De waarheid heeft me mijn leven teruggegeven
De meeste van mijn vroegere vrienden zijn aan aids gestorven. Voor hun dood zag ik hen vaak op straat. Als ik de waarheid niet had leren kennen, zou ik nu ook dood zijn. Laat mij het u uitleggen.
IK BEN geboren op 11 december 1954, als tweede en laatste kind van John en Dorothy Horry. Zij gaven me de naam Dolores, maar bij mijn geboorte noemde Ma me Dolly (poppetje) omdat zij vond dat ik er als een babypop uitzag. Dat bleef mijn roepnaam, maar niemand kon toen nog vermoeden dat ik Ma’s ergste nachtmerrie zou worden.
Wij woonden in een flat met pijpenladen van kamers aan de 61st Street in de stad New York. De flat was niet veel zaaks; wij deelden de ruimte met ratten. Maar toen ik op een avond werd gebeten, waren wij in een mum van tijd vertrokken.
In 1957 verhuisden wij naar het oostelijke deel van Lower Manhattan. Vergeleken met waar wij vandaan kwamen, was dit geweldig — mooie slaapkamers, een reusachtig park voor mijn raam en uitzicht op de East River. Ik kon de schepen voorbij zien varen en de kinderen in het park zien voetballen en honkballen. Ja, dit was een paradijs voor me. Toen begon mijn veilige wereldje in te storten.
Alcoholisme en drugs
Pa en Ma hadden vaak ruzie. In het begin begreep ik niet waarover, maar toen begon het me op te vallen dat mijn vader voortdurend dronken was. Hij werd keer op keer ontslagen en Ma was de enige die werkte. Toen mijn vriendinnetjes erachter kwamen dat Pa alcoholist was, werd mijn leven vergald door hun spotternijen.
De toestand werd steeds erger. Uiteindelijk werd Pa gewelddadig en zette Ma hem de deur uit. Zo werden wij een eenoudergezin. Ik was een jaar of acht, negen, en ik was totaal van streek door de situatie bij ons thuis. Ma moest altijd werken om de eindjes aan elkaar te knopen en mijn zusje en ik werden na schooltijd door buren opgevangen.
In de zesde klas werd ik erg opstandig. Ik spijbelde soms en ging dan naar het nabijgelegen Tompkins Square Park om mijn problemen te verdrinken. Al gauw begon ik met een stel veel oudere vrienden om te gaan. Ik was nog maar elf jaar, maar ik was groot voor mijn leeftijd en kon dus voor zestien of zeventien doorgaan. Die nieuwe club vrienden dronk, rookte marihuana, gebruikte LSD en spoot heroïne. Nu, ik wilde erbij horen en begon daar dus mee te experimenteren. Tegen mijn veertiende kon ik er niet meer buiten.
Moeder komt erachter
„Ik heb je op deze wereld gezet en ik zal je eraf trappen.” Zo luidde een gezegde van moeders bij ons in de buurt die erg overstuur en gedesillusioneerd waren door hun kinderen. Toen Ma, die meestal erg kalm en beheerst is, erachter kwam dat haar dochter van veertien aan de heroïne was, zei ze dat ze dat eens even ging doen — me eraf trappen.
Ik holde de badkamer in en probeerde de deur dicht te houden door mijn voeten schrap te zetten tegen de badkuip, maar ik was niet vlug genoeg. Nu zag het er echt slecht voor me uit! Onnodig te zeggen dat ik het pak slaag van mijn leven kreeg. Ik werd nog enigszins tegen de woede van mijn moeder beschermd doordat het mijn zus en de persoon die het mijn moeder verteld had, lukte de badkamer in te komen en mijn moeder tegen te houden, zodat ik uit de flat kon ontsnappen. Toen ik eindelijk naar huis terugkeerde — ik was een paar dagen weggebleven — stemde ik erin toe hulp te vragen voor mijn drugsprobleem.
Professionele hulp
Enkele maanden later zag ik een tv-spotje over een revalidatie-instelling voor drugsverslaafden. Daar kunnen mensen die echt hulp willen om hun drugsproblemen te overwinnen, die krijgen. Ik besprak wat ik gezien had met Ma en zij stuurde me naar een van hun locaties in de stad New York. De instelling voorziet in een gezinssfeer waar mensen gemotiveerd worden om hun hele manier van leven te veranderen. Ik heb daar zo’n twee en een half jaar gewoond.
Hoewel ik baat had bij de hulp die ik kreeg, was ik diep teleurgesteld toen ik hoorde dat enkele stafleden die ik vertrouwde en respecteerde — en die geacht werden geen drugs meer te gebruiken — weer aan de drugs waren. Ik voelde me verraden en stom. Zij hadden ons geleerd dat het oude gezegde „Eens verslaafd, altijd verslaafd” een leugen was. Maar nu bezag ik hen als het levende bewijs dat het geen leugen was.
Niettemin ging ik op mijn zeventiende drugsvrij naar huis terug, vastbesloten mijn best te doen om nooit weer heroïne te gebruiken. Ondertussen waren mijn moeder en zus aan een bijbelstudie met Jehovah’s Getuigen begonnen.
Nog steeds het zwarte schaap van de familie
Hoewel ik geen drugs meer gebruikte, voelde ik me nog wel het zwarte schaap van de familie. Dat kwam doordat ik er niet aan toe was me aan de nieuwe regels van het huis te houden, zoals niet roken, geen gefuif in disco’s, enzovoort. Het duurde niet lang of Ma zette me de flat uit omdat ik weigerde verandering te brengen in mijn omgang en mijn wereldse gedrag. Wat haatte ik haar erom, maar in feite was dat het beste dat zij voor me kon doen. Zij hield zich onverzettelijk aan rechtvaardige beginselen en weifelde nooit.
Dus ging ik weg om zelf een nieuw en beter leven op te bouwen. Ik ging naar school terug om een vak te leren zodat ik een universitaire opleiding kon financieren. Het ging heel goed met me en ik werd een nuttig lid van de samenleving. Ik vond een goede baan en had een eigen flat. Toen ik een oude vriend ontmoette, deed de romantiek haar intrede. Wij hernieuwden onze relatie en waren van plan het goed aan te pakken en te trouwen.
Na verloop van tijd ging mijn vriend echter aan de drugs en begon het met onze relatie bergafwaarts te gaan. Niet in staat de emotionele pijn te verdragen, deed ik waarmee ik het meest vertrouwd was — ik nam mijn toevlucht tot verdovende middelen. Ik ging cocaïne gebruiken, die je de zogenoemde euforie van de rijken bezorgde. Cocaïne werd toen geaccepteerd omdat velen het niet als verslavend beschouwden. Maar voor mij bleek cocaïne erger te zijn dan heroïne.
Halverwege de jaren ’70 was ik een jaar of drie aan de cocaïne. Ten slotte ging ik beseffen dat ik me in een vicieuze cirkel bevond en ik begon me af te vragen: ’Is dit alles wat het leven te bieden heeft?’ Ik kwam tot de slotsom dat indien dit zo was, ik het beu was. Ik ging weer naar Ma en vertelde haar dat ik er genoeg van had en dat ik terugging naar het revalidatiecentrum. Na nogmaals anderhalf jaar daar was ik opnieuw drugsvrij.
De waarheid bijna gevonden
Opnieuw vond ik een goede baan, een leuke flat en een vriend. Wij verloofden ons. Ondertussen hield Ma op geregelde basis contact met me. Zij praatte met me over de bijbel en stuurde me De Wachttoren en Ontwaakt!, maar die keek ik nooit in. Ik vertelde Ma over mijn plannen om te trouwen en een gezin te stichten. Dus stuurde zij me een boek dat mijn leven voor altijd veranderde — Een gelukkig gezinsleven opbouwen.
Toen ik dit boek las, wist ik wat ik wilde en dat ik dat op de verkeerde manier had willen bereiken. Eindelijk was er iemand die begreep hoe ik me voelde en wat er werkelijk in mijn hart leefde. Ik was niet abnormaal omdat ik die gevoelens had — ik was normaal! De persoon met wie ik een relatie had, lachte me echter uit toen ik hem het Gezinsleven-boek en de bijbel wilde laten zien. Hij wilde niet de nodige veranderingen aanbrengen om een gelukkig gezinsleven te hebben. Dus moest ik een zware beslissing nemen — blijven of weggaan. Ik besloot dat het tijd was om er een punt achter te zetten.
Mijn vriend was woedend. Toen ik op een dag thuiskwam, bleek hij al mijn kleren met een scheermes aan flarden gesneden te hebben. Bijna alles wat ik bezat, was weg — schoenen, jassen, meubels — het was vernield of verkocht. Het enige wat ik nog bezat, waren de kleren die ik aan had. Ik wilde gaan liggen en sterven. Op sommige momenten in je leven word je het vechten moe. Dus verval je weer in wat je altijd hebt gedaan om het aan te kunnen — je verdooft je gevoelens. Ik zag geen andere mogelijkheid, het was dat of zelfmoord.
Hoewel ik weer aan de drugs raakte, liet Ma me nooit in de steek. Zij bezocht me en bracht exemplaren van De Wachttoren en Ontwaakt! voor me mee. Op een avond tijdens een gesprek vertelde ik haar hoe ik me voelde — dat ik het proberen moe was en dat ik ten einde raad was. Ze zei eenvoudig: „Nu heb je al het andere geprobeerd; waarom probeer je het niet met Jehovah?”
Gered door de waarheid
Het was in 1982 dat ik erin toestemde te doen wat zij me al jaren aanraadde. Ik begon de bijbel serieus te bestuderen. Weldra raakte ik enthousiast over de dingen die ik leerde. Ik begon in te zien dat mijn leven heel kostbaar voor Jehovah is en dat het leven werkelijk zin heeft. Maar ik besefte dat als ik Jehovah ging dienen, ik erg moest veranderen en dat ik daarbij zowel emotioneel als geestelijk steun nodig had. Dus vroeg ik Ma of ik weer thuis mocht komen wonen.
Ma was voorzichtig, want ik had haar al zo vaak teleurgesteld. Zij sprak met een christelijke ouderling over mijn verzoek weer bij haar te mogen intrekken. Toen hij aanvoelde dat Ma dacht dat er een goede kans bestond dat ik deze keer echt zou veranderen, pleitte hij: „Waarom geef je haar niet nog een kans?”
Gelukkig heb ik Ma deze keer niet teleurgesteld. Ik bleef de bijbel bestuderen en begon regelmatig naar christelijke vergaderingen te gaan. Met Jehovah’s hulp bracht ik een totale ommekeer in mijn manier van leven. De raad die de bijbel, Gods Woord der waarheid, geeft, stelde me in staat moeilijke momenten door te komen (Johannes 17:17). Ik stopte zelfs met het roken van sigaretten, een verslaving die voor mij nog moeilijker te overwinnen was dan de verslaving aan heroïne en cocaïne. Voor de eerste keer was ik werkelijk blij dat ik leefde.
Enkele maanden later, op 24 december 1983, symboliseerde ik mijn opdracht aan Jehovah door de waterdoop. In april van het jaar daarop ging ik in de hulppioniersdienst, waarmee ik mijn bediening uitbreidde. In het begin lachten mijn vroegere vrienden mij uit als ze mij in de velddienst zagen. Het was precies zoals de apostel Petrus waarschuwde: „Omdat gij niet langer met hen deze weg bewandelt naar dezelfde lage poel van liederlijkheid, staan zij vreemd te kijken en gaan zij voort schimpend over u te spreken.” — 1 Petrus 4:4.
In september 1984 ging ik in de gewone pioniersdienst en al gauw leidde ik tien wekelijkse bijbelstudies. Enkele van deze studies waren met mensen die me hadden uitgelachen toen ik met de bediening begon. Het was een heel opwindende tijd in mijn leven omdat ik een aantal jongeren kon helpen de bijbelse waarheid te aanvaarden. Ik had altijd kinderen gewild en dus is het een bron van voortdurende vreugde voor me geweest om bij wijze van spreken moeder te worden van geestelijke kinderen. — Vergelijk 1 Korinthiërs 4:15.
Terwijl de jaren verstreken, zag ik op straat bij ons in de buurt voormalige vrienden met wie ik eens drugs had gebruikt. Doordat zij naalden hadden uitgewisseld met besmette mensen, hadden zij aids opgelopen en zij zagen er verschrikkelijk uit. Velen van hen zijn sindsdien gestorven. Ik weet dat ook ik waarschijnlijk dood zou zijn als ik de bijbelse waarheid niet had leren kennen. In feite heeft die me mijn leven teruggegeven.
Vermijd de pijn
Vaak zou ik willen dat ik als kind de waarheid had gekend en een leven vol pijn en narigheid had voorkomen. Jehovah helpt me nu, met de pijnen die het gevolg zijn van een verspilde jeugd om te gaan, maar ik zal tot het nieuwe samenstel moeten wachten voor een totale genezing van de emotionele littekens (Openbaring 21:3, 4). Tegenwoordig doe ik mijn uiterste best jongeren te vertellen wat een zegen het is Jehovah te kennen en de hulp van zijn organisatie te krijgen om zijn onderwijs in praktijk te brengen.
De wereld kan er aanlokkelijk en uitnodigend uitzien. En de wereld wil dat jij gelooft dat je ongestraft van haar soort plezier kunt genieten. Maar dat is gewoon onmogelijk. De wereld zal je gebruiken, en als ze genoeg van je heeft, zal ze je afdanken. De bijbel zegt naar waarheid dat de Duivel de heerser van de wereld is — haar god zelfs — en dat wij noch de wereld noch de dingen erin moeten liefhebben (Johannes 12:31; 14:30; 16:11; 2 Korinthiërs 4:4; 1 Johannes 2:15-17; 5:19). Daar wereldse mensen slaven van het verderf zijn, kan hun gezelschap je geen waar geluk brengen. — 2 Petrus 2:19.
Ik hoop dat ik met het vertellen van deze dingen over mezelf anderen zal helpen te beseffen dat „het werkelijke leven” — eeuwig leven in Gods nieuwe wereld — het enige leven is dat het waard is om naar te streven. Welke ups en downs wij misschien ook meemaken als wij in de waarheid wandelen, het gras aan de andere kant van het hek, in Satans wereld, is niet groener. Satan probeert alleen maar die indruk te wekken. Ik bid of ik, samen met al mijn christelijke broeders en zusters, mijn ogen gericht mag houden op het werkelijke leven, ja, eeuwig leven op de Paradijsaarde (1 Timotheüs 6:19). — Verteld door Dolly Horry.
[Illustratie op blz. 15]
Met mijn moeder getuigenis aan het geven in het Tompkins Square Park