Waar koeien vliegen
DE FELLE winden van de Shetlandeilanden kwamen op 5 januari 1993 internationaal in de belangstelling te staan. Ze kregen vat op de Braer, een 243 meter lange olietanker van 45.000 ton, en sloegen die tegen deze rotsachtige buitenpost van Noord-Schotland. Binnen een week hadden wind en golven het reusachtige schip in vieren gebroken.
Loeiende stormen zijn niets nieuws voor de Shetlanders. De afgelegen groep van zo’n honderd eilanden, waarvan er nog geen twintig bewoond zijn, moet als eerste de ijzige winden opvangen die onbelemmerd uit de richting van IJsland over zee komen aanrazen.
Het is niet verwonderlijk dat de bewoners aan vreemde taferelen gewend zijn geraakt. Een man die in The Wall Street Journal werd geciteerd, zei: „Misschien moeten er op Shetland borden komen met: Pas op voor vliegende koeien.” Een van de koeien van een kennis van hem was enkele jaren geleden pardoes uit een weiland geblazen. Een andere bewoner, een wetenschapper, vertelde dat hij zijn huiskat wel vijf meter weg had zien „vliegen” op de wind — waarna ze natuurlijk zonder meer op haar pootjes terechtkwam. Chauffeurs beladen hun voertuigen gewoonlijk met zwaar materiaal, steenkool bijvoorbeeld, om te voorkomen dat zij van de weg worden geblazen. Ook mensen zijn omhooggeblazen en sommigen zijn daarbij zelfs omgekomen. Eén windstoot, die een vrouw noodlottig werd, bereikte een onofficiële snelheid van 323 kilometer per uur — onofficieel omdat de officiële windmeter bij dezelfde storm werd weggeblazen!