Harde woorden, een verpletterde geest
„Slome duikelaar!”a Een vrouw in Japan herinnert zich die woorden maar al te goed — ze werden haar als klein kind vaak naar het hoofd geslingerd. Door wie? Schoolkinderen? Broertjes of zusjes? Nee. Door haar ouders. Zij vertelt: „Ik werd er neerslachtig van omdat de scheldwoorden erg hard aankwamen.”
Een man in de Verenigde Staten herinnert zich dat hij als kind iedere keer dat zijn vader thuiskwam bang en gespannen was. „Tot op de dag van vandaag kan ik het geluid van de banden op de oprit horen,” vertelt hij, „en ik word er nog koud van. Mijn zusje verborg zich altijd. Mijn vader was een perfectionist en blafte ons voortdurend af omdat wij ons niet goed genoeg kweten van alle karweitjes die wij moesten doen.”
De zus van deze man voegt eraan toe: „Ik kan me niet herinneren dat een van mijn ouders ons ooit knuffelde, zoende of iets zei in de geest van ’Ik hou van je’ of ’Ik ben trots op je’. En als een kind nooit ’Ik hou van je’ te horen krijgt, komt dat op hem net zo over als ’Ik haat je’ — elke dag van zijn leven.”
SOMMIGEN zullen misschien zeggen dat de narigheid die deze mensen als kind hebben meegemaakt wel meeviel. Het is zeker niet ongebruikelijk dat kinderen harde, onvriendelijke woorden te horen krijgen en onaangenaam worden behandeld. Het is geen stof voor schreeuwende krantekoppen en sensationele tv-programma’s. De schade is niet zichtbaar. Maar als ouders hun kinderen dag in dag uit zo behandelen, kunnen de gevolgen desondanks desastreus zijn — en levenslang aanhouden.
Sta eens stil bij het vervolg op een in 1951 gedaan onderzoek naar de gewoonten van ouders bij het opvoeden van een groep vijfjarige kinderen. Onderzoekers slaagden erin veel van deze kinderen, nu op middelbare leeftijd, op te sporen, om inzicht te krijgen in de gevolgen van hun opvoeding op lange termijn. Bij het nieuwe onderzoek kwam men tot de conclusie dat de kinderen die het ten slotte het moeilijkst hadden in het leven, die emotioneel niet goed in hun vel zaten en die problemen hadden in hun huwelijk, met vriendschappen en zelfs op hun werk, niet noodzakelijkerwijs de kinderen van arme ouders waren, ook niet van rijke ouders en zelfs niet van onmiskenbare probleemouders. Het waren kinderen van wie de ouders afstandelijk en koel waren en weinig of geen genegenheid toonden.
Deze bevinding is slechts een slap aftreksel van een waarheid die bijna 2000 jaar geleden werd opgetekend: „Gij vaders, tergt uw kinderen niet, zodat zij niet moedeloos worden” (Kolossenzen 3:21). Verbale en emotionele mishandeling door ouders is zeker tergend voor kinderen en kan inderdaad maken dat ze moedeloos worden.
Volgens het boek Growing Up Sad dachten artsen nog niet zo lang geleden dat depressiviteit bij kinderen niet voorkwam. Maar tijd en ervaring hebben anders uitgewezen. Thans wordt, zo betogen de auteurs, depressiviteit bij kinderen erkend en is het helemaal niets ongebruikelijks. Tot de oorzaken behoren afwijzing en mishandeling door ouders. De schrijvers leggen uit: „In sommige gevallen heeft de ouder het kind bestookt met een aanhoudend spervuur van kritiek en vernederingen. In andere gevallen is er gewoon een lacune in de ouder-kindrelatie: de liefde van de ouder voor het kind wordt nooit geuit. . . . Het gevolg is bijzonder tragisch voor de kinderen van zulke ouders omdat voor een kind — maar evengoed voor een volwassene — liefde is wat zon en water voor een plant zijn.”
Door ouderlijke liefde — mits die duidelijk en openlijk wordt geuit — leren kinderen een belangrijke waarheid: Zij zijn het waard bemind te worden; zij zijn waardevolle mensen. Velen verwarren dit idee met een vorm van arrogantie, met meer liefde voor zichzelf dan voor anderen. Maar dat wordt in deze context niet bedoeld. Een schrijfster zegt in haar boek over dit onderwerp: „Het oordeel van uw kind over zichzelf is van invloed op de soorten vrienden die hij kiest, hoe hij met anderen overweg kan, de soort persoon die hij trouwt en wat hij in het leven zal bereiken.” De bijbel erkent hoe belangrijk het is een evenwichtige, niet-egotistische kijk op zichzelf te hebben, want als het op één na grootste gebod staat daarin vermeld: „Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf.” — Mattheüs 22:38, 39.
Het is moeilijk voor te stellen dat een normale ouder iets zo belangrijks en zo teers als het gevoel van eigenwaarde van een kind kapot zou willen maken. Waarom gebeurt het dan zo vaak? En hoe is het te voorkomen?
[Voetnoten]
a In het Japans noroma baka!