Van onze lezers
Steun van ouders Heel erg bedankt voor de reeks „Ouders — Wees een steun!” (8 augustus 1994) Onlangs sprak het hoofd van de school waarop mijn jongste dochter zit, met een groep ouders over goede communicatie tussen ouders en onderwijzers. Ik bracht het schoolhoofd het tijdschrift, en zij las het onmiddellijk. Twee weken later kwam mijn dochter met de maandelijkse schoolkrant thuis. Het deel van het artikel over goede communicatie was erin overgenomen zodat de hele gemeenschap voordeel kon trekken van de informatie.
W. B., Verenigde Staten
Wolfijnen Ik heb genoten van het artikel „Een walvis? Een dolfijn? Nee, het is een wolfijn!” (22 februari 1994) over de dolfijn-walvishybride. Aan het eind noemt u dit ’een glimp van het verbazingwekkende variatiepotentieel dat God in zijn schepping heeft gelegd’. Ik was het daar niet mee eens omdat de paring in hun normale omgeving niet zou hebben plaatsgevonden.
K. G., Verenigde Staten
Wij bedoelden niet dat een dergelijke paring normaal was of dat God ervoor verantwoordelijk was. Niettemin komt niet de mens de eer toe voor het bestaan van zo’n fascinerend schepsel. Hybriden bestaan slechts vanwege het „variatiepotentieel dat God in zijn schepping heeft gelegd”. Ons artikel gaf God dus de hem toekomende eer. — Red.
Sensatiesporten U deed er goed aan in het artikel „Jonge mensen vragen . . . Sensatiesporten — Moet ik risico’s nemen?” jongeren te waarschuwen voor de mogelijke gevaren van bungee-jumping (8 juli 1994). Nog geen week nadat ik het had gelezen, berichtte de BBC dat vier jongeren door bungee-jumping ernstig oogletsel hadden opgelopen. Dank u wel voor uw prachtige tijdschrift.
D. F., Engeland
Het artikel over sporten die de dood tarten zette me weer helemaal op scherp! Ik ben eens bij het beklimmen van een rotswand in een positie gekomen dat ik niet vooruit en niet achteruit kon. Tot op de dag van vandaag huiver ik bij de gedachte hoe dicht ik bij de dood was. Wat een stupide verspilling zou het zijn geweest!
L. T., Verenigde Staten
Ik heb het artikel bijzonder gewaardeerd. De jongelui hier doen aan veel van deze sensatiesporten. Zij proberen ook steeds mij ertoe over te halen. Maar op het nieuws zie ik vaak verslagen over mensen die sterven of ernstig gewond raken door dezelfde zogenaamd leuke sporten waar zij mij over vertellen. Na het artikel gelezen te hebben besefte ik dat het onverstandig zou zijn mijn leven dat ik van Jehovah heb gekregen, in gevaar te brengen voor niet meer dan een kortstondige kick.
J. S., Verenigde Staten
Aids Ruim drie jaar ben ik een volle-tijdprediker geweest. Dat kan ik nu echter niet meer zijn. Ik heb aids. Dank jullie wel voor de openhartige bespreking van dit moeilijke onderwerp in het artikel „Het helpen van mensen met aids” (22 maart 1994). Ik besef dat jullie de belangen van iedereen op het oog hebben. Maar het lijkt erop dat velen de gedeelten van het artikel die aanmoedigden tot sympathie met de getroffenen gemist hebben en zich hebben geconcentreerd op de genoemde „redelijke voorzorgsmaatregelen”. Het is alsof het artikel sommigen een vrijbrief heeft gegeven voor afstandelijkheid. Ik kan mij niet losmaken van de vraag wat er zal gebeuren als mijn conditie ernstig achteruitgaat en ik echt de liefde en steun van mijn broeders nodig heb. Zullen sommigen mij niet willen bezoeken omdat zij bang zijn het virus op te lopen?
M. N., Verenigde Staten
Wij stellen deze openhartige opmerkingen op prijs. Het was niet onze bedoeling het geven van steun aan aidsslachtoffers te ontmoedigen. Wij schreven juist: ’Op het ogenblik is men het er algemeen over eens dat aids niet door terloops contact wordt overgebracht. Men hoeft niet onnodig bang te zijn in het gezelschap van mensen met aids.’ De voorgestelde voorzorgsmaatregelen kunnen anderen helpen zich in zekere mate beschermd te voelen terwijl zij meedogend met aidsslachtoffers omgaan. — Red.