Hoe ik omga met mijn stotteren
Verteld door Sven Sievers
ALS kind stotterde ik al. Terugkijkend waardeer ik de manier waarop mijn ouders het probleem benaderden. Als ik stotterde, probeerden zij zich altijd te concentreren op wat ik wilde zeggen in plaats van mijn manier van spreken te corrigeren. Volgens spraaktherapeuten kunnen ouders die voortdurend de aandacht op het gestotter van hun kind vestigen de stoornis verergeren.a
Mijn moeder werd een van Jehovah’s Getuigen toen ik drie jaar was. In mijn tienerjaren besloot ik haar voorbeeld te volgen en ik werd geholpen een grondige studie van de bijbel te maken. Op 24 juli 1982 werd ik op een congres in het Duitse Neumünster als opgedragen dienstknecht van God gedoopt. Later verhuisde ik naar Zuid-Afrika, waar ik bleef deelnemen aan de openbare prediking, iets waartoe alle ware christenen opdracht hebben gekregen (Mattheüs 28:19, 20). Misschien vraagt u zich af hoe ik het red als stotteraar.
Positief zijn wordt beloond
Ik moet toegeven dat het me soms moeite kost positief te blijven, maar ik heb gemerkt dat een positieve instelling werkelijk veel verschil uitmaakt. Eigenlijk kan ik altijd op de een of andere manier communiceren en iets overdragen. Is het niet door te praten, dan is het door een boodschap op te schrijven of gewoon door anderen bijbelse lectuur te laten zien. Een positieve benadering helpt me over de moeilijkheid van het beginnen van een gesprek heen te komen. Ik probeer mijn inleiding heel eenvoudig te houden. Aan het begin van een gesprek laat ik de huisbewoner zo veel mogelijk aan het woord. Mensen praten graag en dat geeft mij de gelegenheid erachter te komen wat hen bezighoudt. Dan zet ik het gesprek voort met dingen die hen interesseren, waarbij ik de aandacht vestig op de bijbelse boodschap. Door geconcentreerd te luisteren naar wat zij zeggen, vergeet ik mijn spraakprobleem en ik stotter dan minder.
Een positieve benadering helpt mij ook mijn stem te laten horen op christelijke vergaderingen. Ik heb gemerkt dat hoe meer ik deelneem aan besprekingen van de bijbel, hoe meer de aanwezigen en de studieleider aan mij gewend raken en luisteren naar wat ik zeg en niet naar hoe ik het zeg.
Om de vreugde van het succes te smaken, moet ik het blijven proberen. Dat voorkomt dat ik toegeef aan zelfmedelijden en introvert word. De strijd tegen zelfmedelijden is een voortdurend gevecht. Er is wel eens gezegd dat als iemand van een paard wordt geworpen, het belangrijk is dat hij opnieuw op het paard klimt om zijn zelfvertrouwen niet te verliezen. Moet ik dus tijdens een commentaar met spreken ophouden omdat ik er niet uitkom, dan probeer ik als het ware opnieuw op het paard te klimmen door bij de eerstvolgende gelegenheid commentaar te geven.
Hoe anderen kunnen helpen
Wanneer ik telefoongesprekken moet voeren of vreemden om informatie moet vragen, waardeer ik tactvolle hulp. Maar sommige mensen gaan veel te ver in hun wens behulpzaam te zijn en behandelen me als een kind dat niet in staat is beslissingen te nemen.
Ook de hulp van mijn lieve vrouw Tracy waardeer ik. Voordat zij optreedt als mijn „mond”, bespreken wij de situatie uitvoerig zodat zij weet wat mijn bedoeling is. (Vergelijk Exodus 4:10, 14, 15.) Op die manier toont zij respect voor mij als haar man en geeft zij mij het gevoel dat ik nog steeds baas over mijn eigen leven ben.
De theocratische bedieningsschool is eveneens een grote hulp geweest. Op deze wekelijkse bijeenkomst doen leerlingen mee aan het voorlezen van de bijbel in het openbaar en houden zij korte lezingen over bijbelse onderwerpen. Tot mijn verrassing merkte ik dat ik vaak heel goed kan voorlezen en spreken voor publiek. Had ik me niet op de school laten inschrijven, dan zou ik er waarschijnlijk nooit achter zijn gekomen dat ik daartoe in staat was.
Bij het vervullen van toewijzingen op de theocratische bedieningsschool is het bijzonder aanmoedigend geweest als de schoolopziener zich concentreerde op wat ik zei en niet op hoe ik het zei. Ik heb veel baat gehad bij de Handleiding voor de Theocratische Bedieningsschool,b ook al vormen bepaalde aspecten van dit boek een veel grotere uitdaging voor mensen die stotteren dan voor mensen met een normaal spraakvermogen. Zo kan ik soms doordat ik zo veel stotter, mijn lezinkje niet in de toegewezen tijd voltooien. Het is echter heel aanmoedigend voor me als de leraar zich concentreert op punten waar ik wel aan kan werken.
Grotere dienstvoorrechten
Vroeger had ik het voorrecht voor te lezen uit een christelijke publikatie die wij op onze bijeenkomsten bestuderen. Ook had ik het voorrecht de studie te leiden als er geen andere bedienaar aanwezig was die daarvoor in aanmerking kwam, en tegenwoordig doe ik dat op geregelde basis. Hoewel ik wat last heb van aanvangsnervositeit, heb ik Gods hulp ervaren bij het vervullen van zulke toewijzingen.
Jarenlang waren de gelegenheden die ik kreeg om vanaf het gemeentepodium voor te lezen of te onderwijzen echter beperkt. Dat was begrijpelijk, daar het me soms te veel tijd kostte om duidelijk te maken wat ik bedoelde. Dus gebruikte ik mijn energie ten volle voor het behartigen van andere toewijzingen. Eerst assisteerde ik bij het voorzien van de gemeente van exemplaren van De Wachttoren en Ontwaakt! Na tot dienaar in de bediening aangesteld te zijn, zorgde ik vervolgens voor de voorraad bijbels, boeken en andere lectuur. Later kreeg ik de toewijzing de gebiedskaartjes bij te houden die bij ons getuigeniswerk worden gebruikt. Ik putte er veel vreugde uit me op deze toewijzingen te concentreren en te proberen goed werk te leveren.
De afgelopen acht jaar heb ik tevens samen met Tracy als volle-tijdprediker gediend. Jehovah heeft mij beslist ook op dat terrein gezegend. Soms vraag ik me zelfs af of Jehovah van mijn stotterprobleem gebruik maakt. Van de vijf personen die ik heb mogen helpen opgedragen christenen te worden, stotteren er twee.
Ik denk nog vol blijdschap terug aan de dag dat ik als gemeenteouderling werd aangesteld. Hoewel ik beperkt ben in mijn vermogen om vanaf het podium te onderwijzen, probeer ik me erop te concentreren anderen op persoonlijke basis te helpen. Het stotteren werkt niet belemmerend op mijn vermogen schriftuurlijk nazoekwerk te doen om gemeenteleden te helpen die met ernstige problemen te kampen hebben.
De afgelopen vijf jaar is mij steeds vaker gevraagd spreektoewijzingen te behartigen. Naast het houden van lezinkjes op de theocratische bedieningsschool heb ik korte aankondigingen op andere vergaderingen kunnen doen. Langzaam verbeterde mijn vloeiendheid. Maar toen kreeg ik een ernstige terugval. Bezorgd dacht ik, ’Ik krijg vast helemaal geen toewijzingen meer’, maar tot mijn verbazing stond mijn naam op het volgende schema! De presiderend opziener van onze gemeente zei dat als ik zo vast kom te zitten dat ik niet verder kan, ik gewoon in zijn richting kan kijken en dat hij dan naar het podium zal komen om het over te nemen. Eén of twee keer heb ik van dit liefdevolle aanbod gebruik gemaakt, maar de afgelopen maanden is dat niet nodig geweest. Naarmate mijn spraak verbeterde, kreeg ik langere vergaderingsonderdelen toegewezen, waaronder openbare lezingen. Ik besefte pas goed wat een vorderingen ik had gemaakt toen mij onlangs werd gevraagd mee te doen aan twee demonstraties op een kringvergadering van Jehovah’s Getuigen.
Eerlijk gezegd begrijp ik niet helemaal hoe het komt dat mijn spraak is verbeterd. Bovendien kan het zijn dat zich morgen weer een achteruitgang voordoet. Hoewel ik bepaald vorderingen gemaakt schijn te hebben in het spreken vanaf het podium, heb ik soms toch een zware terugval gehad als ik op persoonlijke basis met mensen praatte. Dit is dus geen succesverhaal in de zin dat ik het stotteren heb overwonnen. Als ik een terugval heb, probeer ik mezelf te binnen te brengen dat ik mijn beperkingen moet aanvaarden en ’bescheiden moet wandelen met God’. — Micha 6:8.
Wat de toekomst ook mag brengen, ik zal het blijven proberen, in de wetenschap dat in Gods naderbij komende nieuwe wereld het stotteren totaal overwonnen zal worden. „De tong der stamelenden”, zegt de bijbel, „zal vaardig zijn in het spreken van duidelijke dingen.” Ik ben ervan overtuigd dat dit zowel in geestelijke als in letterlijke zin bewaarheid zal worden en dat zelfs ’de stomme een vreugdegeroep zal aanheffen’. — Jesaja 32:4; 35:6.
[Voetnoten]
b Uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.
[Illustratie op blz. 15]
Met Tracy, mijn vrouw