Godsdienst in het huidige Polen
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN POLEN
DE POOLSE bevolking staat er wereldwijd om bekend zeer religieus te zijn. Ongeveer 95 procent van de bevolking zelfs zegt rooms-katholiek te zijn.
Religieuze vieringen worden in dit land zeer serieus genomen en behoren onverbrekelijk bij de nationale traditie. Vooral op het platteland kunnen godsdienstige feestdagen heel kleurrijk en feestelijk zijn. De deelnemers gaan getooid in klederdracht en men doet mee aan spelen.
De pers besteedt geregeld aandacht aan zulke evenementen, evenals aan pelgrimstochten naar beroemde bedevaartoorden en aan processies. Doopplechtigheden, kerkelijke huwelijken, naamdagen en eerste communies zijn eveneens gelegenheden die hoog in ere worden gehouden.
In 1978 werd Karol Wojtyla uit Polen paus Johannes Paulus II. Dat gaf een verdere impuls aan het katholieke geloof in Polen. Telkens wanneer hun landgenoot zijn geboorteland bezoekt, wordt hij door trotse menigten begroet.
Al deze godsdienstige activiteiten geven mensen buiten Polen de indruk dat het Poolse volk een krachtig en openlijk beleden geloof deelt. Maar in Polen laten katholieke leiders en andere waarnemers zich bezorgd uit over de veranderende opvattingen en gewoonten van steeds meer kerklidmaten.
Het Poolse perspectief
Prominente vertegenwoordigers van de Poolse katholieke hiërarchie hebben evenals journalisten en sociologen een andere mening over de toestand van de katholieke godsdienst in het Polen van nu. Steeds vaker doen leidende persoonlijkheden krachtige uitspraken naar aanleiding van de verergering van de misdaad, het verval van de morele maatstaven en de afnemende belangstelling voor de kerkelijke leer en godsdienstbeoefening. De discussie gaat voornamelijk over de vraag: Welke invloed heeft de populaire rooms-katholieke vorm van aanbidding op het dagelijks leven van de bevolking?
De Poolse primaat Józef Glemp constateerde bijvoorbeeld een toegenomen secularisatie onder de bevolking en sprak van de noodzaak de golf van neopaganisme in het land tegen te gaan. In het katholieke blad Ład gaf de schrijver Wojciech Chudy een meer gedetailleerde analyse van de situatie. Hij zei: ’Wij moeten de kwestie beschouwen die priesters, sociologen en godsdienstpsychologen al jaren zorgen baart — de duidelijke kloof tussen het godsdienstig en het dagelijks leven. Je luistert naar een preek, maar op het moment dat je de kerk verlaat, vergeet je Gods wereld gewoon. Je gaat een andere wereld binnen, de wereld van onze dagelijkse strijd, waar je leeft alsof er helemaal geen God bestaat.’
Aartsbisschop Henryk Muszyński, vice-voorzitter van de bisschoppenconferentie, gaat een stapje verder. Hij zegt: „Het Evangelie is er niet in geslaagd ons innerlijk te hervormen. De Polen zijn slechts statistisch christenen. Het valt niet te ontkennen dat de meeste mensen het christendom meer als een gewoonte dan als een godsdienst bezien.”
Veranderde waarden — Veranderd gedrag
Uit zulke uitspraken blijkt dat vooraanstaande vertegenwoordigers van de kerk zich zorgen maken over de diepgaande veranderingen in de algemene waarden en het gedrag van de bevolking. Zo blijkt de voorheen normale godsdienstige vroomheid plaats te maken voor andere belangen.
Ter illustratie: bij één sociologisch onderzoek gaven Polen te kennen dat voor hen het gezin op de eerste plaats kwam, gevolgd door eerlijkheid, rechtvaardigheid, goedheid en betrouwbaarheid. Dingen die met God en godsdienst verband hielden, kwamen pas op de zestiende plaats. Een gevolg daarvan is een daling in het kerkbezoek, zelfs onder de velen die zeggen gelovig te zijn.
Poolse bisschoppen maken zich ook zorgen over cijfers waaruit een wijdverbreide geringschatting van de kerkelijke leer spreekt. Zo zei in een onderzoek naar godsdienstige aangelegenheden door Irena Borowik van de Jagielloński-universiteit slechts 50 procent van de geïnterviewden dat zij in het hiernamaals geloofden, vond 47 procent dat het priesters toegestaan moest zijn te trouwen en keurde 64 procent echtscheiding goed.
Uit een ander onderzoek, gepubliceerd in het blad Wprost, bleek dat „69 procent van de Poolse bevolking het niet eens is met het kerkelijk verbod op het gebruik van voorbehoedmiddelen, 56 procent tegen het verbod op abortus is en 54 procent voorechtelijke seks goedkeurt”. Deze cijfers weerspiegelen de huidige verdeeldheid van denken binnen de kerk.
De kerk heeft de afgelopen twee decennia veel achting afgedwongen met haar rol in de strijd tegen het communisme. Maar nu schijnt de voortdurende kerkelijke betrokkenheid bij politieke en maatschappelijke kwesties wrevel op te roepen, met een nog diepere kloof tussen kerklidmaten en de kerkelijke hiërarchie als gevolg.
Wat is de ware oplossing?
Vóór de historische politieke veranderingen van 1989 waren door de regering specifieke gedragsregels opgelegd. Vele daarvan bestaan nu niet meer. Een nieuw politiek stelsel heeft democratie en persoonlijke vrijheid gebracht, maar ook de strijd om in een geliberaliseerde vrije-markteconomie het hoofd boven water te houden. Velen hier zijn van mening dat de Poolse samenleving gewoon niet voorbereid was op zo’n radicale verandering. Wat ontbrak eraan?
Voor morele en geestelijke overleving in de huidige wereld is geloof nodig dat gebaseerd is op iets wat dieper gaat dan godsdienstige gewoonte of ceremonie. Elk individu moet een geloof verwerven dat stevig geworteld is in persoonlijke kennis en begrip van Gods Woord, de bijbel.
Paus Johannes Paulus II zelf erkende onlangs de noodzaak dat christenen geregelde lezers van de Heilige Schrift zijn. Hij nodigde mensen uit „een intenser en frequenter contact met het Woord Gods te cultiveren” en voegde eraan toe: „De Heilige Schrift leren lezen is van fundamenteel belang voor de gelovige: het is de eerste trede van een ladder, die verder gaat met meditatie en zo met oprecht bidden.” De paus moedigde „iedereen die op zoek is naar de waarheid” aan, „zich dagelijks te voeden met het brood van het Woord des Levens”.
Negentien eeuwen geleden, lang voordat het leven zo hectisch en onzeker werd als het nu is, vroeg Jezus Christus aan God zijn discipelen te beschermen tegen de geestelijk verzwakkende invloeden om hen heen. Hij bad: „Heilig hen door middel van de waarheid; uw woord is waarheid” (Johannes 17:17). En de bijbel „is waarheid” omdat hij Gods Woord is, niet het woord van mensen. De apostel Paulus schreef aan een gemeente: „Toen gij Gods woord hebt ontvangen, hetwelk gij van ons hebt gehoord, hebt gij het niet als het woord van mensen aangenomen, maar, wat het ook inderdaad is, als het woord van God.” — 1 Thessalonicenzen 2:13.
Omdat de bijbel „Gods woord” en „waarheid” is, kan hij voorzien in dat wat wij nodig hebben om ons te sterken in deze ongodsdienstige wereld. De bijbel verklaart: „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten, streng te onderrichten in rechtvaardigheid, opdat de mens Gods volkomen bekwaam zij, volledig toegerust voor ieder goed werk.” — 2 Timotheüs 3:16, 17.
Veel oprechte en intelligente mensen in Polen en overal ter wereld merken dat persoonlijke studie van de bijbel een deugdelijke basis verschaft voor geloof in God en zijn voornemen. Het is dat soort geloof dat hun de kracht geeft om in de huidige steeds ongodsdienstiger wereld een echt christelijk leven te leiden.
[Inzet op blz. 16]
„De Polen zijn slechts statistisch christenen.” — Een Poolse aartsbisschop
[Inzet op blz. 17]
Er heerst een wijdverbreide geringschatting van de kerkelijke leer
[Kaart/Illustraties op blz. 15]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
POLEN