Een hedendaagse barmhartige Samaritaan
EEN vrouw in Canada kreeg een auto-ongeluk. Een hedendaagse barmhartige Samaritaan kwam haar te hulp (Lukas 10:29-37). Geroerd door zijn goedheid schreef zij het volgende naar The Georgetown Independent:
’Geachte redactie,
Ik schrijf om twee redenen. In de eerste plaats wil ik een inwoner van Georgetown bedanken die mij het afgelopen weekend heeft geholpen nadat ik de macht over het stuur was kwijtgeraakt en in een sloot belandde.
De heer John Saunders reed langs en stopte. Hij verleende mij eerste hulp en wist mij erg gerust te stellen. Hij bleef bij me totdat het personeel van de ambulance en de politie het overnamen. Uw gemeenschap is gezegend een barmhartige Samaritaan als de heer Saunders in uw gemeenschap te hebben wonen.
De heer Saunders kwam mijn man en mij in het ziekenhuis bezoeken, om zich er gewoon even van te vergewissen dat het goed met me ging. Ik was geschokt toen ik ontdekte dat de heer Saunders op het hoofdkantoor van Jehovah’s Getuigen in Georgetown werkt. Ik heb altijd gedacht dat deze mensen niet in de geneeskunde geloven en nu had een van hen mij deskundige eerste hulp verleend. Dat brengt mij op de tweede reden waarom ik schrijf.
Ik zou alle Jehovah’s Getuigen mijn verontschuldigingen willen aanbieden voor de grove manier waarop ik hen behandeld heb als zij bij mij aan de deur kwamen. Ik heb altijd geloofd dat u fanatici bent. De heer Saunders heeft bewezen dat die verschrikkelijke veronderstelling onjuist is. U bent allemaal gewoon normale mensen die proberen te doen wat naar uw mening juist is.
Nogmaals hartelijk dank, meneer Saunders, en blijf het geloof trouw. God zegene u.
T. M., Toronto’
Jehovah’s Getuigen geloven dat ’men zijn naaste moet liefhebben als zichzelf’ (Lukas 10:27). Indien u meer over Jehovah’s Getuigen wilt weten of graag een gratis huisbijbelstudie zou hebben, schrijf dan naar Wachttoren (Nederland), Noordbargerstraat 77, 7812 AA Emmen; voor België naar Wachttoren, Potaardestraat 60, B-1950 Kraainem; of naar een van de adressen op blz. 5.