Waarom hij zijn prioriteiten wijzigde
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN GROOT-BRITTANNIË
Plotseling was de lucht vervuld van een uitbundig vogellied. De glasheldere wijsjes volgden elkaar op, eindeloos leek het wel. Ik stond als betoverd te luisteren. „Het is een nachtegaal!”, fluisterde Jeremy. Voorzichtig slopen wij rond het bosje, alle mogelijke moeite doend om de bron van dat verrukkelijke geluid in het vizier te krijgen. En ja, daar zat de schuwe, onopvallende lichtbruine vogel, diep in het struikgewas. „Wat ben ik blij dat we hem gezien hebben”, zei Jeremy toen wij uiteindelijk weggingen. „Dat overkomt maar weinig mensen.”
IK WAS een dag op bezoek bij Jeremy, de opzichter van Minsmere, een 800 hectare groot natuurreservaat van de Engelse Koninklijke Vereniging tot Bescherming van Vogels (RSPB), gelegen op een van Engelands meest oostelijke landpunten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit deel van de Noordzeekust onder water gezet om een mogelijke Duitse invasie tegen te gaan. Het gevolg was dat er riet ging groeien en moerasvogels de overstroomde weidegronden begonnen te koloniseren. De opwinding groeide toen er in 1947 vier paartjes kluten nestelden, want die soort had zeker in geen honderd jaar in Groot-Brittannië gebroed.
De RSPB nam het terrein spoedig over en het is nu een natuurmonument van internationaal belang. De woongebieden van de vogels omvatten naast de rietbegroeiing ook strandmeren met brak en zoet water — waarvan het grootste de Scrape heet — kiezelstrand, duinen, moerassen, graslanden, hei en bosgebieden met zowel loof- als naaldhout. Er zijn ruim 330 vogelsoorten geregistreerd, waarvan er een honderd in het reservaat broeden. Deze grote verscheidenheid aan vogelleven is voornamelijk te danken aan trekroutes langs de oostelijke zeekust, maar ook het bekwame beheer heeft er een rol bij gespeeld.
„Ik ben hier gekomen in 1975,” vertelde Jeremy me, „omdat Minsmere een ongewone uitdaging betekende. Vanaf 1966 werd de kluut het symbool en uiteindelijk het logo van de RSPB. Minsmere wordt nu door velen als het vlaggeschip van de RSPB-reservaten gezien en er komen jaarlijks wel 80.000 bezoekers.”
De oorspronkelijke uitdaging
„Mijn belangstelling werd gewekt op school”, vervolgde Jeremy terwijl wij voortwandelden. „Daar leerde ik vogels ringen en bestudeerde ik de trek. In de tweede helft van de jaren ’60 ringde ik zo’n 12.000 à 20.000 vogels per jaar als hobby. Toen nodigde Chris Mead van de British Trust for Ornithology me uit om mee te gaan op een expeditie naar Spanje om trekvogels die de Sahara oversteken te ringen. Het daarbij gebruikte net is een heel fijn zwart gaas, in lengte variërend van zes tot achttien meter, dat losjes wordt opgehangen op een zorgvuldig uitgekozen plek met bomen als achtergrond, zodat de vogels het niet zien. De vogels blijven ongedeerd en krijgen als ze uit het net worden gehaald een identificatieringetje, meestal gemaakt van monelmetaal, rond een poot.a Het vrijlaten van de vogels is ook een kunst. Een vogelringer gooit zijn vogels nooit de lucht in, zoals je soms op televisie ziet. Hij laat ze gewoon gaan wanneer ze willen. Gierzwaluwen bijvoorbeeld klemmen zich aan je wollen kleding vast en vliegen pas weg wanneer ze er klaar voor zijn.
Dat was een boeiende ervaring waarvoor ik zes weken vakantie moest opnemen — en die me mijn baan kostte! Het gevolg was dat ik besloot de sprong te wagen en het werk te gaan doen waaraan ik mijn hart verpand had — natuurbehoud, in het bijzonder vogelbescherming. Ik was dolblij toen de RSPB me in 1967 uitnodigde om voor hen te gaan werken.”
De waarde van de vogelzang en vogelroep
Hoe identificeer je een vogel? Soms op het gezicht, maar het is betrouwbaarder het aan de hand van zijn zang of roep te doen. Jeremy’s bekwaamheid op dat punt is legendarisch. De natuurkenner David Tomlinson schreef vol bewondering dat Jeremy „vogels niet zo maar aan de hand van hun zang identificeert, maar ik zweer dat hij ze kan onderscheiden door de manier waarop ze tussen de noten in lucht inzuigen!”
„Vogels converseren”, legde Jeremy uit. „Elke roep betekent iets anders. Wanneer er bijvoorbeeld een roofdier in de buurt is, hebben de kluten, de kieviten, de meeuwen en de tureluurs allemaal hun eigen aparte roep, maar elke roep betekent hetzelfde: ’Er is een vos in de buurt!’ Ik kan uit een diepe slaap wakker worden en weet onmiddellijk waar er een vos zit door de soort vogel die roept. Maar vergeet niet dat ook vossen een uitmuntend gehoor hebben. Wij vroegen ons af waarom de broedresultaten van de sterns in een bepaald jaar zo slecht waren en ontdekten dat een vos luisterde naar het gepiep van de kuikens in hun eierschaal vlak voordat ze zouden uitkomen. Zodra hij ze had gevonden, at hij ze op!”
De kunst van het vogels kijken
Een goede vogelwaarnemer in Groot-Brittannië kan tegen de 220 verschillende vogels in een jaar registreren. Fanatieke vogelaars die wedijveren in het zien en registreren van zeldzame vogels, kunnen er wel 320 identificeren. Op het nieuws dat er een zeldzame vogel gezien is, zullen ze het land door reizen om die met eigen ogen te zien. Jeremy is eerder tevreden. „Ik zou niet meer dan een kilometer of vijftien rijden om een zeldzame soort te zien”, bekende hij. „In feite zijn er maar drie waarvoor ik ooit een tocht heb ondernomen: een notekraker, een blonde ruiter en een grote trap, allemaal binnen de vijftien kilometer. Hoewel ik 500 soorten aardig goed ken, besef ik dat het maar een heel klein gedeelte is. Er zijn zo’n 9000 vogelsoorten op de wereld, weet je!”
Terwijl wij door onze verrekijkers naar de moerassen tuurden, voegde Jeremy er wat weemoedig aan toe: „Ik had me geen gelukkiger of produktiever leven kunnen wensen, vooral mijn zestien jaar op Minsmere!” Ik keek naar hem en herinnerde me het verhaal dat zojuist in The Times, een Londense krant, was verschenen. Daarin stond: „Minsmere was de kroon op zijn [Jeremy’s] succes, zijn levenswerk.” Jeremy verliet Minsmere. Waarom?
Zaden en groei
Eerder die dag waren wij getuige geweest van het bijzondere baltsvertoon van de kluut. „De pure schoonheid ervan”, had Jeremy nadrukkelijk gezegd, „is niet toe te schrijven aan een soort evolutionaire overleving. Maar ik weet nog dat ik, toen mij een paar jaar geleden werd gevraagd of ik geloofde dat er een God bestond, moest bekennen: ’Ik heb geen idee — en ik weet niet hoe ik erachter moet komen!’ Toen ik daarom werd aangemoedigd de bijbel te onderzoeken, stemde ik daar graag in toe. Ik wist er weinig van en nam aan dat ik niets te verliezen had — maar misschien wel iets te winnen. Als resultaat van wat ik heb geleerd, verlaat ik Minsmere nu om volle-tijdprediker te worden.”
Michael, Jeremy’s broer, was al tien jaar „pionier”, de term die Jehovah’s Getuigen gebruiken voor hun volle-tijdpredikers. Terwijl wij aan de thee zaten, begon Jeremy zijn plannen te schetsen om zich bij zijn broer te voegen. „Al mijn collega’s respecteren de beslissing die ik heb genomen”, vertelde Jeremy. „De RSPB toont belangstelling en empathie. Zij hebben me hun algehele steun gegeven en mij zelfs aanbevolen voor een nationale onderscheiding.”
Toch wist ik dat er ook kritiek was geweest.
De noodzaak van evenwichtigheid
„De meeste mensen hebben me gesteund, maar helaas schijnen anderen een verkeerde kijk op mijn werk hier te hebben”, vertrouwde Jeremy mij toe. „Zij vinden dat de grootste waarborg voor geestelijke gezindheid is, dicht bij de natuur te staan, zorg te dragen voor dieren in het wild — te werken voor natuurbehoud. Zij zeggen tegen me dat je op die manier het paradijs het dichtst benadert, dus waarom zou ik weggaan?
Uiteraard zit er een geestelijke kant aan het werk, maar dat is niet hetzelfde als geestelijke gezindheid. Geestelijke gezindheid is iets wat je je eigen maakt, een hoedanigheid die je aankweekt, en dat kost tijd. De noodzaak van omgang met de christelijke gemeente en de zorg ervoor, van opbouwen en opgebouwd worden, is erbij betrokken. Soms heb ik het gevoel gehad dat ik heb geprobeerd te doen wat volgens Jezus onmogelijk was — twee heren dienen. Nu besef ik dat je voor het veiligste milieu midden in de christelijke gemeente moet staan, en de manier om daar te komen, is pionieren!”
De zorg die prioriteit verdient
„Begrijp me niet verkeerd. Het werken als opzichter is een boeiende en lonende ervaring, ook al is het soms frustrerend. Zo heeft de vervuiling door PCB en kwik in dit natuurgebied een verontrustend peil bereikt — en wij weten niet echt hoe het komt, hoewel wij vermoeden dat het door palingen wordt meegebracht.b Maar al wat ik kan doen om het evenwicht te herstellen is zo beperkt. Een deskundig ecoloog bestaat niet. We rommelen allemaal maar wat aan en proberen al doende zo veel mogelijk te leren. Wij hebben leiding nodig. Alleen onze Schepper weet hoe wij moeten leven en voor de aarde en haar rijke verscheidenheid aan leven moeten zorgen.”
Rustig vatte Jeremy zijn overwegingen als volgt samen: „Ik heb mijn leven niet aan Jehovah opgedragen om de natuur te redden; daartoe is hij zelf perfect in staat. Door middel van zijn koninkrijk zal hij ervoor zorgen dat de natuur door ons voor altijd beheerd wordt op de manier waarop hij dat wil. De prediking van het goede nieuws van het Koninkrijk moet nu prioriteit krijgen als ik me wil kwijten van mijn verantwoordelijkheid om voor mijn naaste te zorgen.”
Onlangs heb ik Jeremy weer ontmoet. Het was drie jaar geleden dat wij samen die fijne dag in het reservaat hadden doorgebracht. Hij woont nu acht kilometer van zijn geliefde Minsmere vandaan en put vreugde uit zijn pioniersdienst met zijn broer. Maar hij vertelde me wel dat sommige mensen zeggen dat zij het nog steeds moeilijk vinden hem te begrijpen. Vindt u dat ook? Voor Jeremy was het heel eenvoudig een kwestie van prioriteiten.
[Voetnoten]
a Monelmetaal is een corrosievaste nikkel-koperlegering met een hoge sterkte en taaiheid.
b PCB is polychloorbifenyl, een industrieel afvalprodukt.
[Kader/Illustratie op blz. 17]
Extatische verrukking
Slechts één op de tien mensen zal de nachtegaal zien die zij horen, maar hebt u hem eenmaal gehoord, dan is de zang onvergetelijk. „Het is pure muziek, volkomen en af”, schreef Simon Jenkins in de Londense Times. De vogel zingt vaak zonder ophouden — er is een opname gemaakt van een nachtegaal die 5 uur en 25 minuten achtereen zong. Wat maakt de zang zo uniek? De larynx van de nachtegaal kan vier verschillende noten tegelijk voortbrengen, met inbegrip van akkoorden die muzikaal volmaakt zijn. En dat kan hij doen met gesloten snavel of met zijn bek vol eten voor zijn jonge broedsel. Waarom zingt hij zo intens? Puur voor zijn plezier, zeggen sommige waarnemers. „Is er in de hele natuur een verwonderlijker schepping dan de larynx van een nachtegaal?”, besluit Jenkins.
[Verantwoording]
Roger Wilmshurst/RSPB
[Illustratie op blz. 15]
De Scrape
[Verantwoording]
Met toestemming van Geoff Welch
[Illustratie op blz. 16]
Kokmeeuw
[Verantwoording]
Met toestemming van Hilary & Geoff Welch
[Illustratie op blz. 16]
Kluut
[Illustratie op blz. 18]
Grote stern
[Illustratie op blz. 18]
Tureluur