De plaag grijpt om zich heen
De kleine Robert was nog maar elf jaar, maar hij werd met zijn gezicht omlaag onder een verlaten brug gevonden. Er zaten twee kogelgaten in zijn achterhoofd. Verondersteld werd dat hij door leden van zijn eigen jeugdbende om het leven gebracht was.
De vijftienjarige Alex was op weg lid van een bende te worden en misschien ook op weg naar een voortijdig graf. Maar hij zag een vriend sterven en dacht bij zichzelf: ’Zo wil ik niet aan mijn eind komen.’
GEWELDDADIGE straatbendes, eens geassocieerd met de alom bekende bendes de Bloods en de Crips uit Los Angeles, komen nu wereldwijd voor. Maar waar ze ook zijn, bendes lijken verbazend veel op elkaar.
Engelands „Teddy Boys” schokten de wereld in de jaren ’50. Volgens de Londense Times gebruikten zij bijlen, messen, fietskettingen en andere wapens om onschuldige mensen „verschrikkelijke verwondingen toe te brengen”. ’Er braken messengevechten uit, in cafés werd alles kort en klein geslagen en koffiehuizen veranderden in een puinhoop.’ Mensen werden lastig gevallen, beroofd, in elkaar geslagen en soms vermoord.
De Hamburgse krant Die Welt berichtte dat de laatste tijd jonge mensen „op weg naar de disco of op weg naar huis” zijn aangevallen door bendes die met „honkbalknuppels, messen en pistolen” gewapend waren. In de Münchense Süddeutsche Zeitung stond dat skinheads in Berlijn iedereen aanvallen „die onmiskenbaar zwakker is — daklozen, gehandicapten, bejaarde vrouwen”.
Een correspondent voor Ontwaakt! in Spanje berichtte dat het probleem van tienerbendes daar van recente datum is maar groeit. In ABC, een Madrileense krant, stond de kop „Skinheads — De nieuwe nachtmerrie in de straten”. Volgens een voormalige skinhead uit Spanje hebben zij een goede neus voor het opsporen van „buitenlandse varkens, prostituées en homoseksuelen”. Hij vervolgde: „Een nacht zonder geweld [was] waardeloos.”
In Zuid-Afrika schreef de Cape Times dat veel van de geweldsmisdrijven daar „het bijprodukt van een gevaarlijke bendecultuur” zijn. In een in Kaapstad verschenen boek staat dat Zuidafrikaanse bendes gingen „parasiteren” op de armere woonwijken en dat ze „mensen uit hun eigen bevolkingsgroepen beroofden en verkrachtten en naar hartelust onderling vochten om territoriums, markten en vrouwen”.
O Estado de S. Paulo, een Braziliaanse krant, schreef dat de bendes zich er „in angstaanjagend tempo vermenigvuldigen”. De krant berichtte dat ze rivaliserende bendes, welgestelde jongeren, mensen van andere rassen en arme, rondtrekkende seizoenarbeiders aanvallen. Op een dag vormden verscheidene bendes als het ware een vangnet, „beroofden mensen op het strand en vochten onderling”; ze veranderden een grote laan in Rio de Janeiro in een waar „oorlogsgebied”. Volgens een ander bericht uit Brazilië neemt het aantal bendes zowel in grote steden zoals São Paulo en Rio de Janeiro als in kleinere plaatsen toe.
Het Canadese blad Maclean’s merkte in 1995 op dat er volgens schattingen van de politie minstens acht straatbendes actief waren in Winnipeg (Canada). En kranten in de Verenigde Staten hebben foto’s gepubliceerd van bendeleden die bendekleding en graffiti hebben geïntroduceerd in geïsoleerde Indianenreservaten in het zuidwesten van het land.
In de stad New York is het vorig jaar tot een golf van bendegeweld gekomen. Daar zouden leden van de Bloods en de Crips, bendes die oorspronkelijk prominent figureerden in Los Angeles, bij betrokken zijn geweest. Volgens de burgemeester van New York verrichtte de politie tussen juli en september 702 arrestaties bij incidenten die rechtstreeks verband hielden met straatbendes.
Het probleem is niet langer beperkt tot grote steden. De Quad-City Times, die in het midden van de Verenigde Staten verschijnt, sprak van „toegenomen geweld onder tieners, buitensporig drugsgebruik en een groeiend gevoel van wanhoop”.
Een hartverscheurende plaag
Van één bende wordt gezegd dat ze als een groep vrienden is begonnen. Maar met het slechter worden van de reputatie van de leider nam ook het geweld toe. De bendeleider woonde in het huis van zijn grootmoeder, dat herhaaldelijk beschoten werd, zelfs als zij thuis was. Een krant berichtte dat er meer dan vijftig kogelgaten in het huis zaten. De schoten waren blijkbaar afgevuurd als vergelding voor daden waarvan de bende van de kleinzoon beschuldigd werd. Bovendien zat de broer van de bendeleider in de gevangenis als gevolg van bende-activiteiten, terwijl zijn neef, die verhuisd was om het geweld uit de weg te gaan en voor een bezoekje naar huis was gekomen, was doodgeschoten door iemand in een langsrijdende bestelwagen.
In Los Angeles schoten bendeleden op een auto en doodden een onschuldig driejarig meisje waarvan de moeder en haar vriend bij vergissing de verkeerde straat waren ingereden. Een kogel sloeg in bij een school en raakte een onderwijzer die leerlingen probeerde te leren hoe zij verbeteringen in hun leven konden aanbrengen. Ook veel anderen zijn gedood die niets met bendes te maken hadden maar er het slachtoffer van werden. Een moeder in Brooklyn (New York) raakte in haar buurt bekend wegens haar wel heel droeve lot — zij had alle drie haar zoons, jonge knapen nog, verloren door bendegeweld.
Waaraan is deze mondiale plaag van jeugdig geweld toe te schrijven, en hoe kunnen wij onze dierbare kinderen ertegen beschermen? Hoe beginnen bendes trouwens en waarom sluiten zo veel jongeren zich erbij aan? Deze vragen worden in de volgende artikelen besproken.
[Illustratieverantwoording op blz. 3]
Scott Olson/Sipa Press