Wij vluchtten voor bommen — 50 jaar later!
„Er zullen hier straks bommen ontploffen. Iedereen dekking zoeken!”
MET deze woorden werden mijn man en ik door een politieagent gesommeerd het huis te verlaten en in een nabijgelegen betonnen bunker te gaan schuilen. De mededeling kwam nogal als een schok. Tenslotte bevonden wij ons niet in een door oorlog verscheurd deel van de wereld; wij logeerden bij vrienden op een van de schitterende afgelegen atollen van de Marshalleilanden, in Micronesië.
Wij zouden een week bij een vriendin en haar man op het kleine eiland Tarawa doorbrengen. Zij was de enige getuige van Jehovah op het eiland, en wij wilden haar helpen bij de prediking tot de plaatselijke bevolking.
De Marshallezen zijn vriendelijk van aard en praten heel graag over de bijbel. Aangezien onlangs het boek U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven in de plaatselijke taal was uitgegeven, was dit een goede gelegenheid voor ons om er een aantal van te verspreiden. Iedereen die het boek wilde hebben, beloofde het te zullen lezen en het niet als een ken karawan, of mascotte, te gebruiken om er demonen mee af te weren. Een populair gebruik daar is om een opgerolde bladzijde van de bijbel in een fles te doen en die dan op te hangen aan een balk of een dichtbij staande boom, omdat men denkt dat dit boze geesten zal weghouden.
Wij genoten van ons verblijf, maar toen de zaterdag aanbrak, beseften wij al snel dat hier verandering in zou komen. Wij waren die dag ’s morgens vroeg begonnen met een aangename duik in het heldere warme water van de lagune. Van het strand komend, zagen wij een grijs schip naderen dat er onheilspellend uitzag. Niet lang daarna kwamen wij erachter wat het kwam doen. Een politieagent legde uit dat er een team van zeven Amerikaanse militairen was gearriveerd om oude bommen op het eiland onschadelijk te maken. Om de veiligheid van de mensen te waarborgen, zouden de huizen worden geëvacueerd en de eilandbewoners zouden de dag in bunkers doorbrengen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Japanners waren gebouwd.
Deze bunkers, die bezoekers aan Tarawa vrijwel meteen opmerken, zijn een getuigenis van een gruwelijk verleden. Van een afstand lijkt het eiland net een tropisch paradijs, maar van dichtbij wordt het duidelijk dat de schoonheid van Tarawa wordt ontsierd door de littekens van een oorlog die zo’n vijftig jaar geleden eindigde. Het eiland, dat ooit een belangrijke Japanse luchtmachtbasis was, ligt bezaaid met herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Overal liggen roestende souvenirs van de oorlog — gevechtsvliegtuigen, geschut en torpedo’s — overwoekerd door tropische plantengroei.
Het zijn echter de achtergebleven bommen die het meest verontrustend zijn. Tijdens de oorlog bestookten de Amerikaanse strijdkrachten Tarawa met meer dan 3600 ton bommen, napalm en raketten en de Japanners hadden er hun eigen arsenaal van bommen en wapens. Hoewel het niet waarschijnlijk is dat een bom van vijftig jaar oud zal exploderen, blijft het gevaar altijd aanwezig, hetgeen verklaart waarom het opruimingsteam het eiland sinds 1945, het jaar waarin de oorlog eindigde, minstens vijf keer bezocht heeft.
Wij vroegen ons af of de waarschuwing wel serieus was en daarom liepen wij naar de plaats waar het opruimingsteam aan land was gekomen en spraken met hen. De waarschuwing was niet alleen correct, zo zeiden zij, maar de bomexplosies zouden ook binnen het uur beginnen! Als wij geen dekking zochten in een bunker, zo werd ons verteld, dan moesten wij onmiddellijk het eiland verlaten.
Onze vriendin besloot op Tarawa te blijven en vond samen met een paar gezinnen beschutting binnen in een groot mitrailleursnest. Zij vertelde ons later dat de enige ramen in de oude betonnen bunker de geschutgaten waren en dat het binnen akelig heet en vol was. De dag daar doorbrengen riep herinneringen op aan de oorlogsjaren, en zij bekende dat hoewel de bomexplosies haar als kind hadden geboeid, ze nu heel angstaanjagend leken.
Haar man had ermee ingestemd ons in een kleine boot uitgerust met een buitenboordmotor naar Wollet Island te brengen, acht kilometer ervandaan. Wij waren nog maar nauwelijks onderweg of wij hoorden een harde knal. Omkijkend naar Tarawa zagen wij een rookkolom, vlak bij de woonwijk van het eiland. Al gauw was er nog een explosie en toen een derde, veel hardere knal.
Wij besteedden de dag aan de prediking op Wollet, en in de verte was menige bomexplosie te horen. De oude bommen waren enkele maanden van tevoren gelokaliseerd en gemarkeerd. Overal werden er explosieven gevonden — op de stranden, landinwaarts bij de landingsbaan en zelfs bij sommige mensen in de achtertuin! Om het aantal explosies te beperken, had het opruimingsteam een paar kleinere bommen verzameld en die daarna samen tot ontploffing gebracht.
De zon was al bijna onder toen wij naar Tarawa terugkeerden. Het eiland naderend, merkten wij dat de altijd zo vertrouwde rook van kookvuren ontbrak. Wij wisten dat er iets mis was. Plotseling kwam er een bootje met grote snelheid op ons af en werden wij gewaarschuwd ons niet dichterbij te begeven. Een grote bom die vlak bij het rif onder water lag, moest nog tot ontploffing gebracht worden. Terwijl wij in de schemering voor de kust dobberden, waren wij dus getuige van iets wat de meeste mensen van nu nooit hebben gezien — een onderwaterontploffing van een bom uit de Tweede Wereldoorlog, die een wolk van water en rook honderden meters de lucht in spoot!
Gelukkig raakte er die dag op Tarawa niemand gewond. Heeft het opruimingsteam nu alle overgebleven bommen verwijderd? Waarschijnlijk niet. Het hoofd van het team zei dat hij verwachtte dat de eilandbewoners in de toekomst nog meer oud oorlogsmateriaal zullen tegenkomen. Zo hadden wij uiteraard iets om met de mensen over te praten tijdens de laatste dagen van ons predikingswerk op Tarawa. Het was een groot voorrecht om deze eilandbewoners te vertellen over de tijd dat Jehovah’s koninkrijk „oorlogen [zal doen] ophouden tot het uiteinde der aarde”. — Psalm 46:9.
Verteld door Nancy Vander Velde
[Illustratie op blz. 27]
Een onontplofte bom