De tabaksfirma’s in een vuurstorm
VOLGENS een bericht in The New York Times van 26 juli 1995 „heeft het Ministerie van Justitie een ’grand jury’ in New York samengeroepen om te onderzoeken of tabaksfirma’s tegenover federale ambtenaren een onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven ten aanzien van de inhoud en schadelijke effecten van sigaretten. Het ministerie zal hier waarschijnlijk een tweede panel samenroepen om te onderzoeken of topfunctionarissen van de firma’s tegenover het Congres hebben gelogen over tabaksprodukten.”
Welke grond bestaat hiervoor? Het bericht lichtte het toe. In april 1994 hadden topmensen van de zeven belangrijkste tabaksfirma’s in de Verenigde Staten voor een Congrescommissie onder ede getuigd dat „zij niet dachten dat nicotine verslavend was, dat sigaretten ziekte veroorzaakten of dat hun firma’s het nicotinegehalte in tabaksprodukten manipuleerden”.
Vervolgens kwam het dak naar beneden en bleef er geen spaan heel van hun beweerde onschuld toen in juni 1995 2000 bezwarende documenten opdoken. Uit deze documenten blijkt dat tabaksonderzoekers vijftien jaar hadden besteed aan het bestuderen van de „farmacologische” effecten van nicotine op lichaam, brein en gedrag van rokers. Dr. Victor DeNoble, een voormalig researchwetenschapper bij een van de firma’s, beschrijft de belangrijkste bevinding van het onderzoek: „De firma ging beseffen dat zij het teergehalte konden verlagen maar het nicotinegehalte verhogen en dan nog steeds een voor de roker acceptabele sigaret hadden. Na al het onderzoek beseften zij dat nicotine niet slechts kalmerend of stimulerend werkt, maar haar effect centraal, in de hersenen, uitoefent en dat mensen roken om wat het in hun brein doet.”
Volgens The New York Times bleek uit het onderzoek van de firma’s dat „welk merk mensen ook rookten, zij gewoonlijk de hoeveelheid nicotine kregen die zij nodig hadden door dieper te inhaleren, de rook langer in de mond te houden of meer sigaretten te roken”. Hun onderzoekers probeerden een sigaret met weinig teer te maken die voldoende nicotine bevatte om de roker te bevredigen.
De documenten onthulden verder dat de tabaksfirma een intense belangstelling had voor haar klanten. Leerlingen bij het voortgezet onderwijs vormden ruim vijftien jaar een onderzoeksobject. Mensen in een stad in Iowa, en onder hen ook enkele veertienjarige rokers, werden geënquêteerd over hun rookgewoonten.
De onthulling van deze researchdocumenten wordt gezien als een zeer gunstige omstandigheid voor een consortium van advocaten die tegen zeven tabaksfirma’s een zogeheten ’class action suit’ aanhangig hebben gemaakt, een proces uit naam van de Amerikaanse rokers als groep. Zij stellen dat tabaksfirma’s kennis over verslavende eigenschappen van nicotine verborgen hebben gehouden en nicotinegehaltes hebben gemanipuleerd om verslaving te bevorderen. Eén advocaat zei dat geen jury ter wereld zal geloven dat deze firma’s dit onderzoek bij wijze van hobby uitvoerden.
Naarmate in de ontwikkelde landen de vuurstorm aan intensiteit wint, drijft er meer tabaksrook naar de ontwikkelingslanden. Veertig jaar geleden rookte in het Zuiden, in de ontwikkelingslanden, praktisch geen vrouw en slechts ongeveer twintig procent van de mannen. Maar tegenwoordig rookt acht procent van alle vrouwen en vijftig procent van alle mannen in de ontwikkelingslanden — en dat aantal stijgt. „Rook”, zeggen onderzoekers, „drijft naar het Zuiden.”
Ontwaakt!-correspondent bericht over de trend
Onze schrijver in Brazilië maakt enkele algemene opmerkingen over de situatie in het Zuiden. Onderzoek in de geïndustrialiseerde landen schetst een steeds dodelijker beeld voor de roker. Dat heeft effect. „Landen die de enorme waarde van voorlichting hebben ingezien, zien nu een daling in de consumptie van tabak inzetten”, bericht de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). „In het Noorden”, zo voegt Panos, een in Londen gevestigde voorlichtingsinstelling eraan toe, „is in veel huizen, openbare gelegenheden, bedrijven en kantoren roken niet meer sociaal acceptabel” en de meeste mensen beseffen nu dat „roken hun dood kan worden”. „De tabaksindustrie trekt naar het Zuiden.”
In tegenstelling daarmee blijkt in het Zuiden het openen van een nieuwe markt net zo gemakkelijk als het openen van een pakje sigaretten. Voor de tabaksindustrie zijn de omstandigheden in de ontwikkelingslanden om van te watertanden. In drie op de vier ontwikkelingslanden bestaan geen verbodsbepalingen ten aanzien van tabaksreclame en tegelijkertijd is er bij het publiek maar weinig besef van de gevaren van roken. „Mensen zijn zich niet van de risico’s bewust omdat hun er niets over verteld is”, merkt Panos op.
Om jonge vrouwen — een belangrijke doelgroep van de industrie — ertoe over te halen hun eerste sigaret op te steken, wordt door advertenties „roken afgeschilderd als een met veel glamour en plezier omgeven bezigheid van onafhankelijke vrouwen”. De tabaksreclame lijkt verdacht veel op die welke in de geïndustrialiseerde wereld een halve eeuw geleden aangewend werd. Destijds werkte het. Al gauw, aldus één bron, werd door een op de drie vrouwen ’gerookt met een zeer mannelijk aandoend enthousiasme’.
Tegenwoordig belooft een intensievere agressieve verkoopbevordering gericht op argeloze vrouwen in ontwikkelingslanden een herhaling van dit reclame-„succes” van de jaren ’20 en ’30. Het sombere toekomstperspectief is dan ook dat miljoenen jonge vrouwen in de armere landen binnenkort aanspraak mogen maken op de omschrijving „aantrekkelijke jonge meisjes in hun vroege nicotienerjaren”.
Het voornaamste doelwit
Vrouwen vormen dan een belangrijke doelgroep voor de tabaksindustrie, jonge mensen zijn de voornaamste doelgroep. Stripachtige advertenties en sigarettelogo’s op speelgoed missen hun uitwerking niet, en dat geldt ook voor het sponsoren van sportevenementen.
In China, zo bericht het blad Panoscope, gaan jonge mensen „in grote aantallen over tot het roken van sigaretten”. Ongeveer 35 procent van de twaalf- tot vijftienjarigen en 10 procent van de negen- tot twaalfjarigen rookt. In Brazilië, zo bericht de krant Folha de S. Paulo, wordt naar schatting door een tien miljoen jongeren gerookt. Beseffen zij niet dat het kwaad kan? „Ik weet dat sigaretten roken schadelijk is,” zegt Rafael, een Braziliaans joch van vijftien dat anderhalf pakje sigaretten per dag rookt, „maar het is erg lekker.” Het gevolg van deze zorgeloze manier van redeneren? „Iedere dag”, bericht Panos, „beginnen weer minstens 4000 jonge mensen met roken.”
De tabaksindustrie exporteert naar het Zuiden produkten die een hoger teer- en nicotinegehalte hebben dan de merken die in het Noorden verkocht worden. De reden ligt voor de hand. „Ik bied geen verontschuldigingen aan voor nicotine”, heeft een functionaris van de tabaksindustrie enkele jaren geleden gezegd. „Die stof zorgt ervoor dat wij ons produkt blijven verkopen. Daardoor komen mensen terug.” Het werkt. „Door de hoge gehaltes aan nicotine”, bevestigt de Nederlandse publikatie Roken Welbeschouwd, „wordt de gewenning sneller tot stand gebracht en dit opent perspectieven om door het langzamerhand verlagen van de gehaltes de consumptie en daardoor de omzetten te doen stijgen.”
„De tabaksindustrie”, concludeert Panos, „ziet het Zuiden als de markt die de bedrijfstak gaande zal houden.”
Roken of langer leven?
Als u in een ontwikkelingsland woont, is de vraag wat u gaat doen. De feiten spreken voor zich. Tot 1950 was het aantal sterfgevallen tengevolge van met roken verband houdende ziekten verwaarloosbaar, maar nu sterven er elk jaar in het Zuiden een miljoen mensen aan ziekten die verband houden met roken. De WHO waarschuwt echter dat binnen dertig jaar het jaarlijkse dodencijfer tengevolge van met roken samenhangende ziekten in de ontwikkelingslanden tot zeven miljoen zal stijgen. In tegenstelling tot wat de tabaksreclame u vertelt, zijn sigaretten uiteindelijk dodelijk.
U zegt dat u zich van de gevaren bewust bent? Dat is mooi, maar wat gaat u met die kennis doen? Zult u zijn als de roker die zoveel afschuwelijke dingen over roken las dat hij besloot te stoppen met lezen? Of zult u slim genoeg zijn om door het door de tabaksreclame gelegde rookgordijn heen te kijken en nee te zeggen tegen het roken? Het is waar dat de tabaksrook naar het Zuiden drijft — maar hij hoeft niet uw kant op te drijven!
[Kader op blz. 19]
China — nummer één
Zhang Hanmin, een 35-jarige arbeider in China, steekt in het beschermende kommetje van zijn handen een sigaret op. „Om u de waarheid te zeggen,” bekent hij, „ik kan het zonder een heleboel dingen stellen, maar sigaretten vallen daar niet onder.” Hetzelfde schijnt te gelden voor 300 miljoen landgenoten van Zhang. Sinds de jaren ’80 heeft China „meer geproduceerd, meer verkocht en meer gerookt dan enig ander land”. In een recent jaar „werden miljarden sigaretten verkocht aan een verstokte rokersbevolking”, China de aanduiding bezorgend van „tabaksland nummer één in de wereld”. — Het tijdschrift Panoscope.
[Kader op blz. 20]
Sigaretten met een „garantie”?
Hoewel er jaarlijks drie miljoen mensen sterven aan met tabak in verband staande ziekten, blijft de reclame rokers vertellen dat hun gewoonte geen kwaad kan. Zo bazuinde een recente advertentie in een Braziliaans tijdschrift de komst uit van een sigarettemerk „met fabrieksgarantie”. De advertentie verzekerde de lezer: „Op uw auto zit garantie; op uw tv zit garantie; op uw horloge zit garantie. Op uw sigaret ook.” Maar zoals de advertenties vermelden en chronisch zieke rokers kunnen getuigen, is de enige garantie: „Roken schaadt de gezondheid.”
[Illustratie op blz. 19]
Een belangrijke doelgroep — vrouwen in ontwikkelingslanden
[Verantwoording]
WHO-foto door L. Taylor
[Illustratie op blz. 20]
Zich niet bewust van de gevaren?
[Verantwoording]
WHO