Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g96 22/3 blz. 21-23
  • Moet ik bij een sportteam gaan?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Moet ik bij een sportteam gaan?
  • Ontwaakt! 1996
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Tot elke prijs winnen?
  • Morele compromissen
  • Lichamelijke oefening of lichamelijk letsel?
  • Andere factoren om te overwegen
  • Neem een verstandige beslissing
  • Moet ik bij het schoolteam gaan?
    Ontwaakt! 1991
  • Teamsporten — Zijn ze iets voor mij?
    Ontwaakt! 1996
  • De huidige problemen met de sport
    Ontwaakt! 1991
  • Hoe sport binnen de perken te houden
    Ontwaakt! 1991
Meer weergeven
Ontwaakt! 1996
g96 22/3 blz. 21-23

Jonge mensen vragen . . .

Moet ik bij een sportteam gaan?

„WAT is er zo geweldig aan om in een sportteam te zitten?”, zo werd in een artikel in het blad Seventeen gevraagd. Als antwoord zei het artikel: „Je werkt samen aan een gemeenschappelijk doel, dus je wordt echt vrienden van elkaar. Je leert ook sociale vaardigheden, zoals problemen met een groep oplossen, flexibel en attent zijn, en naar een compromis zoeken.”

Het beoefenen van georganiseerde sporten schijnt dus voordelen te hebben, waarbij plezier en lichaamsbeweging zeker niet de laatste plaats innemen.a Sommigen beweren zelfs dat het beoefenen van teamsporten karaktervormend werkt. Eén jeugdhonkbalbond heeft dan ook als motto: „Karakter, Moed, Loyaliteit”.

Het probleem is dat men in de georganiseerde sport niet altijd naar deze nobele idealen handelt. Het boek Kidsports zegt: „In sommige gevallen leren ontvankelijke jongeren vloeken, bedriegen, vechten, intimideren en anderen letsel toebrengen.”

Tot elke prijs winnen?

In een artikel in Seventeen werd toegegeven: „Er zit een schaduwzijde aan sport, als mensen enorm veel gewicht gaan hechten aan winnen.” Dit is lijnrecht in strijd met de bijbelse woorden: „Laten wij niet egotistisch worden, doordat wij onderlinge wedijver aanwakkeren en elkaar benijden” (Galaten 5:26). Terwijl een lichte dosis vriendschappelijke wedijver een spel interessant en plezierig kan maken, kan een overdreven competitiegeest vijandschap kweken — en het spel bederven.

Jon, die op de middelbare school in het footballteam zat, herinnert zich: „Wij hadden een coach die een echte fanaat was; hij ging altijd vreselijk tegen ons tekeer . . . Ik was bang om naar de training te gaan. . . . Ik voelde me alsof ik in een concentratiekamp zat.” Hoewel niet alle coaches schelden, leggen velen van hen wel te veel nadruk op winnen. Eén schrijver concludeerde: „Veel sporters . . . bereiken een punt waarop de vreugde van het wedijveren plaats maakt voor een ondraaglijke druk om te slagen.” Wat kan het gevolg zijn?

In Science News stond een verslag over een enquête onder football- en basketbalspelers op universiteiten, waaruit bleek dat „twaalf procent zei problemen te hebben op minstens twee van de volgende vijf terreinen: psychische nood, fysieke uitputting, moeite met het mijden van drugs of alcohol, mentale en fysieke mishandeling en slechte leerprestaties”. In dezelfde trant merkt het boek On the Mark op: „Bijna iedereen in de georganiseerde sport is het erover eens dat er in de sport op alle niveaus een groot drugsprobleem bestaat.”

Morele compromissen

De druk om te winnen kan een jonge speler er ook toe brengen redelijke maatstaven van sportiviteit en eerlijkheid prijs te geven. Het boek Your Child in Sports merkt op: „In de hedendaagse sportwereld is winnen niet alleen goed, het is het enige dat telt. Verliezen is niet alleen slecht, het is onvergeeflijk.”

Nog een harde realiteit: Coaches zetten spelers vaak onder enorme druk om hun tegenstanders letsel toe te brengen. Een artikel in Psychology Today zei: „Om goed te zijn in sport, moet je slecht zijn. Zo denken veel sporters, coaches en sportfans er tenminste over.” Eén professionele footballspeler beschrijft zijn persoonlijkheid in het dagelijks leven als „zachtmoedig, voorkomend en vriendelijk”. Maar op het speelveld ondergaat hij een ’Jekyll-en-Hyde’-gedaanteverandering. Hij beschrijft zijn persoonlijkheid op het veld met de woorden: „Dan ben ik doortrapt en gemeen. . . . Ik ben door en door slecht. Ik heb totaal geen respect voor de man die ik te pakken ga nemen.” Coaches moedigen vaak tot zo’n instelling aan.

De bijbel moedigt christenen aan: „Bekleedt u . . . met de tedere genegenheden van mededogen, goedheid, ootmoedigheid des geestes, zachtaardigheid en lankmoedigheid” (Kolossenzen 3:12). Zou je zulke eigenschappen kunnen aankweken als je dagelijks een peptalk te horen zou krijgen waarin je wordt aangespoord om je tegenstanders te verwonden, te verpletteren en te verminken? De zestienjarige Robert geeft toe: „Ik heb georganiseerde sport beoefend. Het maakt je niet uit wie je verwondt, als je maar wint.” Nu hij een gedoopte christen is, denkt hij er anders over. Hij zegt: „Ik zou dat nooit meer doen.”

Lichamelijke oefening of lichamelijk letsel?

Ook de lichamelijke risico’s moeten niet over het hoofd worden gezien. Het is waar dat sport beoefenen altijd risico’s met zich brengt, ook als je het alleen voor je plezier met vrienden doet. Maar de gevaren worden veel groter wanneer jongeren worden gecoacht om bijna op profniveau te willen presteren.

Het boek Your Child in Sports merkt op: „Professionele spelers kunnen blessures oplopen. Maar zij zijn zeer ervaren, rijpe volwassenen met een prima lichaamsconditie, die bereid zijn blessures te riskeren en daar goed voor betaald worden. Bovendien krijgen zij gewoonlijk de beste, deskundigste training, de beste uitrusting en zorgvuldige, eerste klas medische begeleiding. . . . Schoolkinderen hebben zulke voordelen niet.” Christenen krijgen het gebod ’hun lichaam aan te bieden als een slachtoffer dat levend, heilig en God welgevallig is’ (Romeinen 12:1). Zou je er niet heel goed over na moeten denken of je je lichaam wel aan onnodige en onredelijke risico’s moet blootstellen?

Andere factoren om te overwegen

Zelfs wanneer de gezondheidsrisico’s minimaal lijken, dan nog zijn georganiseerde sporten tijdverslinders. Trainingen beperken wellicht niet alleen je sociale contacten maar kunnen ook een groot deel van de tijd in beslag nemen die je aan studie en huiswerk zou moeten besteden. Science News berichtte dat sporters op de universiteit vaak „iets lagere cijfers” hadden dan andere studenten die aan buitenschoolse activiteiten deelnamen. En wat belangrijker is, je zou kunnen bemerken dat in een team spelen het moeilijk maakt na te streven wat de bijbel „de belangrijker dingen” noemt — geestelijke belangen (Filippenzen 1:10). Stel jezelf de vraag: ’Als ik bij het team ga, zal ik dan christelijke vergaderingen moeten missen, of zal het mijn aandeel aan de prediking beperken?’

Overweeg ook zorgvuldig de mogelijke gevolgen wanneer je veel tijd doorbrengt met jongeren en volwassenen die niet dezelfde kijk als jij hebben op moraal, reine spraak of wedijver. De bijbel zegt tenslotte dat ’slechte omgang nuttige gewoonten bederft’ (1 Korinthiërs 15:33). Neem nu bijvoorbeeld een artikel op de opiniepagina van The New York Times: „De kleedkamer . . . is een plaats waar mannen in plastische sekstermen over vrouwenlichamen praten, waar zij opscheppen over hun seksuele prestaties en grappen maken over vrouwenmishandeling.” Hoe zou het je geestelijk vergaan als je in zo’n omgeving verkoos te zijn? — Vergelijk Jakobus 3:18.

Neem een verstandige beslissing

Denk je erover om bij een sportteam te gaan? Dan zal het voorgaande je misschien helpen er de kosten van te berekenen. Neem het geweten van anderen in aanmerking wanneer je een beslissing neemt (1 Korinthiërs 10:24, 29, 32). Natuurlijk kan er geen vaste regel worden gesteld, want overal in de wereld zijn de omstandigheden anders. In sommige gebieden zijn leerlingen misschien zelfs verplicht aan sport te doen. Maar als je twijfelt, praat er dan over met je ouders of met een rijpe christen.

Veel christelijke jongeren hebben de moeilijke beslissing genomen niet aan teamsport te doen. Dat is niet gemakkelijk als je een sportief type bent en echt van sport houdt! Druk van de zijde van leerkrachten, coaches en ouders kan de frustratie nog groter maken. De jonge Jimmy geeft toe: „Ik moet echt tegen mezelf vechten om niet aan sport te doen. Mijn ongelovige vader was een geweldige sporter in zijn middelbare-schooltijd. Het is soms moeilijk voor me om niet bij een team te gaan.” Toch kan de steun van gelovige ouders en rijpe christenen in de gemeente een grote hulp voor je zijn om bij je besluit te blijven. Jimmy zegt: „Ik ben mijn moeder dankbaar. Soms voel ik me depressief door de druk om aan sport te doen. Maar zij staat altijd klaar om me te herinneren aan mijn werkelijke doeleinden in het leven.”

Teamsporten kunnen spelers leren samen te werken en problemen op te lossen. Maar er is volop gelegenheid om dat te leren door binnen de christelijke gemeente aan het werk te zijn. (Vergelijk Efeziërs 4:16.) Teamsporten kunnen ook leuk zijn, maar je hoeft niet in een team te zitten om ervan te genieten. Sommige sporten kun je met christelijke vrienden beoefenen in een achtertuin of een plaatselijk park. Gezinsuitstapjes kunnen nog meer gelegenheden bieden voor gezonde sportactiviteiten. „Het is veel beter met anderen uit je gemeente te spelen”, zegt de zestienjarige Greg. „Het gaat alleen om het plezier, en je bent met je vrienden samen!”

Toegegeven, een wedstrijdje in de achtertuin zal waarschijnlijk niet de opwinding geven die je ervaart als je in een winnend team speelt. Maar vergeet nooit dat, in het gunstigste geval, ’lichamelijke oefening slechts nuttig is voor weinig; maar godvruchtige toewijding is nuttig voor alle dingen’ (1 Timotheüs 4:8). Ontwikkel godvruchtige toewijding en je zult in Gods ogen werkelijk een winnaar zijn!

[Voetnoten]

a Zie „Jonge mensen vragen . . . Teamsporten — Zijn ze iets voor mij?”, in onze uitgave van 22 februari 1996.

[Inzet op blz. 22]

„Wij hadden een coach die een echte fanaat was; hij ging altijd vreselijk tegen ons tekeer . . . Ik was bang om naar de training te gaan”

[Illustratie op blz. 23]

Maar al te vaak leggen coaches de nadruk op winnen — zelfs als het betekent dat je anderen letsel toebrengt

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen