Waar komen vallende sterren vandaan?
„O, KIJK! Daar gaat er weer een!” „Waar? Waar?” Hebt u wel eens zoiets gezegd als u de nachtelijke hemel afspeurde naar vallende sterren? Misschien leek het de eerste keer dat u een vallende ster plotseling een lichtstreep over de sterrenhemel zag trekken wel, alsof een van de sterren plotseling uit de hemel viel. Natuurlijk is de aanduiding vallende sterren in feite onjuist. Misschien „vallen” ze wel, maar het zijn zeker geen sterren.
Astronomen spreken van meteoren. En terwijl onze hele planeet wel een miljoen keer in een gemiddelde ster zou gaan, gaan er miljoenen van deze meteoren in onze planeet. Wat zijn meteoren, en waar komen ze vandaan?
Nu, ze hebben veel met kometen te maken. De komeet van Halley, een beroemd voorbeeld, schoot in 1986 langs de aarde op haar 76 jaar durende, elliptische reis rond de zon. Omdat kometen kennelijk voornamelijk uit ijs en stof bestaan, worden ze soms vuile sneeuwballen genoemd. Wanneer een komeet de zon nadert, wordt ze aan de oppervlakte warmer, waardoor er stof en gas vrijkomen. De stralingsdruk van het zonlicht drijft de vaste deeltjes terug in een lichtgevende staart van stof. Daardoor krijgt de komeet in haar kielzog een stofstaart van puin — deeltjes die zolang ze zich in de ruimte bevinden, meteoroïden worden genoemd. De meeste van deze stofdeeltjes zijn te klein om zichtbare meteoren te worden. Een kleine fractie heeft ongeveer de grootte van een zandkorrel, terwijl enkele de omvang van kiezelsteentjes hebben.
In sommige gevallen snijdt de baan die een komeet beschrijft de baan van de aarde. Dat betekent dat de aarde iedere keer dat ze de baan van de komeet kruist, dezelfde stofstaart tegenkomt. Wanneer dit gebeurt, dringen de minuscule meteoroïden met hoge snelheden de atmosfeer binnen — snelheden van wel 71 kilometer per seconde. Onder het vallen worden de grootste verhit en verbranden, waardoor de withete strepen over de hemel ontstaan die meteoren worden genoemd.
Wanneer de aarde het pad van een komeet snijdt, lijken de meteoren alle richtingen uit te schieten vanuit hetzelfde punt aan de hemel, dat de radiant wordt genoemd. Vanuit deze radianten vallen op vaste tijden van het jaar meteorenzwermen. Een zeer bekende zwerm wordt gevormd door de Perseïden, zo genoemd omdat hun radiant in het sterrenbeeld Perseus ligt. Wanneer de Perseïden omstreeks 12 of 13 augustus op hun maximum zijn, levert dat elk jaar opnieuw een schitterende aanblik op. Dan kunnen er wel ruim zestig meteoren per uur vallen.
Omstreeks 21 oktober zijn de Orioniden te zien, die, net als de eerder verschijnende Aquariden, veroorzaakt zouden worden door meteoroïden uit de komeet van Halley. Volgens het blad Astronomy schatten wetenschappers dat de komeet van Halley „100.000 banen kan beschrijven voordat ze al haar materie verloren heeft”. Als hun hypothese juist is, zal de komeet van Halley de komende 7.600.000 jaar geregeld terugkeren! En ongetwijfeld zal haar stofstaart lang nadat ze verdwenen is, de bewoners van de aarde nog eeuwen van vallende sterren voorzien. Veel van de meteoren die wij tegenwoordig zien, komen kennelijk van kometen die al lang ter ziele zijn.
Wetenschappers schatten dat er wereldwijd dagelijks zo’n 200 miljoen zichtbare meteoren in onze atmosfeer zijn. En wat de meer spectaculaire meteorenzwermen betreft, nu, een kans daarop doet zich volgend jaar weer voor — en er komen er nog miljoenen!