Gehandicapt — En toch in staat om auto te rijden
„IK KAN autorijden!” Deze woorden klinken voor u misschien heel gewoon, maar op mij maakten ze diepe indruk. De vijftigjarige man die ze sprak, zat vóór mij op de grond. Omdat hij als baby door polio was getroffen, waren zijn benen nauwelijks gegroeid. Klein en nutteloos lagen ze gekruist onder zijn lichaam. Toch had hij krachtige armen en schouders ontwikkeld doordat hij zich jarenlang op zijn handen had voortbewogen. En zijn volkomen gebrek aan zelfmedelijden maakte dat ik mij schaamde — vooral de gelukkige trots in zijn stem toen hij zei dat hij kon autorijden.
Weet u, ik was zelf op 28-jarige leeftijd door polio getroffen. Ik was verpletterd toen ik hoorde dat ik niet meer zonder krukken kon lopen. De eenvoudige woorden van deze man hielpen mij mijn neerslachtigheid het hoofd te bieden. Ik redeneerde met mezelf: als hij, hoewel hij zwaarder gehandicapt is dan ik, zijn handicap kan overwinnen, waarom zou ik dat dan ook niet kunnen? Ik nam daar ter plekke het besluit dat ik ook weer zou autorijden!
Niet bepaald gemakkelijk
Dat was bijna veertig jaar geleden. In die tijd moest je sterke zenuwen hebben om als gehandicapte in een auto te rijden. Mijn aangepaste auto was een heel ingenieus geval! Ik had een kruk onder mijn linkeroksel, en die stond in verbinding met het koppelingspedaal. Ik bediende het pedaal door mijn linkerschouder naar voren te bewegen. Gas geven gebeurde met de hand, door middel van een hendel uit een oude T-Ford, en de rem werd eveneens met een hendel bediend. Kunt u zich voorstellen hoe ik reed? Mijn schouder bewoog naar voren en naar achteren, mijn linkerhand stuurde en remde, en mijn rechterhand stuurde, gaf gas, en gaf een teken als ik een bocht nam! (In Australië rijden wij links.) Auto’s hadden in die tijd nog geen richtingaanwijzers.
Ik ben dankbaar dat die dagen van autorijden met hinderlijke hulpstukken voorbij zijn. Tegenwoordig, met de automatische versnellingsbak en richtingaanwijzers die met één vinger te bedienen zijn, is autorijden veel eenvoudiger geworden. Door de technologische vooruitgang zijn veel gehandicapten in staat gesteld om auto te rijden. Enkele hulpmiddelen die vaak worden gebruikt, worden in het kader op bladzijde 14 beschreven.
Mijn persoonlijke aanbevelingen
Als u gehandicapt bent en erover denkt om een auto aan te passen zodat u kunt rijden, adviseer ik u dringend om een specialist op dit gebied in de arm te nemen. Hij kan ervoor zorgen dat alle aanpassingen worden geïnspecteerd om u als bestuurder en ook uw passagiers te beschermen. Omdat zich ongelukken kunnen voordoen, is het belangrijk een all-riskverzekering bij een erkende verzekeringsmaatschappij af te sluiten.
Over het algemeen kan het een verstandige voorzorgsmaatregel zijn om iemand mee te nemen wanneer u gaat rijden. Een oude spreuk geeft de wijze raad: „Men kan beter met zijn tweeën zijn dan alleen, want twee weten meer dan één. En als de één valt, kan de ander hem helpen opstaan. Maar het is vreselijk als je alleen bent en valt; dan is er niemand om je overeind te helpen” (Prediker 4:9, 10, Groot Nieuws Bijbel). Een metgezel kan een enorme hulp zijn in geval van een ongeluk, motorpech of een lekke band. Sommige gehandicapte bestuurders hebben autotelefoon. Zo kunnen zij met een geruster gevoel alleen rijden als dat nodig is.
Het is voor een gehandicapte bestuurder ook verstandig om lid te worden van een automobilistenbond, zodat hij dag en nacht op snelle hulpverlening kan rekenen. Het jaarlijkse abonnementsgeld is gewoonlijk niet zo hoog — een lage prijs voor de gemoedsrust die het kan bieden.
Het spreekt vanzelf dat wij als gehandicapte bestuurders onze beperkingen moeten erkennen en dienovereenkomstig moeten rijden. Wij hoeven er geen agressieve rijstijl op na te houden om te bewijzen dat wij net zo goed kunnen rijden als anderen. Veel gehandicapte bestuurders hebben juist een bordje op hun auto waarop staat: „Voorzichtig — Bestuurder gehandicapt” of iets dergelijks. Dit is louter een mededeling dat de gehandicapte bestuurder misschien wat voorzichtig is en wat langzamer rijdt dan anderen. Het wil niet zeggen dat anderen extra veel afstand moeten houden. Mijn ervaring is zelfs dat een gehandicapte nauwelijks meer tijd nodig heeft om te remmen dan een niet-gehandicapte bestuurder, vooral sinds de komst van moderne hulpmiddelen.
Rijden of niet — Een verantwoordelijke beslissing
Als u gehandicapt bent en graag zou willen autorijden, dient u de kwestie uiterst serieus aan te pakken. Raadpleeg eerst uw arts en uw gezinsleden. U zou ook over vragen zoals de volgende kunnen nadenken: Is het nodig dat ik ga autorijden? Ben ik tegen de situatie opgewassen als er een ongeluk gebeurt? Kan ik eventuele angsten die ik heb, overwinnen? Wat zijn de voordelen? Zal ik als ik kan autorijden weer aan het werk kunnen? Zou het mij helpen om meer met andere mensen in contact te komen?
Weten wanneer je moet stoppen met rijden, is ook bijzonder belangrijk. Voor iedere bestuurder, gehandicapt of niet, kan de dag aanbreken waarop een afnemend beoordelingsvermogen en trager wordende reacties het noodzakelijk maken die beslissing te nemen. Als die tijd voor u zou aanbreken, houd dan in gedachte dat u niet alleen aan uzelf moet denken. Hoe staat het met degenen die u liefhebt — uw gezin en ook uw naaste, uw medeweggebruiker? Zou uw gebrekkige rijstijl een werkelijk gevaar voor hem kunnen vormen?
In sommige landen, zoals het land waar ik woon, Australië, kan iedere gehandicapte bestuurder boven de 65 jaar zijn rijbewijs telkens slechts voor een jaar laten verlengen — en dat na eerst een schriftelijke verklaring van de dokter verkregen te hebben waarin staat dat hij geen medische problemen heeft die een verdere nadelige invloed op zijn rijvermogen kunnen hebben.
Mijn auto en mijn prediking
In dit snelle tijdperk is de auto voor christenen in sommige landen praktisch een noodzaak geworden. De auto heeft hen geholpen om duizenden, misschien wel miljoenen mensen met het goede nieuws van Gods koninkrijk te bereiken (Mattheüs 24:14). Dit geldt vooral voor invaliden, zoals ik. Mijn wagen, aangepast aan mijn persoonlijke behoeften, stelt mij in staat anderen te vertellen over mijn overtuiging dat er binnenkort een nieuwe wereld zal komen die vrij zal zijn van ongelukken, ziekte en alle handicaps (Jesaja 35:5, 6). Sommige gehandicapte personen zijn zelfs in staat als volle-tijdpredikers te dienen.
Een van Jehovah’s Getuigen in Iowa (VS), die van een rolstoel afhankelijk is, doet dit al vele jaren. Zij vertelt dat haar bestelwagen een enorme hulp voor haar is; een mede-Getuige heeft de speciale aanpassingen ervan ontworpen, zoals een lift die haar in de wagen tilt. Eenmaal binnen gaat zij vanuit de rolstoel op de bestuurdersplaats zitten. Zij zegt: „Op deze manier kan ik op pad gaan en geregeld bij mensen aan de deur komen, en ik kan gewoonlijk een aantal bijbelstudies leiden.”
In mijn geval, hoewel ik niet in staat ben om al mijn tijd aan de prediking te besteden, is mijn aangepaste wagen niettemin een onschatbare aanwinst in dit werk. Jarenlang ging ik op krukken van huis tot huis, maar met het verstrijken van de tijd eiste de belasting van mijn armen en schouders haar tol. Ik moest dus een minder inspannende manier bedenken. Of ik nu in de stad of op het platteland werk, ik kies huizen uit met een oprijlaan waarop ik tot vlak bij de deur kan rijden.
Bij mijn eerste bezoek stap ik gewoonlijk uit de auto, loop op krukken naar de voordeur en leg kort het doel van mijn bezoek uit. Als de huisbewoner enige belangstelling voor de boodschap toont, probeer ik een vriendschappelijke band te kweken zodat ik bij volgende bezoeken zo vrij kan zijn te claxonneren om mijn aanwezigheid aan te kondigen — dan is het hun beurt om naar mij toe te komen.
Deze aanpak werkt goed. In plaats van zich ongemakkelijk te voelen, vinden veel huisbewoners het prima om even bij mij in de auto te komen zitten, zodat wij gerieflijk, beschut tegen de elementen, kunnen praten. Er zijn altijd wel enkele huisbewoners die mijn bezoek op prijs stellen en die ernaar uitzien een aanmoedigende bijbelse boodschap te bespreken en de nieuwste Wachttoren en Ontwaakt! te ontvangen.
Natuurlijk is de situatie van iedere gehandicapte anders. Maar misschien zal autorijden u dezelfde voordelen bieden als in mijn geval — een hernieuwd zelfvertrouwen, onafhankelijkheid, de gelegenheid om anderen te helpen en het grote genoegen te kunnen zeggen: „Ik ga een eindje rijden!” — Verteld door Cecil W. Bruhn.
[Kader op blz. 14]
Hoe auto’s worden aangepast voor gehandicapten
DE MEESTE gehandicapte bestuurders gebruiken hun handen voor wat hun voeten niet kunnen. Eén soort handbediening is wel bijzonder gemakkelijk. Het is een hendel die netjes onder het stuurwiel past en aan de stuurkolom is bevestigd. Van deze hendel loopt een ijzeren stang naar beneden, naar het rempedaal. Door de hendel naar voren te duwen, wordt de rem in werking gezet.
Met deze zelfde hendel wordt via een kabel het gaspedaal bediend. De hendel kan in twee richtingen bewogen worden: naar voren om te remmen en naar boven om gas te geven. Er is weinig kracht voor nodig. Een absoluut voordeel van dit soort handbediening is dat het anderen in geen enkel opzicht belemmert om het voertuig op de normale manier te besturen. Bovendien is het hulpmiddel gemakkelijk van de ene auto in de andere over te zetten.
Voor degenen die weinig kracht in hun handen hebben, is er een variatie van deze handbediening verkrijgbaar. Deze werkt hetzelfde, met een voorwaartse beweging om te remmen, maar om gas te geven moet de hendel naar beneden geduwd worden, zodat alleen al door het gewicht van de hand het gaspedaal in werking wordt gezet.
Hoe staat het met de rolstoel?
De gehandicapte bestuurder wordt met nog een probleem geconfronteerd: Wat moet hij met de rolstoel doen? Veel jongere bestuurders kopen een tweedeurs coupé, zodat zij de rolstoel in de ruimte achter de stoel van de bestuurder kunnen tillen. Dit vereist natuurlijk heel wat kracht in de armen en de schouders. Degenen die niet sterk genoeg zijn, moeten op een vriendelijke voorbijganger wachten om hun stoel in het voertuig te tillen.
Eén alternatief is de rolstoellader, een grote kist van glasvezel die op het dak van de auto wordt gemonteerd. Door een druk op een knop zet een motortje de kist langzaam op zijn kant zodat de rolstoel er met katrollen in gehesen kan worden. Wanneer de kist geladen is, ligt hij weer plat. Eén zo’n rolstoellader die in Australië verkrijgbaar is, kan heel gemakkelijk op de sigarettenaansteker van de auto worden aangesloten.
Een nadeel van de rolstoellader is dat hij de luchtweerstand van de auto vergroot, waardoor het brandstofverbruik met vijftien tot twintig procent toeneemt. Bovendien kan de prijs van het toestel zelf schrikbarend hoog zijn. Toch vinden velen nog steeds dat laadtoestellen hun prijs waard zijn wegens de onafhankelijkheid die ze bieden. Eén gehandicapte vrouw merkte op: „Nu kan ik zelf overal heen gaan zonder dat ik iemand bij me moet hebben of dat er iemand op mijn bestemming moet klaarstaan om me te helpen de rolstoel uit te laden.”
[Illustratie op blz. 13]
Ik kan vanuit mijn auto prediken