Van onze lezers
De zorg voor hulpbehoevenden — Een uitdaging Deze uitstekende serie artikelen (8 februari 1997) heeft me erg aangemoedigd. Ik ben zeventien jaar en ik verzorg mijn grootvader, die een beroerte heeft gehad, en mijn moeder, die een zenuwinstorting kreeg. Ik vond het geruststellend te lezen dat het normaal is als je soms boos bent op patiënten en je je afvraagt: ’Waarom moest dit mij overkomen?’ Ook het artikel over de praktische manieren waarop de verzorger geholpen kan worden, vond ik heel goed.
P. T., Italië
Jullie beschrijving van de gevoelens van degenen die zieke beminden verzorgen, klopte helemaal en was vol begrip. Ik ben Jehovah dankbaar dat hij jullie ertoe heeft gebracht deze schitterende artikelen te schrijven. Ik ben ervan overtuigd dat ze ieder van ons die in deze situatie verkeert, zullen helpen zich daarmee te verzoenen en Jehovah met vreugde en ijver te blijven dienen.
B. V., Tsjechië
Ik ben pas gescheiden, ik ben moeder van twee tieners en mijn zoon lijdt in ernstige mate aan ADHD (een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit). De stress die deze belasting met zich brengt, is enorm. Door de recente artikelen over de zorg voor hulpbehoevenden kon ik mijn gevoelens van opgelatenheid, boosheid, neerslachtigheid en machteloosheid begrijpen. Een positieve ontwikkeling is dat oudere broeders in de gemeente mijn zoon onder hun hoede hebben genomen. Wat heerlijk is het, liefde in daden omgezet te zien!
C. C., Verenigde Staten
Mijn man lijdt aan dementie en zijn verzorging komt op mij neer. Ik was bang dat ik het niet aan zou kunnen. De in de artikelen genoemde Jeanny gaf mij moed met haar raad: „Angst voor wat er zou kunnen gebeuren, is vaak erger dan de werkelijkheid.”
A. P., Slowakije
Ik heb ook iemand moeten verzorgen en veel van de gevoelens die in de artikelen worden beschreven, ken ik uit eigen ervaring. Vaak kon ik anderen niet vertellen over mijn frustratie en schuldgevoel. Door deze artikelen kan ik nu over mijn gevoelens praten.
F. F., Nigeria
Ik had nooit gedacht dat er zulke speciale artikelen gepubliceerd zouden worden. Mijn moeder is al bedlegerig vanaf 1989. Als haar enige zoon — ik heb ook geen zussen en geen vader — kwam op mij de verantwoordelijkheid te rusten haar te verzorgen. Ik ben het eens met de laatste paragraaf van de serie: dat Jehovah en zijn Zoon, Jezus Christus, de meelevendste verzorgers van allemaal zijn. Al die keren dat de situatie wanhopig werd en ik dacht dat ik het niet aan zou kunnen, ging ik in gebed tot Jehovah en smeekte hem mij te helpen. De wetenschap alleen al dat hij luisterde, maakte dat ik de kracht ertoe terug voelde komen.
M. A. M., Peru
Mijn man is ziek, en bijna alles wat in het tijdschrift vermeld staat, heb ik doorgemaakt. Ik kan me heel wat keren herinneren dat broeders en zusters naar mijn man informeerden. Soms raakte ik geïrriteerd en dacht dan: ’Waarom vragen ze altijd hoe het met hem en nooit hoe het met mij gaat?’ Nu begrijp ik dat zulke gevoelens heel normaal zijn.
M. A. I. I., Spanje
Leerstoornissen Ik ben moeder van een tienjarige zoon met ernstige ADHD. Ik ben erg blij jullie te kunnen schrijven dat sinds de publikatie van de serie „Hulp voor kinderen met leerstoornissen” (22 februari 1997), verscheidene vrienden me hebben verteld dat hoewel zij hadden geprobeerd de stoornis te begrijpen en mij te helpen, zij nooit helemaal hadden begrepen hoe het met mijn zoon en mij gesteld was. De meesten zeiden dat zij nu nog meer bereid waren ons te helpen. Eén zuster in de gemeente nam de tijd om het artikel met mijn zoon door te nemen en hem aan te moedigen. Mijn zoon kwam later naar me toe en vroeg of hij het tijdschrift nog eens mocht doorlezen.
L. A. D., Verenigde Staten