Waar is alle kabeljauw gebleven?
ER ZAT zo veel kabeljauw in het water dat „je er met een boot bijna niet doorgeroeid kwam”. Dat zei de ontdekkingsreiziger John Cabot in 1497 toen hij een van de rijkste visgronden ter wereld beschreef — de Grand Banks van Newfoundland. Tegen het einde van de zeventiende eeuw had de jaarlijkse vangst van kabeljauw bij Newfoundland bijna de 100.000 ton bereikt. In de eeuw daarop verdubbelde de opbrengst.
Thans is de situatie echter radicaal veranderd. Het is nu zo droevig met de kabeljauwstand gesteld dat de Canadese regering in 1992 zelf een verbod uitvaardigde op de kabeljauwvisserij in de Atlantische Oceaan, waardoor naar schatting 35.000 mensen werk in andere sectoren moesten zoeken. In 1997 is het moratorium nog steeds van kracht. Maar waar is alle kabeljauw gebleven?
In de jaren ’60 zetten internationale vissersvloten uit alle richtingen koers naar de visgronden voor de kust van Newfoundland om er enorme hoeveelheden kabeljauw te vangen. Tegen 1968 haalden trawlers uit ruim tien landen 800.000 ton vis per jaar van de Newfoundlandse gronden. Dit was driemaal de gemiddelde jaarvangst van de vorige eeuw.
Hoewel kouder water, de toename van het aantal robben en de migratie van de kabeljauw ook een rol gespeeld kunnen hebben bij de forse achteruitgang van de kabeljauwpopulatie, is de kabeljauwramp voor een groot deel te wijten aan de hebzucht van de mens. „Het was overbevissing — niets anders”, zegt een zeebioloog.
Hoe ziet de toekomst er uit voor de Atlantische kabeljauw? Sommigen betwijfelen of er voldoende jonge vissen zijn om geslachtsrijp te worden, te paaien en de soort aan te vullen. In The Evening Telegram van Saint John’s werd opgemerkt: „Canada’s oudste industrie, de Atlantische kabeljauwvisserij, zal het alleen nog goed doen in de geschiedenisboeken.” Er is echter hoop!
De bijbel verzekert ons dat er weldra, in Gods beloofde nieuwe wereld van rechtvaardigheid, geen plaats meer zal zijn voor hebzucht (2 Petrus 3:13). Jehovah zal „hen . . . verderven die de aarde verderven” en land en zee doen wemelen van leven, tot zegen van hen die hem willen dienen en behagen. — Openbaring 11:18.
[Illustratieverantwoording op blz. 31]
© Tom McHugh, The National Audubon Society Collection/PR
Mountain High Maps® Copyright © 1995 Digital Wisdom, Inc.