op 26 oktober was Mitch een orkaan van de vijfde categorie geworden met windsnelheden van 290 kilometer per uur en windstoten van ruim 320 kilometer per uur.

Aanvankelijk leek Mitch te zullen toeslaan op Jamaica en de Cayman Islands. Maar de moordenaar draaide naar het westen en koerste recht op Belize af, aan de kust van Midden-Amerika. In plaats van echter toe te slaan, bleef Mitch dreigend voor de noordkust van Honduras hangen. En toen kwam de moordenaar plotseling in beweging. Op 30 oktober viel Mitch Honduras binnen, een spoor van dood en verwoesting achterlatend.

Mitch treft Honduras

Mitch kondigde zijn aanwezigheid aan met stortregens. „Omstreeks één uur in de ochtend van zaterdag 31 oktober”, herinnert Víctor Avelar zich, een volletijdprediker die in Tegucigalpa woont, „hoorden wij een geluid dat op hevige donder leek. Wat ooit een beekje was geweest, was nu een kolkende rivier! Twee huizen werden met de stroom meegesleurd, terwijl de schreeuwende bewoners erin opgesloten zaten.” In een ander deel van de stad kwamen 32 mensen om in een modderlawine, onder wie 8 personen die met de Getuigen de bijbel bestudeerden. Er kwamen echter geen gedoopte Getuigen om.

De Hondurese overheid reageerde snel op de crisis door opvangcentra voor vluchtelingen in te richten. Ook een internationaal hulpverleningsteam uit meer dan tien landen kwam onmiddellijk in actie. Jehovah’s Getuigen begonnen eveneens initiatieven te nemen op het gebied van hulpverlening, wat ons doet denken aan de bijbelse woorden: „Laten wij . . . het goede doen jegens allen, maar vooral jegens hen die aan ons verwant zijn in het geloof” (Galaten 6:10). Zo werden er hulpverleningscomités gevormd. Omdat de Getuigen zich realiseerden hoe wanhopig de situatie in de kustplaatsen was, organiseerden zij een reddingsactie.

Een Getuige genaamd Edgardo Acosta vertelt: „Op zaterdag 31 oktober kregen wij een bootje en begaven ons naar het overstroomde gebied. Hoewel wij twee broedersa konden redden, beseften wij dat wij een grotere boot nodig hadden om alle broeders en zusters in veiligheid te kunnen brengen. Dus haalden wij een sloep en begonnen zondagochtend vroeg aan een tweede tocht. Uiteindelijk evacueerden wij ieder lid van de gemeente, samen met enkele van de buren — in totaal 189 personen.”

Juan Alvarado hielp bij de reddingswerkzaamheden in de buurt van La Junta. Hij verklaart: „Wij hoorden mensen ’Help! Red ons!’ roepen. Dit was de afschuwelijkste ervaring die ik ooit heb meegemaakt. De broeders konden echt geen kant uit. Velen zaten boven op het dak.” María Bonilla, een overlevende, legt uit: „Het water om ons heen was als een oceaan. Iedereen huilde.” Maar de reddingspogingen waren succesvol. De overlevende Humberto Alvarado zegt: „De broeders redden ons niet alleen maar gaven ons ook onderdak, voedsel en kleding.” Humberto vertelt verder: „Een man die de reddingsoperatie zag, vertelde ons dat niemand van zijn kerk probeerde hem te evacueren — alleen Jehovah’s Getuigen deden dat. Hij is er nu van overtuigd dat Jehovah’s Getuigen de ware religie hebben!”

In een plaatsje dat La Lima heet, zat een groepje Getuigen in een huis vast. Omdat het water om hen heen bleef stijgen, maakten zij een gat in het plafond en klommen op de balken van het plafond. Een Getuige die Gabi heet vertelt: „Wij hadden genoeg voedsel voor een paar dagen. Toen dit op was, waagde een van de broeders zijn leven door het water in te gaan om kokosnoten te plukken. Om onze angst te onderdrukken zongen wij Koninkrijksliederen.” Juan, een dienaar in de bediening, herinnert zich: „Wij dachten niet dat wij het zouden overleven. Dus besloten wij het bijbelse tijdschrift De Wachttoren te bestuderen. Wij begonnen allemaal te huilen omdat wij dachten dat dit de laatste keer was dat wij samen zouden studeren. De studie sterkte ons om erdoorheen te komen.” Zij hielden het acht dagen vol, totdat zij uiteindelijk door reddingsteams gered werden.

Hoewel zij ongedeerd en in leven waren, moesten vele overlevenden van de overstroming de bittere werkelijkheid onder ogen zien. Een Getuige genaamd Lilian geeft toe: „Het is heel pijnlijk om persoonlijke bezittingen zoals kleren, meubelen en familiefoto’s kwijt te zijn. Toen ik zag dat mijn huis vol modder, afval en zelfs slangen zat, was het gewoon verschrikkelijk!” Maar opnieuw bleek de christelijke broederschap van onschatbare waarde te zijn. „Broeders kwamen helpen”, zegt Lilian. „Mijn man, die geen Getuige is, vroeg: ’Hoe kunnen wij hen terugbetalen voor al hun werk?’ Een van de zusters antwoordde door tegen mij te zeggen: ’Je hoeft mij niet te bedanken. Ik ben je zuster!’”

El Salvador voelt de razernij van Mitch

Terwijl de orkaan Mitch westwaarts richting El Salvador voortraasde, zwakte hij af. Maar hij bezat nog steeds dodelijke kracht. Jehovah’s Getuigen in El Salvador waren op dat moment regelingen voor het „Gods weg ten leven”-districtscongres aan het treffen. Er werden meer dan 40.000 bezoekers verwacht. Toen Mitch er aankwam, leek de kans dat alle broeders en zusters dat congres zouden kunnen bijwonen, verkeken. Rivieren traden buiten hun oevers en verzwolgen oogsten, snelwegen en huizen. Op de door ontbossing aangetaste heuvels ontstonden enorme modderlawines.

Nelson Flores was de presiderende opziener van de gemeente van Jehovah’s Getuigen in Chilanguera. Toen hij op zaterdagochtend 31 oktober wakker werd, ontdekte hij dat aan de overkant van de rivier waar ooit Chilanguera lag, nu niets meer stond! Vijfhonderd huizen waren weggevaagd! Uit bezorgdheid voor het leven van zijn geestelijke broeders en zusters sprong Nelson, zich weinig om zijn eigen veiligheid bekommerend, in de gezwollen rivier. „Toen ik de overkant bereikte,” weet Nelson nog, „stond ik op en probeerde mij te oriënteren. Ik was elke dag door dit gebied gekomen wanneer ik van huis tot huis predikte, maar ik kon geen enkel vertrouwd punt terugvinden!”

Die nacht waren er in Chilanguera zo’n 150 mensen omgekomen. Onder hen bevonden zich verschillende personen die met Jehovah’s Getuigen de bijbel bestudeerden. Er kwamen echter geen gedoopte Getuigen om.

Al gauw begonnen de reddingspogingen. Arístedes Estrada, die bij het organiseren van deze werkzaamheden assisteerde, legt uit: „Het werd ons niet toegestaan Chilanguera binnen te gaan. Het water steeg nog steeds! Ik zal nooit de aanblik vergeten van mensen die om hulp riepen maar door reddingswerkers die voor hun eigen leven moesten vluchten, in de steek werden gelaten.” Na verloop van tijd echter werden alle broeders en zusters veilig geëvacueerd. Koninkrijkszalen dienden als opvangcentra voor vluchtelingen. Ook werden er Getuigen bij ziekenhuizen, scholen en op andere plaatsen geposteerd, waar zij op lijsten met gewonden en daklozen naar de namen van Getuigen konden zoeken. Plaatselijke gemeenten stelden snel voedsel en benodigde goederen beschikbaar.

Het was evenwel niet altijd gemakkelijk de goederen naar verzamelpunten te krijgen. Broeders uit Corinto gingen op pad met een lading groenten en fruit afkomstig van hun eigen akkers, maar stuitten op een aardverschuiving die de weg versperde. De oplossing? Zij groeven zich erdoorheen! Aanvankelijk keken de omstanders sceptisch toe. Maar na een tijdje werden zij ertoe bewogen mee te helpen om de weg vrij te maken. De broeders uit Corinto kwamen onder de modder op hun bestemming aan, maar zij waren blij hun bijdrage te hebben geleverd.

Het bijkantoor van het Wachttorengenootschap diende als een van de verzamelpunten. Gilberto, een van de personeelsleden die hielp toen de schenkingen werden afgeleverd, herinnert zich: „Het was ongelooflijk! Er kwamen zo veel voertuigen dat er vrijwilligers moesten worden aangewezen om het verkeer op de parkeerplaats en in de straat vóór het bijkantoor te regelen.” Er werd naar schatting 25 ton kleding en 10 ton voedsel geschonken. Het kostte vijftien vrijwilligers een hele week om de kleding te sorteren en te verzenden.

Mitch trekt voorbij Nicaragua

Mitch trok dicht genoeg langs de grens van Nicaragua om ook in dat land een verwoestende hoeveelheid regen te laten vallen. Duizenden huizen werden verwoest en wegen spoelden weg. In de buurt van Posoltega werden hele dorpen — en meer dan 2000 mensen — onder een modderlawine bedolven.

Toen de Getuigen in Nicaragua over de tragedie vernamen, werd er een reusachtige hulpcampagne op touw gezet. Vrijwilligers werden uitgezonden om een zware en gevaarlijke hulpactie te ondernemen teneinde hun broeders te vinden. Twee groepen Getuigen, één uit León (een plaats ten zuiden van Posoltega) en één uit Chichigalpa (een plaats ten noorden ervan), vertrokken naar Posoltega, en iedere broeder droeg een zwaar pakket met levensmiddelen. Reddingswerkers waarschuwden dat de weg daarnaartoe vrijwel onbegaanbaar was, maar de broeders waren vastberaden.

Vroeg in de ochtend van maandag 2 november laadden de broeders uit León de levensmiddelen op een vrachtwagen en reden tot aan een weggespoelde brug. Na de vrachtwagen uitgeladen te hebben, vormden de broeders twee groepjes fietsers: Eén groepje zou naar Posoltega gaan en het andere naar een overstroomd plaatsje genaamd Telica. Eerst zonden de broeders een gebed op. „Na het gebed”, zegt een van de reddingswerkers, „voelden wij een enorme kracht over ons komen.” Die zouden zij nodig hebben. Zij moesten grote sloten oversteken, soms al glijdend door de modder en andere keren met hun fiets op de schouders. Vaak blokkeerden omgevallen bomen hun pad. En zij moesten de gruwelijke aanblik verduren van lijken die in waterplassen dreven.

Verbazingwekkend genoeg kwamen de fietsers uit León en Chichigalpa bijna tegelijk in Posoltega aan! Nerio López, een lid van de reddingsploeg, verhaalt: „Mijn fiets had versleten banden. Ik dacht dat ik er hooguit een kilometer of twee mee zou halen.” Maar op de een of andere manier begaf de fiets het niet. Pas op de terugweg klapten beide banden. Hoe dan ook, de broeders waren de eerste reddingswerkers die er aankwamen. Wat een vreugde voelden zij toen zij een groep plaatselijke christelijke broeders en zusters tegenkwamen! „Ik ben Jehovah en onze broeders zo dankbaar voor hun ondersteuning en hulp”, zei een zuster. „Wij hadden nooit gedacht dat onze broeders ons zo vlug zouden komen helpen.”

Dit was nog maar de eerste van een aantal fietsexpedities die naar overstroomde plaatsen werden ondernomen, en in veel gevallen waren de broeders als allereerste reddingswerkers ter plekke. In Larreynaga was men getuige van het schouwspel dat zestien broeders op de fiets arriveerden! De plaatselijke broeders waren tot tranen toe bewogen door hun inspanningen. Soms moesten de fietsers meer dan 20 kilo op hun rug dragen. Twee broeders droegen meer dan 100 kilo levensmiddelen naar El Guayabo! Eén fietser die zoveel hij kon op zijn fiets vervoerde, voelde zich gesterkt door over de bijbeltekst in Jesaja 40:29 te mediteren: „[Jehovah] geeft de vermoeide kracht, en degene zonder dynamische energie schenkt hij volledige sterkte in overvloed.”

Getuigen in Tonalá zonden een boodschapper naar de verantwoordelijke broeders om te berichten dat hun voedselvoorraden bijna op waren. Toen de boodschapper aankwam, hoorde hij tot zijn verbazing dat er al hulpgoederen verzonden waren! En bij zijn thuiskomst stond er in zijn huis voedsel op hem te wachten. Marlon Chavarría, die hielp om hulpgoederen naar het overstroomde gebied rond Chinandega te brengen, herinnert zich: „In één plaats waren 44 Getuige-gezinnen. Maar 80 gezinnen trokken er voordeel van omdat de broeders hun voedsel deelden.”

Deze hulpverlening kwam de autoriteiten ter ore. De burgemeester van Wamblán schreef de Getuigen het volgende: „Wij schrijven u omtrent de mogelijkheid wat hulp te ontvangen. . . . Wij zien hoe u uw broeders en zusters hier in Wamblán helpt, en wij willen weten of u ook iets voor ons kunt doen.” Jehovah’s Getuigen reageerden door voedsel, medicijnen en kleding te sturen.

Mitch houdt huis in Guatemala

Mitch had Honduras en El Salvador nog niet verlaten of hij viel Guatemala binnen. Sara Agustín, een Getuige die ten zuiden van Guatemala-Stad woont, werd wakker door het geluid van woeste waterstromen. Het ravijn waarin zij woonde, was in een bulderende rivier veranderd. Vaak had zij bij haar buren aangeklopt om de bijbelse waarheid te delen. Nu ging zij van deur tot deur om wanhopig te proberen hen wakker te maken! Later stortte een modderlawine van de heuvel af en bedolf veel van de huizen van haar buren. Sara greep een schop en begon overlevenden te helpen, waarbij zij zeven kleine kinderen uit de modder groef. Daar Sara vroedvrouw van beroep is, had zij geholpen een van deze kinderen ter wereld te brengen. Helaas was Vilma, een meisje in de tienerleeftijd bij wie Sara onlangs bijbelse lectuur had verspreid, een van de doden.

Hoewel Mitch veel van zijn woede verloren had, richtte de constante regen aanzienlijke schade aan oogsten, bruggen en huizen aan. Grote hoeveelheden goederen werden naar het plaatselijke bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in Guatemala gestuurd, en er werd besloten dat een deel ervan gebruikt kon worden om de broeders in Honduras te helpen. Omdat veel bruggen vernield waren en het vliegveld onder water stond, moesten de goederen verscheept worden. Frede Bruun, van het bijkantoor, vertelt: „Wij huurden een acht meter lange boot van polyester en vertrokken met ongeveer een ton medicijnen en voedsel. Na een angstaanjagende tocht over een ruwe zee bereikten we uiteindelijk, tot op onze huid doorweekt, de haven van Omoa.”

Mitch — De nasleep

Het leek erop dat Mitch boven Zuidoost-Mexico tot bedaren zou komen. Met zijn laatste krachten zette Mitch echter koers naar het noordoosten en stortte zich op Zuid-Florida (VS). Maar Mitch gaf al gauw de moed op. Hij trok zich terug op de Atlantische Oceaan en legde al snel het loodje. Op 5 november waren alle tropische-stormwaarschuwingen ingetrokken.

Volgens sommige deskundigen is Mitch „de dodelijkste orkaan die de afgelopen twee eeuwen het westelijk halfrond heeft getroffen!” Het uiteindelijke dodental kan wel tot 11.000 oplopen; duizenden mensen worden nog vermist. Meer dan drie miljoen raakten dakloos of werden op zijn minst ernstig getroffen. De Hondurese president Carlos Flores Facusse verzuchtte: „Wij hebben verloren wat wij in vijftig jaar beetje bij beetje hadden opgebouwd.”

Veel getuigen van Jehovah verloren door Mitch hun huis. Helaas bestaat in een aantal gevallen het stuk land waarop hun huis stond, zelfs niet meer! Niettemin troffen Jehovah’s Getuigen regelingen om velen bij het repareren of herbouwen van hun huis te helpen.

Tragische rampen zoals de orkaan Mitch vormen een grimmige herinnering aan het feit dat wij in ’kritieke tijden leven die moeilijk zijn door te komen’ (2 Timotheüs 3:1-5). Ware bescherming tegen zulke rampen zal pas komen wanneer Gods koninkrijk het bestuur van deze planeet op zich neemt (Mattheüs 6:9, 10; Openbaring 21:3, 4). Toch zijn Jehovah’s Getuigen dankbaar dat geen van hun broeders en zusters het leven heeft verloren als een direct gevolg van Mitch.b Velen werden door gehoorzaamheid aan plaatselijke evacuatiebevelen en door goede organisatie van de plaatselijke gemeenten geholpen zich in veiligheid te brengen.

Tijdens de afgelopen maanden hebben Jehovah’s Getuigen in de getroffen landen er hard aan gewerkt weer in hun routine van geestelijke activiteiten te komen. In El Salvador bijvoorbeeld werden regelingen getroffen om de slachtoffers van de orkaan te helpen het districtscongres bij te wonen dat slechts een paar dagen nadat Mitch voorbij was gekomen, werd gehouden. Er werden bussen gehuurd om vervoer te verschaffen en er werd onderdak verkregen. Er werd zelfs medische verzorging voor de zieken geregeld zodat ook zij aanwezig konden zijn! Het congres was een succes, met een hoogtepunt van 46.855 aanwezigen — veel meer dan aanvankelijk verwacht werd. „Wij waren getraumatiseerd door wat wij hadden meegemaakt”, erkent José Rivera, een Salvadoraanse broeder die door Mitch zowel zijn huis als zijn bedrijf verloor. „Maar wij kwamen als een ander mens van dat congres vandaan wegens de gastvrijheid die wij van de broeders en zusters ondervonden hebben.” Berichten tonen aan dat het vergaderingsbezoek bij Jehovah’s Getuigen in deze landen spectaculair gestegen is — een direct gevolg van het feit dat buitenstaanders onze hulpverlening hebben gezien.

Maar het gebeurde heeft waarschijnlijk de grootste uitwerking gehad op de Getuigen zelf. Carlos, een overlevende van de overstromingen in Honduras, zegt: „Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt. Ik heb persoonlijk de liefde en genegenheid van mijn broeders gevoeld.” Ja, ooit zal de schade die de orkaan Mitch heeft aangericht, tot het verleden behoren. Maar de liefde die getuigen van Jehovah aan de dag hebben gelegd, van wie velen met gevaar voor eigen leven hun broeders en zusters te hulp kwamen, zal nooit worden vergeten.

[Voetnoten]

a Jehovah’s Getuigen noemen elkaar gewoonlijk „broeder” en „zuster”.

b In de nasleep van de orkaan steeg het aantal gevallen van infectieziekten. Eén Getuige in Nicaragua is daaraan overleden.

[Kader/Illustratie op blz. 19]

Naburige Getuigen bieden een helpende hand

TOEN meteorologen voorspelden dat Belize door de orkaan Mitch getroffen zou worden, bereidde de natie zich voor. Omdat de regering de evacuatie van alle kust- en laaggelegen gebieden verordend had, trokken Jehovah’s Getuigen zich terug naar de hoofdstad, Belmopan, bijna tachtig kilometer landinwaarts, of naar andere hoger gelegen plaatsen.

Gelukkig bleef Belize de ergste woede van Mitch bespaard. Maar toen de broeders in Belize over de situatie van hun broeders in Honduras, Nicaragua en Guatemala vernamen, schonken zij voedsel, kleding, gezuiverd drinkwater en geld.

Zo’n reactie was eigenlijk typerend voor broeders in alle buurlanden. Getuigen in Costa Rica verscheepten vier enorme containers met voedsel, kleding en medicijnen. Broeders in Panama zetten vier centra op voor het ontvangen, sorteren en inpakken van geschonken goederen. Binnen een paar dagen was er meer dan 20.000 kilo aan hulpgoederen ingezameld. Iemand die geen Getuige is, merkte op: „Ik dacht dat het leger het beste was in het organiseren van hulpverlening. Maar nu zie ik dat Jehovah’s Getuigen dat zijn.” Getuigen zijn nu begonnen deze man regelmatig te bezoeken om bijbelse waarheden met hem te delen.

Een broeder in het transportwezen stelde een vrachtwagen met oplegger en een chauffeur (geen Getuige) beschikbaar om hulpgoederen naar Nicaragua te brengen. Beambten in zowel Panama als Costa Rica lieten douaneformaliteiten achterwege toen zij de vrachtwagen hun grenzen lieten passeren. Een benzinestation schonk voldoende brandstof om de twee tanks van de vrachtwagen te vullen — genoeg voor de heen- en terugreis! Ook in Nicaragua lieten douanebeambten het inspecteren van de pakketten vervallen. „Als dit van Jehovah’s Getuigen afkomstig is, hoeven wij het niet te inspecteren”, zeiden ze. „Wij hebben nog nooit problemen met hen gehad.”

Vervoer over land naar Honduras was echter niet mogelijk. Maar een christelijke zuster die voor de Hondurese ambassade werkt, kon het via de ambassade regelen om hulpgoederen per vliegtuig te versturen — gratis! Op deze manier werd meer dan 10.000 kilo aan benodigdheden verzonden.

Het is interessant dat enkele niet-Getuigen zeer bewogen waren door de hulpverlening van de Getuigen. Enkele bedrijven schonken kartonnen dozen, plakapparaten en plastic laadkisten. Anderen gaven geldelijke bijdragen en kortingen. Luchthavenpersoneel in Panama was vooral ontroerd toen zij zagen hoe ruim twintig Getuigen vrijwillig hielpen bij het uitladen van de schenking die naar Honduras moest. De volgende dag kwamen enkele van deze personeelsleden met een bijdrage die zij onder elkaar hadden ingezameld.

[Kader op blz. 20]

Soortgelijke hulpverlening in Mexico

MEXICO ondervond weinig schade van de orkaan Mitch. Maar slechts een paar weken voordat die moordenaar in Midden-Amerika toesloeg, waren er enorme overstromingen in de staat Chiapas. Ongeveer 350 dorpsgemeenschappen werden getroffen; complete dorpen zijn verdwenen.

De overstromingen veroorzaakten uiteraard veel moeilijkheden voor getuigen van Jehovah in dat gebied. Maar het snelle optreden door de ouderlingen van de plaatselijke gemeenten droeg er vaak toe bij de schade van het noodweer te beperken. In één kleine gemeenschap bijvoorbeeld bezochten de ouderlingen ieder lid van de gemeente en waarschuwden hen hun toevlucht te zoeken in de Koninkrijkszaal als de regens aanhielden. De zaal werd geacht het sterkste gebouw in die gemeenschap te zijn. Tegen zonsopgang werd het dorp getroffen door de gecombineerde krachten van twee buiten hun oevers getreden rivieren! De Getuigen — en een aantal van hun buren — overleefden de meedogenloze aanval door naar het dak van de Koninkrijkszaal te vluchten. Geen enkele Getuige verloor het leven.

Toch waren zo’n 1000 Getuigen in Mexico gedwongen onderdak te zoeken in opvangcentra van de overheid. Ongeveer 156 huizen van Getuigen werden totaal verwoest en 24 beschadigd. Ook zeven Koninkrijkszalen werden volledig verwoest.

Dus werden er zes hulpcomités georganiseerd om in de behoeften van getuigen van Jehovah en hun buren te voorzien. Voedsel, kleding, dekens en andere benodigdheden werden snel gedistribueerd. Toen de plaatselijke overheid op de hoogte werd gebracht van de omvang van de hulpverlening, zeiden zij: „Zelfs het leger heeft het niet zo vlug kunnen doen.”

Jehovah’s Getuigen hebben al lang de reputatie eerlijk te zijn, en dit heeft vaak in hun voordeel gewerkt. Toen bijvoorbeeld een groep mensen de plaatselijke autoriteiten om hulp verzocht, werd hun gevraagd of er ook Jehovah’s Getuigen in hun gemeenschap waren. Toen zij dat bevestigden, zeiden de beambten: „Breng dan een van hen hiernaartoe zodat wij hem de hulpgoederen kunnen geven!”

Een plaatselijke gemeenteouderling vat de zaken goed samen wanneer hij schrijft: „De broeders en zusters hebben ondanks deze catastrofe een positieve instelling behouden. Veel broeders uit nabijgelegen gemeenschappen zijn ons met gevaar voor eigen leven te hulp gekomen met voedsel en bijbelse publicaties om ons te sterken. Wij hebben veel waarvoor wij Jehovah kunnen danken.”

[Kaart op blz. 14]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

Mexico

Guatemala

Belize

El Salvador

Honduras

Nicaragua

Costa Rica

[Illustratie op blz. 15]

HONDURAS

◼ De Guacerique

[Illustraties op blz. 16]

EL SALVADOR

◼ Hoofdstraat in Chilanguera

◼ José Lemus en zijn dochters overleefden het, en de Koninkrijkszaal ook

◼ José Santos Hernandez voor zijn verwoeste huis

[Illustraties op blz. 17]

NICARAGUA

◼ De eerste groep die naar Telica fietste

◼ Getuigen in El Guayabo waren blij zakken voedsel te ontvangen

[Illustraties op blz. 18]

NICARAGUA

◼ Vrijwilligers herbouwen het eerste van vele huizen

◼ Getuigen uit plaatselijke gemeenten hielpen bij het inpakken van voedselzakken

[Illustratie op blz. 18]

GUATEMALA

◼ Door Sara’s hulp werden zeven kinderen uit de modder gered

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen