De ene stem die niet zweeg
VIJFTIG jaar geleden werd een monster gedood. Toen de wereld ten slotte het gordijn wegschoof om een blik te werpen op het gevallen Derde Rijk, was de gruwelijke aanblik een nachtmerrie die het bevattingsvermogen te boven ging. Soldaten en burgers konden slechts in stil afgrijzen naar de verschrikkelijke overblijfselen van een monsterlijke moordmachinerie staren.
Eerder dit jaar hebben duizenden herdacht dat vijftig jaar geleden de bevrijding van de concentratiekampen plaatsvond. Zwijgend hebben zij over de desolate terreinen gelopen, proberend zich een voorstelling te maken van de enormiteit van de misdaad. Alleen al in één zo’n vernietigingskamp, in Auschwitz, werden ongeveer 1.500.000 mensen omgebracht! Het was een tijd om te zwijgen, een tijd om na te denken over de onmenselijkheid van de ene mens tegenover de andere. In de nu niet meer heetgestookte verbrandingsovens, in de lege barakken, bij de nog steeds aanwezige bergen geroofde schoenen kwamen verontrustende gedachten door het hoofd spoken.
Vandaag de dag is er afgrijzen; er is verontwaardiging. De Holocaust, waarin ettelijke miljoenen systematisch zijn vermoord, onthult wat een monsterlijk kwaad het nazisme was. Maar destijds dan? Wie verhief zijn stem? Wie liet zich niet horen?
Velen hoorden pas voor het eerst over de massale moordpartijen aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Het boek Fifty Years Ago — Revolt Amid the Darkness legt uit: „De foto’s en de filmbeelden van de moordcentra en de kampen die in 1944 en 1945 door de Geallieerden bevrijd werden, waren de eerste confrontatie met de schokkende werkelijkheid voor het grote publiek, vooral in het westen.”
Toch was er al voordat de vernietigingskampen werden opgezet een stem die de gevaren van het nazisme verkondigde, en wel via Ontwaakt!, het tijdschrift dat u nu in handen hebt. Het was aanvankelijk bekend als The Golden Age (Het Gouden Tijdperk) en kreeg in 1937 als nieuwe naam Consolation (Vertroosting). Vanaf 1929 waarschuwden deze tijdschriften, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen, vrijmoedig voor de gevaren van het nazisme, getrouw aan de proclamatie op de voorkant: „Een tijdschrift gegrond op feiten, hoop en overtuiging”.
„Hoe kan men blijven zwijgen”, vroeg Consolation in 1939, „over de gruwelen van een land waar, zoals in Duitsland, 40.000 onschuldigen in één actie worden gearresteerd; waar 70 van hen in één enkele nacht in één gevangenis werden geëxecuteerd; . . . waar alle tehuizen, instellingen en ziekenhuizen voor de bejaarden, de armen en de hulpbehoevenden en alle weeshuizen voor kinderen worden vernietigd?”
Ja, hoe kon men blijven zwijgen? Terwijl de wereld in het algemeen zich van niets bewust was of sceptisch reageerde op de gruwelijke berichten die druppelsgewijs uit Duitsland en uit bezette landen naar buiten lekten, konden Jehovah’s Getuigen zich niet stilhouden. Zij kenden de wreedheden van het nazi-regime uit de eerste hand, en zij waren niet bang om hun stem te laten horen.
[Illustratieverantwoording op blz. 3]
U.S. National Archives photo