De Wereldraad van Kerken legt zich neer bij de bestaande verdeeldheid
VAN 3 tot 14 augustus 1993 herbergde de Spaanse stad Santiago de Compostela een ongewone groep pelgrims. Er werd, onder auspiciën van de Wereldraad van Kerken, een Wereldconferentie over Geloof en Kerkorde gehouden. Het doel van de afgevaardigden was formidabel — de gestagneerde poging om de kerken van de christenheid te verenigen, te stimuleren.
De situatie werd door Desmond Tutu, anglicaans aartsbisschop uit Zuid-Afrika, die er geen doekjes om wond, als „oecumenische inertie” gekenschetst. „Wij steken onze tenen in het water, maar wij missen de moed om de sprong te wagen”, verzuchtte hij.
Het zal niet gemakkelijk zijn de oecumenische sprong te wagen. De verdeeldheid onder de afgevaardigden stak tijdens de openingsceremonie in de katholieke kathedraal van Santiago de kop al op. De „Hymne aan Sint-Jakobus”, die tijdens de dienst werd gezongen, werd bekritiseerd als een lofzang op eeuwenlange agressie van Spaanse katholieken tegen joden, moslims en protestanten, ook al had de katholieke aartsbisschop Rouco de deelnemers aangemoedigd ’zich in te leven in de geest van de pelgrims en naar verzoening onder christenen te streven’.
Is er een raamwerk waarbinnen katholieken, orthodoxen en protestanten tot verzoening kunnen komen? Een studiegroep wees erop dat verscheidene kerken de geloofsbelijdenis van Nicea „als een centrale verwoording van het apostolische geloof” beschouwen. Zij hoopten dat deze geloofsbelijdenis zou kunnen dienen „als middel om tot eenheid in het geloof te komen”, ook al zou er „een diversiteit in verwoording” zijn.
De „diversiteit in verwoording” kwam herhaaldelijk aan het licht tijdens de conferentie. Orthodoxe en katholieke afgevaardigden uitten hun bezwaren tegen de recente anglicaanse beslissing de ordinatie van vrouwen goed te keuren. Een andere twistappel is de wedijver tussen de Orthodoxe en de Katholieke Kerk in eens communistische landen. Aartsbisschop Iakovos van de Grieks-Orthodoxe Kerk voerde aan dat het onjuist was om te spreken van „herevangelisatie van volken die eeuwenlang christelijk zijn geweest” maar die het ongeluk hebben gehad tientallen jaren onder het communistische atheïsme te moeten leven. In een conferentieverslag werd „proselitisme” zelfs veroordeeld als een belemmering voor de eenheid, ofschoon er wel in werd toegegeven dat een ’duidelijker begrip van het zendingskarakter van de kerk’ nodig is.
Samuel B. Joshua, bisschop van Bombay, kenschetste de eenheid van de kerken somber als een „utopische gedachte”. Na persoonlijk de problemen meegemaakt te hebben die het samensmelten van zes denominaties in India met zich bracht, zei hij dat de „baten onbeduidend zijn geweest” terwijl de lasten „ondraaglijk zijn geworden”. Hij gelooft dat christelijke eenheid niet „in termen van leerstellingen en kerkorde” nagestreefd moet worden.
Maar zou eenheid waarbij leerstellingen buiten beschouwing worden gelaten, ware eenheid zijn? Zouden godsdiensten die nog steeds ’het zendingskarakter van de kerk niet begrijpen’, werkelijk Christus navolgen? Paulus zei dat ware volgelingen van Christus ’gelijk moesten blijven denken’ (2 Korinthiërs 13:11). Aan die maatstaf wordt lang niet voldaan als men niet verder komt dan zich neerleggen bij de bestaande verdeeldheid.