Verwoestende droogte in zuidelijk Afrika
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN AFRIKA
VOLGENS velen was het de ergste droogte van deze eeuw. Sommigen spraken zelfs van de ergste in de hele geschiedenis van zuidelijk Afrika. Deze twee jaar durende droogte die zuidelijk Afrika trof, bracht grote ellende. „Het is erger, veel, veel erger dan wij verwachtten”, verklaarde het hoofd van Operation Hunger, een particuliere Zuidafrikaanse hulporganisatie. „Als wij tochten maken het veld in, zijn dat ontdekkingsreizen in niet eerder verkende diepten van ellende, menselijk leed en gebrek.”
„Er valt niets te verbouwen. De aarde is dood”, was het wanhopige commentaar van een dorpsboer. In sommige plaatsen aten hongerige dorpsbewoners modder of wortels van wilde planten. Organisaties voor voedselhulp konden de vraag niet aan. Volgens The Guardian Weekly ’heeft zuidelijk Afrika een hoger percentage van zijn oogsten verloren dan Ethiopië en Soedan in de verschrikkelijke droogte van 1985’.
De droogte bracht zo’n achttien miljoen mensen aan de rand van de hongerdood. In Angola was de crisis de ergste in de geschiedenis van het land. Volgens schattingen zijn er een miljoen stuks vee omgekomen, en in één jaar ging ongeveer zestig procent van de oogst verloren. De ergst getroffenen konden niet met hulp bereikt worden. Tegen augustus 1992 was Zambia’s oogst voor twee derde verloren en bleek het inderdaad nodig een miljoen ton maïs te importeren. Ongeveer 1,7 miljoen mensen leden honger.
In Zimbabwe, ooit de broodmand van zuidelijk Afrika genoemd, hadden vier miljoen mensen voedselhulp nodig — bijna de helft van de bevolking. In één gebied zei een onderwijzer: „Er is weinig water en er zijn haast geen voedselvoorraden meer. Er is geen grassprietje meer te bekennen op het land.”
In sommige dorpen klommen mensen in bomen om bladeren te plukken, die zij kookten en aten. De regering moest haar voedselhulp verminderen van vijftien tot vijf kilogram per persoon per maand. Het grote kunstmatige Karibameer stond op het laagste niveau dat het ooit heeft gehad, en water was in Bulawayo gerantsoeneerd.
Duizenden dieren op wildfarms in Zimbabwe moesten afgeschoten worden omdat er niet genoeg water voor ze was. Een krant berichtte: „Vogels vielen dood uit verschrompelde bomen, schildpadden, slangen, knaagdieren en insekten zijn verdwenen.”
Mozambique behoorde tot de ergst getroffen landen. Het land kreeg tachtig procent van zijn voedsel uit internationale hulp, en volgens één schatting leden 3,2 miljoen mensen honger. Vluchtelingen stroomden Malawi, Zuid-Afrika, Swaziland en Zimbabwe binnen. Nu de droogte inmiddels wat is afgenomen, zijn veel vluchtelingen echter weer teruggekeerd.
Stadsbewoners zijn zich vaak niet bewust van wat droogte voor bewoners van het platteland betekent. Een ambtenaar die bij de voedselhulp betrokken was, merkte op: „De verwoestingen die de droogte heeft aangericht, lijken ver weg voor de meeste bewoners van de stadsgebieden, waar de voedsel- en watertekorten lang niet zo ernstig waren.”
Hoewel regens voor veel gebieden een mate van verlichting hebben gebracht, hebben delen van Mozambique, Swaziland en Zuid-Afrika nog meer regen nodig. Ongetwijfeld zullen de gevolgen van deze droogte zich nog jaren doen voelen.
Uiteraard is gebrek aan regen een van de oorzaken van droogte. Maar de effecten ervan worden verhevigd door andere problemen die een beschouwing waard zijn.
Andere complicaties
In Afrika wordt de uitwerking van droogte in sterke mate verergerd door politieke instabiliteit. De landen die de ernstigste voedseltekorten hadden, zijn ook de landen die door dit soort instabiliteit worden geplaagd. Voorbeelden zijn Angola, Ethiopië, Mozambique en Somalië. Oorlogen hebben de landbouw verstoord en veel boeren gedwongen te vluchten en hun bedrijf in de steek te laten.
Een controversiële factor in het droogteprobleem is de door de mens veroorzaakte vervuiling van de atmosfeer en de volgens sommigen daaruit voortvloeiende wereldomvattende opwarming. Een andere factor is de bevolkingstoename. De gemiddelde jaarlijkse groei in Afrika bedraagt drie procent, een van de hoogste groeicijfers ter wereld. Als er meer monden moeten worden gevoed, wordt land bebouwd dat daar niet geschikt voor is en laten de boeren geen land braak liggen opdat het zich kan herstellen.
Bovendien worden er bossen vernietigd, in hoofdzaak om meer land vrij te maken voor landbouw. Volgens het tijdschrift African Insight was twintig jaar geleden twintig procent van Ethiopië bos; nu is dat nog slechts twee procent. Van alle milieuproblemen die de aarde bedreigen, is volgens sommige deskundigen de ontbossing het ernstigste. Ze is van invloed op weerpatronen en draagt bij tot bodemerosie en het oprukken van woestijnen.
Sommige Afrikaanse regeringen hebben de prijzen voor voedsel en vee laag gehouden om de gunst te winnen van stedelijke consumenten. Dit ontmoedigt boeren, die niet in staat zijn winst te maken op hun bedrijf. De regering van Zimbabwe reageerde met een 64 procent verhoging van de maïsprijs als een aansporing voor boeren om meer te produceren.
Wat is de oplossing?
Experts hebben heel wat suggesties aangedragen. Maar soms hebben zij Afrikaanse landen geadviseerd westerse landbouwmethoden over te nemen, die niet geschikt zijn gebleken voor het Afrikaanse milieu.
Er zijn snel werkbare oplossingen nodig. Een hoge Afrikaanse ambtenaar van de Economische Commissie voor Afrika, een VN-orgaan, verklaarde: „Op basis van alle economische voorspellingen die wij tot dusver hebben gezien, zal Afrika zich in 2000 niet in het dal bevinden waarin het nu is. Het zal zich op de bodem bevinden van een diepe zwarte afgrond.”
Een voor de hand liggend vereiste is politieke stabiliteit en een beëindiging van geweld en oorlog. Ook samenwerking met buurlanden is essentieel.
Volgens de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, heeft Afrika het potentieel om driemaal zoveel mensen te voeden als zijn huidige bevolking. Maar de produktie vertoont al tientallen jaren een dalende lijn, en bij de huidige groeisnelheid zal de bevolking zich binnen dertig jaar kunnen verdubbelen.
Buitenlandse voedselhulp heeft ongetwijfeld velen gered van de hongerdood. Niettemin vormt een dergelijke hulp, op regelmatige basis verschaft, niet de oplossing en is er het negatieve effect aan verbonden dat het plaatselijke boeren ontmoedigt meer te produceren. Zij kunnen wellicht hun produkten niet tegen een redelijke prijs verkopen, en mensen ontwikkelen vaak een voorkeur voor geïmporteerde voedingsmiddelen en willen de plaatselijke granen niet meer eten.
Wat wordt er gedaan?
De onvermoeibare inspanningen van velen die de Afrikanen oprecht willen helpen, zijn prijzenswaardig. In sommige gebieden hebben zulke inspanningen resultaten opgeleverd. In Zimbabwe heeft een internationaal researchteam een plan in praktijk gebracht om bomen te planten die goed en betrekkelijk snel groeien in droge gebieden. Het idee is deze bomen op grote schaal te planten als een bijdrage in het overwinnen van de brandstofcrisis, omdat tachtig procent van de bevolking op hout kookt.
In het dorp Charinge in de door droogte getroffen provincie Masvingo in Zimbabwe zijn boeren aangemoedigd om rond hun groenten en fruitbomen stenen te gebruiken als een deklaag die verdamping tegengaat. Het resultaat is dat zij veel minder water nodig hebben, en de gewassen zijn uitstekend gegroeid. Boeren konden zelfs voedsel verkopen en de nood van anderen lenigen.
In Zuid-Afrika bracht een groot bedrijf veranderingen aan in een fabriek waar steenkool in olie wordt omgezet, zodat praktisch al het water na een grondige behandeling wordt hergebruikt. Hoewel de zuivering van industrieel water kostbaar is, neemt Zuid-Afrika zich voor uiteindelijk ongeveer zeventig procent van zijn industrieel gebruikte water te zuiveren.
In Luanshya in Zambia is de sojaboon geïntroduceerd als een alternatief voedzaam voedingsmiddel. Een hulpverleenster zei: „De meeste sterfgevallen tengevolge van ondervoeding vinden plaats in maart en juni, wanneer de traditionele voedingssoorten schaars zijn. Sojabonen worden echter in april geoogst en laten zich beter bewaren dan hoofdvoedingsmiddelen als maïs en sorghum.”
Hoe nobel dergelijke inspanningen om problemen als droogte en voedseltekorten te overwinnen ook zijn, toch heeft de mens met al zijn technologie en vooruitgang de droogte in Afrika niet kunnen bedwingen. Er is er slechts Eén die begrijpt wat er allemaal bij betrokken is, en lang geleden heeft hij de oplossing voorzegd. Onder de Koninkrijksregering van Jehovah God in handen van zijn aangestelde Koning, Jezus Christus, zullen de woorden van de profeet Jesaja binnenkort over de hele aarde letterlijk bewaarheid worden: „In de wildernis zullen bruisende wateren zijn opgeweld, en stromen in de woestijnvlakte. En de door de hitte verschroeide bodem zal als een rietpoel zijn geworden, en de dorstige bodem als waterbronnen. In de verblijfplaats van jakhalzen, een rustplaats voor ze, zal groen gras zijn met riet en papyrusplanten.” — Jesaja 35:6, 7.
[Illustratie op blz. 12]
Dorpelingen moesten met hun vee het weinige water delen dat er in modderpoelen nog te vinden was
[Verantwoording]
The Star, Johannesburg. S.A.