De geestelijke bloemen die aan de Brewery Gulch groeiden
EEUWEN eeuwen geleden smolt er diep in de aarde door vulkanische activiteit koper, zilver en goud. Onder de druk van stoom werden grote hoeveelheden van deze mineralen door spleten geperst en afgezet in wat men nu de Mule Mountains van zuidelijk Arizona (VS) noemt. In 1877 was Jack Dunn, een in het nabijgelegen Fort Huachuca gestationeerde militair verkenner, op zoek naar water toen hij tekenen van deze formidabele minerale rijkdom ontdekte. Hij voorzag een prospector, George Warren, van het nodige om de claim te exploiteren.
George Warren zette heel wat claims uit maar was zo oneerlijk zijn partner, Jack Dunn, daarvan onkundig te laten. Deze claims hadden Warren erg rijk kunnen maken, maar onder invloed van een overmaat aan whisky was hij zo dwaas zijn vondsten bij een race op het spel te zetten, weddend dat hij harder kon lopen dan een paard. Natuurlijk verloor hij alles. Deze claims werden uiteindelijk de Queen Mine. In de loop van de jaren werden met uitgebreide mijnbouw bijna vier miljoen ton koper en onmetelijke hoeveelheden goud en zilver uit de Mule Mountains gewonnen voordat de mijnen in 1975 dichtgingen.
Voor de mijnbouw in hard gesteente zijn geharde mijnwerkers nodig. Die werden binnengehaald uit Duitsland, Engeland, Ierland, Italië en Servië. Door de prestatiepremies die de meeste mijnen uitloven, zijn die mijnwerkers ook harde werkers. Doordat deze mijnwerkers duizenden kilometers bij hun familie vandaan waren, werden zij tevens zware drinkers — en dus bouwde een ondernemende Duitse brouwer een brouwerij bij de mijnen. Brouwerijen leveren een produkt dat niet veel bewerkingen vereist voordat het geconsumeerd kan worden. Velen hebben het het liefst koel geserveerd, in een vriendelijke sfeer en met enig amusement. En dus werd er aan een straat bij de brouwerij een groot aantal bars gebouwd. Die kwamen vol te zitten met hard werkende, zwaar drinkende mijnwerkers. Er werd voor amusement gezorgd, namelijk prostitutie en gokken in combinatie met alcohol — een mengsel dat veel van dynamiet weg heeft. Deze straat kwam bekend te staan als de Brewery Gulch en verwierf de reputatie nog gevaarlijker te zijn dan het beruchte stadje Tombstone, op niet meer dan veertig kilometer afstand.
Uiteindelijk trouwden de meeste mijnwerkers en bouwden een huis om er hun gezin in groot te brengen. De mijnwerkers uit Engeland bouwden het soort huizen waaraan negentiende-eeuwse Engelse mijnwerkers gewend waren; die uit Servië bouwden Servische, die uit Duitsland Duitse, die uit Italië Italiaanse en die uit Ierland Ierse mijnwerkerswoningen. De oorspronkelijke stad, het oude Bisbee, werd gebouwd in een ravijn met steile wanden, zodat de huizen overal waar maar een plekje uit de rotsachtige bodem gestoken kon worden, tegen de wanden van het ravijn kwamen te hangen. Deze unieke collectie huizen herbergde uiteindelijk ruim 20.000 personen, overwegend mijnwerkers en hun gezinnen, en trekt nu toeristen uit alle delen van de wereld. De stad werd Bisbee genoemd naar een man die zwaar in de mijnen investeerde maar de stad die zijn naam droeg nooit met een bezoek heeft vereerd.
Naarmate de stad groeide, nam ook het aantal bars aan de Brewery Gulch toe. Op een gegeven moment werden er ruim dertig bars gedreven in een gebied ter grootte van twee huizenblokken, en verderop aan de Gulch floreerde ook een flinke rosse buurt.
Omstreeks 1950 verhuisden er een paar Getuige-families naar Bisbee. Hun prediking leidde tot de vorming van een gemeente van Jehovah’s Getuigen, die in 1957 was gegroeid tot twaalf leden. Zij hadden een vergaderplaats nodig en dus huurden zij er een die zij zich konden permitteren — een gebouw met een winkelpui aan de Brewery Gulch, tegenover een bar die St. Elmo’s heette. Zij hadden weinig problemen met de mensen die de immorele etablissementen rondom hen bezochten. Zo af en toe kwam er tijdens de avondbijeenkomst een dronkaard binnenlopen, maar die ging dan gewoon achterin zitten luisteren — sommigen gaven zelfs een bijdrage voordat zij vertrokken.
Na verloop van tijd kocht de gemeente een perceel voor een Koninkrijkszaal — elf kilometer weg van de Brewery Gulch en zijn immorele sfeer. De zaal werd in 1958 gebouwd en ingewijd. Het gebouw is drie keer gerenoveerd en vergroot en bewijst de gemeente nog steeds goede diensten.
Toen de mijnen in 1975 dichtgingen, was dat ook bijna het einde van het stadje. De mijnwerkers en hun gezinnen verhuisden naar plaatsen waar nog mijnen in bedrijf waren. De inwoners die bleven, waren overwegend gepensioneerde mijnwerkers met hun gezin.
De beroemde Brewery Gulch is nu alleen nog een toeristische attractie. Er is nog maar één bar in bedrijf en in het gebouw van de brouwerij is thans een familierestaurant gevestigd. De rosse buurt is afgebroken, hoewel er nog sporen van te zien zijn in de omheiningen rond sommige huizen in het gebied. Die zijn gemaakt van roestige matrasveren en spiralen. De eens zo verschrikkelijk immorele Brewery Gulch is nog slechts een curiositeit die nieuwsgierigen trekt.
De gemeente telt nu 48 verkondigers en groeit. De prediking van huis tot huis is zeer interessant. De Getuigen ontmoeten gepensioneerde mijnwerkers die oorspronkelijk uit Duitsland, Engeland, Ierland, Italië en Servië afkomstig zijn en ook veel kunstenaars, van wie sommige hun werk tentoonstellen op hun veranda.
Een deel van de groei komt doordat een vrouw die eens een vaste bezoekster was van de enige overgebleven luidruchtige bar aan de Brewery Gulch, St. Elmo’s, daar niet meer heen gaat. Haar naam is Julie. Niet alleen dat Julie erheen ging, zij was ook een van de luidruchtigste klanten. Zij deed mee aan alle vormen van immoreel amusement die er geboden werden en ook aan de veelvuldige gevechten, soms met mannen. Julie voelde zich aangetrokken tot de boodschap van Jehovah’s Getuigen doordat de mensen die bij haar aan de deur kwamen zo opvallend anders waren. Julie moest enorme veranderingen aanbrengen, en heeft daar verscheidene jaren voor nodig gehad, maar zij is nu een actieve, gedoopte Getuige. Haar man en drie kinderen zijn ook geregelde vergaderingbezoekers en maken vorderingen.
Bisbee werd een stad door de geologische schatten die daar eeuwen geleden waren afgezet. Daar wordt niet meer naar gespeurd, maar velen speuren nu naar ware rijkdom, kennis van de ware God, Jehovah, en zijn koninkrijk. De sfeer rond de oude Koninkrijkszaal aan de Brewery Gulch was er een van grof immoreel verval, maar in die zaal werden geestelijke bloemen gekweekt. Van de oorspronkelijke twaalf verkondigers die in de oude zaal bijeenkwamen, waren er zeven gewone pionier. Er waren ook zeven kinderen. Het lijkt wel of de positieve geestelijke sfeer die er onder dat ijverige groepje in de zaal heerste, de immorele sfeer buiten de baas werd.
Zes van deze kinderen zijn als Jehovah’s Getuigen in een vorm van volle-tijddienst gegaan. John Griffin ging naar de Wachttoren-Bijbelschool Gilead. Hoewel hij niet meer in de zendingsdienst is, dient hij Jehovah nog steeds als ouderling in het land waaraan hij werd toegewezen, Costa Rica. Zijn zus Carolyn (nu Jasso) is gewone pionierster in Sierra Vista (Arizona). Nancy Pugh ging ook naar Gilead, diende als zendelinge in Chili en is daar nog steeds, hoewel zij geen zendelinge meer is. Haar broer, Peter, pionierde en ging naar Spanje om te dienen waar de behoefte groot was. Susan en Bethany Smith hebben samen in totaal vijftig jaar in de gewone pioniersdienst gestaan in Bisbee en dienen er nog steeds.
Gods Woord „oefent kracht uit”, dat is zeker, dermate zelfs dat de Brewery Gulch geestelijke bloemen heeft opgeleverd (Hebreeën 4:12). — Ingezonden.
[Illustratie op blz. 23]
De Koninkrijkszaal was vroeger op de bovenverdieping van dit gebouw