Dingen die de orkaan Andrew niet heeft kunnen vernietigen
ER ZIJN orkanen en orkanen.a Sommige zijn niet veel meer dan een krachtige storm die zware regenbuien brengt en bomen ontwortelt. Maar er zijn er ook zoals de orkaan Andrew in Zuid-Florida (24 augustus 1992) en Louisiana (26 augustus 1992), de orkaan Iniki op het Hawaiiaanse eiland Kauai (12 september 1992) en de tyfoon Omar op Guam (28 augustus 1992).
Deze orkanen richtten verwoestingen aan die in de miljarden dollars liepen. In Florida kwamen tientallen mensen om het leven. Duizenden gezinnen werden dakloos. Verzekeringsagenten repten zich rond verwoeste huizen, op zoek naar de eigenaars, en schreven cheques uit.
Volgens een verslag van het Hulpverleningscomité van Jehovah’s Getuigen in Fort Lauderdale konden 518 van de 1033 woningen van Jehovah’s Getuigen in het gebied gerepareerd worden. Zou die verhouding algemeen opgaan, dan zou dat betekenen dat minstens 50 procent van alle huizen op Andrews pad verwoest werd. Later probeerden degenen die zo gelukkig waren een woning te hebben die nog bewoonbaar was, hun meubelen en gordijnen droog te krijgen en de witte drab te verwijderen die was veroorzaakt door het feit dat plafonds bezweken waren onder de door beschadigde daken naar binnen gegutste regen. Velen konden de aanblik van de puinhoop die hun woning geworden was, nauwelijks verdragen. Degenen die in minder stevige caravans of stacaravans woonden, waren misschien wel het slechtst af.
De orkaan Andrew spaarde niemand
Tot hen behoorde het echtpaar Leonard en Terry Kieffer. Toen zij weer naar hun caravanpark in Florida City gingen, moesten zij zich bij een militaire controlepost identificeren om het gebied te mogen betreden. Voor hun ogen lag een caravanpark dat er uitzag alsof het door honderden zware bommen was getroffen — zonder kraters achter te laten. Bomen waren ontworteld. Gehavende aluminiumplaten, eens de wanden en daken van caravans, waren rond bomen gebogen en hingen uit de takken als een zonderling soort feestversiering. De elektriciteitskabels lagen overal op de grond; de houten palen waren afgeknapt als lucifershoutjes. Auto’s waren gekanteld en vernield.
Bob van Dyk, wiens nieuwe caravan onbewoonbaar werd verklaard, beschreef het tafereel in zijn woning zo: „Het plafond kwam omlaagzetten en vernielde daarbij alles wat maar te vernielen was, verboog wat te verbuigen was en joeg iedereen die schrik aangejaagd kon worden schrik aan, ons dus.”
Persoonlijke bezittingen, speelgoed, kleding, foto’s en boeken lagen in het rond als droevige herinneringen aan een vroegere levensstijl. Een eenzame zwarte kat zwierf doelloos door de brokstukken en staarde de Kieffers met iets vragends in zijn blik aan. Kleine hagedissen schoten heen en weer over wat eens iemands kostbare eigendommen waren geweest. De lucht was doordrongen van de stank van rottend voedsel, gevallen uit kapotte koelkasten. In elke richting was een tafereel van hevige verwoesting te zien — allemaal veroorzaakt door stormen, krachtige stormen, met windstoten van meer dan 260 kilometer per uur.
Voor de eigenaars en bewoners van deze caravans was het hartverscheurend. Na jarenlang een gezin grootgebracht te hebben en met elkaar geleefd te hebben in hun eigen nestje, vonden zij bij hun terugkeer na de storm alles kapot en her en der verspreid. De Kieffers hadden bij een vorig bezoek iets van hun bezittingen in veiligheid gebracht, maar het was voor hen te traumatisch om de brokstukken die van hun huishouden overgebleven waren te doorzoeken. Zij waren echter wel dankbaar dat zij nog leefden en God konden dienen.
De orkaan Andrew spaarde niets. Winkelcentra, fabrieken, pakhuizen — allemaal werden ze het doelwit van het natuurgeweld. De bouwvoorschriften van de nietige mens konden die toets niet doorstaan.
Het beste en het slechtste in de menselijke aard
Uit het hele land kwam er hulp voor Florida toen verschillende hulporganisaties in het geweer kwamen. Het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen in Brooklyn (New York) reageerde onmiddellijk en stelde een hulpverleningscomité aan met de congreshal in Fort Lauderdale als basis. Het stelde tevens een aanzienlijk bedrag beschikbaar voor de aankoop van materialen, voedsel en noodartikelen. Bijgevolg behoorden de Getuigen tot de eersten die op de situatie reageerden en vrijwilligers opriepen. In feite kwamen velen zonder opgeroepen te zijn.
Er kwamen Getuigen uit Californië, North Carolina, Oregon, de staat Washington, Pennsylvania, Missouri en veel andere staten. Een Regionaal bouwcomité uit Virginia, dat meestal Koninkrijkszalen bouwt, stuurde een groep van achttien Getuigen om daken te repareren. Het kostte hun achttien uur rijden. Hulpverleners namen vakantie of vroegen verlof en reden het land door, honderden en zelfs duizenden kilometers, om hun in nood verkerende mede-Getuigen te bereiken.
Van onschatbare waarde was de hulp van de groep die uit de omgeving van Charleston in South Carolina kwam. Zij hadden in 1989 ervaring opgedaan met de orkaan Hugo. Zij wisten wat zij konden verwachten en organiseerden snel hulpgoederen, waaronder generators en bouwmaterialen. Binnen twee weken hadden ploegen vrijwilligers zo’n 800 huizen droog gekregen en talrijke daken gerepareerd.
Veel huwelijkspartners die geen Getuigen waren en buren trokken voordeel van de hulp die uit Getuigen bestaande reparatieploegen boden. Ron Clarke uit West Homestead berichtte: „Ongelovige echtgenoten zijn werkelijk onder de indruk geraakt van dit alles. Zij waren in tranen, overweldigd door wat de Getuigen al voor hen gedaan hebben.” Over de ongelovige echtgenoot van een Getuige zei hij verder: „Hij is gewoon verrukt — er zijn nu Getuigen bij hem die zijn dak er voor hem opzetten.”
Een andere Getuige vertelde over zijn buren die geen Getuigen zijn en waar hij elke avond even ging informeren. Zij zeiden dat alles oké was. Op de vijfde dag stortte de vrouw in en begon te huilen. „We hebben helemaal geen luiers voor de baby. Het babyvoedsel is bijna op. We hebben niet genoeg eten en water.” De man had twintig liter benzine nodig maar kon die nergens krijgen. Diezelfde dag bracht de Getuige hun alles wat zij nodig hadden uit het hulpdepot in de Koninkrijkszaal. De vrouw huilde van dankbaarheid. De man gaf een bijdrage voor het hulpwerk.
Een zeer belangrijke rol speelden de gemeenteouderlingen en dienaren in de bediening, die met elkaar de hulpverlening organiseerden in de verschillende gerepareerde Koninkrijkszalen in het rampgebied. Zij werkten onvermoeibaar om alle Getuigen op te sporen en vast te stellen waaraan zij behoefte hadden. Daarentegen bleek een officier van de luchtmacht over de hulpverlening in een ander gebied gezegd te hebben: „Alle opzichters willen alleen maar opzichters zijn, maar niemand wil de handen uit de mouwen steken en echt het vuile werk doen.”
Rampen kunnen het beste en het slechtste in mensen naar boven brengen. Een voorbeeld van het laatste was het plunderen. Een uit Getuigen bestaand gezin besloot dat zij op zijn minst hun koelkast en de wasmachine uit het puin konden bergen voor gebruik in het hulpcentrum in de plaatselijke Koninkrijkszaal. Zij gingen naar de zaal om een bestelwagen te halen. Voordat zij terug waren, hadden plunderaars beide apparaten gestolen!
Een ooggetuige vertelde: „Toen wij door de ontredderde straten kwamen, zagen wij huizen met borden waarop plunderaars werden gewaarschuwd weg te blijven. Op sommige van de borden stond: ’Op plunderen staat de dood’ en ’Plunderaars worden neergeschoten’. Op een ander bord stond: ’2 plunderaars neergeschoten — 1 dood’. Winkels en winkelcentra waren geplunderd.” Volgens een sergeant bij de 82ste luchtlandingsdivisie was minstens één plunderaar gepakt en door de mensen gelyncht.
Er werden veel arrestaties verricht. Het lijkt wel of bij elke ramp de criminele elementen klaarstaan om als gieren neer te strijken. En zelfs ’gewone mensen’ laten zich tot plunderen verleiden. Godsdienst, ethiek en moraal schijnen als sneeuw voor de zon te verdwijnen als de verleiding zich voordoet iets voor niets te kunnen bemachtigen.
Aan Ontwaakt! werd verteld dat in het begin enkele soldaten zelfs van hun ongeladen geweren waren beroofd door gewapende plunderaars. Sommige soldaten hoorde men zeggen dat zij het hulpcentrum in de Koninkrijkszaal als een oase in de woestijn beschouwden „omdat”, zo zeiden zij, „jullie geen vuurwapens dragen”.
’Ga niet zitten kniezen’
Wat hebben Jehovah’s Getuigen van hun ervaringen met natuurrampen geleerd? Hervat zo snel mogelijk de geestelijke activiteiten. Ed Rumsey, een opziener uit Homestead, vertelde Ontwaakt! dat een dubbele Koninkrijkszaal op de woensdag na de maandag van de orkaan klaar was voor vergaderingen. Een deel van de dakbedekking was verdwenen, de plafonds hadden het begeven en er was water binnengekomen. De vrijwilligers waren snel aan de slag gegaan om de Koninkrijkszalen weer op orde te krijgen voor de vergaderingen en ze te gebruiken als commandoposten van waar uit de hulpverlening in hun geteisterde gebied geleid kon worden. Er werden keukens opgezet zodat de slachtoffers en de hulpverleners maaltijden geserveerd konden krijgen.
Fermín Pastrana, ouderling uit de Spaanse gemeente in Princeton, berichtte dat zeven gezinnen in zijn gemeente van tachtig Getuigen hun woning totaal kwijt waren. Welke remedie had hij zijn mede-Getuigen aanbevolen? „Treur als je moet treuren. Maar ga daarna niet zitten kniezen. Ga actief anderen helpen en ga in de mate waarin dat mogelijk is in de velddienst. Sla geen christelijke vergaderingen over. Los op wat op te lossen is, maar tob niet over dingen waar geen oplossing voor is.” Het resultaat was dat de Getuigen al spoedig aan het prediken waren en van deur tot deur dozen hulpgoederen afleverden. Andrew had hun ijver niet weggeblazen.
’De volgende keer gaan we weg!’
Sharon Castro, een 37-jarige vrouw uit Cutler Ridge, vertelde Ontwaakt! haar verhaal: „Mijn vader besloot niet weg te gaan. Hij redeneerde dat omdat de vorige orkaan van de kust van Florida was weggedraaid, het met Andrew wel net zo zou gaan. Hij was niet eens van plan de ramen dicht te timmeren. Gelukkig kwam mijn broer langs en die stond erop dat de ramen met triplex werden dichtgespijkerd. Zijn optreden heeft ons ongetwijfeld het leven gered. Onze ramen zouden aan gruzelementen zijn gegaan en wij zouden in stukken zijn gesneden.
Om een uur of half vijf ’s nachts viel de elektriciteit uit. De geluiden buiten waren angstaanjagend. Het was net het geluid van een enorme trein. Telkens klonk er een hevig gekraak als bomen afknapten en gebouwen instortten. Wij ontdekten later dat een beangstigend gepiep het geluid was van de lange spijkers in ons dak die zich loswerkten. De zolder vloog eraf en een derde van het dak verdween. Uiteindelijk moesten wij met ons twaalven, met inbegrip van mijn invalide moeder en mijn negentigjarige grootmoeder, schuilen in een binnenkamer zonder ramen. Wij waren ervan overtuigd dat wij daar zouden sterven.”
Welke les heeft zij uit die ervaring geleerd? „De volgende keer dat ons wordt gezegd weg te gaan, gaan we weg — zonder vragen te stellen. We zullen naar waarschuwingen luisteren. Ik heb ook geleerd met anderen te delen en met heel weinig rond te komen. En ik weet dat het goed is als je huilt en treurt, om daarna de realiteit onder de ogen te zien.”
Reacties van de pers
Zelfs de media vermeldden hoe goed de Getuigen georganiseerd waren. De Savannah Evening Press had als kop „Jehovah’s Getuigen merken dat zij welkom zijn in Zuid-Florida”, en in The Miami Herald stond: „Getuigen zorgen voor hun eigen mensen — en voor anderen”. In het artikel werd gezegd: „Niemand in Homestead slaat deze week de deur voor Jehovah’s Getuigen dicht — als zij nog een deur hebben om dicht te slaan. Ongeveer 3000 Getuigen zijn als vrijwilligers uit het hele land in het rampgebied samengestroomd, allereerst om hun eigen mensen te helpen en vervolgens anderen. . . . Elke militaire organisatie kan jaloers zijn op de precisie, discipline en efficiëntie van de Getuigen.”
De Getuigen zijn gewend op hun grote vergaderingen en congressen flinke aantallen mensen te voeden. Bovendien hebben zij overal ter wereld honderden Regionale bouwcomités georganiseerd voor de bouw van Koninkrijkszalen en grote congreshallen. Zij beschikken dan ook over ervaren mensen die enkele uren na een melding klaarstaan om in actie te komen.
Er is echter nog een factor — hun instelling. Hetzelfde verslag vervolgde: „Er is geen sprake van bureaucratie. Er zijn geen botsingen tussen mensen die belangrijk willen zijn. In plaats daarvan komen de werkers als uiterst opgewekt en bereidwillig over, ongeacht alle hitte, vuil en uitputting.” Hoe werd dat verklaard? Een Getuige antwoordde: „Het komt door een band met God die ons ertoe aanzet onze liefde voor anderen te tonen.” Dat was iets anders wat Andrew niet heeft kunnen wegnemen, de christelijke liefde van de Getuigen. — Johannes 13:34, 35.
Een interessante vergelijking is, dat de Getuigen iets van de bomen geleerd schenen te hebben. Een ooggetuige bracht het als volgt onder woorden: „Toen ik rondtrok, viel het me vooral op dat honderden grote ficussen ontworteld waren en op de grond waren getuimeld. Hoe kwam dat? Doordat ze zo omvangrijk waren, vingen ze veel wind, en ze hadden een wijdverbreid maar ondiep wortelstelsel. De meeste van de slanke koningspalmen daarentegen zijn blijven staan. Die zijn met de wind meegebogen, sommige hebben hun bladeren verloren, maar de meeste zijn stevig in de grond geworteld blijven staan.”
De Getuigen hadden een diepgeworteld geloof in Gods Woord en waren flexibel in hun reacties. Bezittingen en huizen waren niet alles voor hen. Zij leefden tenminste nog en konden Jehovah ondanks tegenslag blijven dienen. Het leven was iets wat Andrew hun niet ontnomen had.
Hoe doen zij het?
De firma Anheuser Busch schonk een trucklading drinkwater. Bij aankomst vroeg de chauffeur aan functionarissen waar hij het water moest brengen. Hem werd verteld dat de enigen die iets georganiseerd hadden, de Getuigen waren. In feite waren er binnen een week nadat Andrew had toegeslagen, zo’n zeventig vrachtwagens met goederen bij de congreshal van Jehovah’s Getuigen in Fort Lauderdale gearriveerd.
Een vrijwilliger daar bericht: „Zo kregen wij een hele trucklading drinkwater. Wij voegden dit onmiddellijk bij de andere levensmiddelen die wij naar de distributiecentra in de Koninkrijkszalen stuurden. Het werd gedeeld met de broeders en met de buren in dat gebied die het nodig hadden.” Een papierfirma in de staat Washington schonk 250.000 kartonnen borden.
In het begin stuurden stedelijke functionarissen vrijwilligers die geen Getuigen waren naar de Koninkrijkszalen met de opmerking: ’Dat zijn de enigen die goed georganiseerd zijn.’ Ten slotte arriveerde het leger en begon hulpcentra voor de uitreiking van voedsel en water en tentenkampen op te zetten.
De oorspronkelijke verzamelpost van de Getuigen was door het hulpverleningscomité opgezet in de congreshal van Fort Lauderdale, die zo’n 60 kilometer ten noorden van het zwaarst getroffen rampgebied rond Homestead gelegen is. Om de druk iets te verlichten, werd er een opvangverzamelpost ingericht in de congreshal van Plant City bij Orlando, zo’n 400 kilometer ten noordwesten van het rampgebied. De meeste hulpgoederen werden daarheen gestuurd om er gesorteerd en gecombineerd te worden. Het comité liet elke dag weten wat het uit Plant City nodig had en reusachtige vrachtwagens werden gebruikt om de vijf uur durende rit naar Fort Lauderdale te maken.
Deze verzamelpost voorzag op zijn beurt drie gerepareerde Koninkrijkszalen in het centrum van het rampgebied van voedsel, materialen, water, generators en andere goederen. Daar organiseerden bekwame Getuigen bouw- en schoonmaakploegen, die naar de honderden huizen gingen die aandacht behoefden. Op het terrein van de Koninkrijkszalen werden ook keukens en voedseluitreikpunten geopend en iedereen die hulp nodig had was er welkom. Zelfs sommige van de soldaten genoten van een maaltijd en later werd gezien dat zij schenkingen in de bijdragenbussen deden.
Terwijl de mannen druk bezig waren met het repareren van huizen, bereidden sommige van de vrouwen maaltijden. Anderen trokken er op uit om de mensen die zij konden vinden te bezoeken teneinde de bijbelse verklaring voor natuurrampen met hen te delen en ook dozen met hulpgoederen weg te geven aan wie die nodig hadden. Een van hen was Teresa Pereda. Haar huis had schade opgelopen en de ruiten van haar auto waren kapot — maar de auto lag vol dozen met hulpgoederen klaar voor haar medemensen. Haar man, Lazaro, was druk aan het werk in een van de Koninkrijkszalen. — Prediker 9:11; Lukas 21:11, 25.
Voor veel van de daklozen werd alternatieve huisvesting gevonden in de huizen van Getuigen die niet van Andrew te lijden hadden gehad. Anderen logeerden in voor dat doel geleende of geschonken caravans. Sommigen trokken in de tentenkampen die het leger had opgezet. Weer anderen schreven hun huis gewoon als verloren af en trokken bij vrienden en familie in andere delen van het land in. Zij hadden huis noch baan. Er was geen elektriciteit, geen water, geen toereikende riolering — dus grepen zij aan wat de beste oplossing voor hen was.
Eén les die allen leerden, werd goed onder woorden gebracht door een Spaanssprekende Getuige: „Wij zijn erg dankbaar voor de les die wij hebben geleerd over onze doeleinden in het leven. Weet u, je kunt vijftien of twintig jaar werken aan het opbouwen van je huis, aan het vergaren van materiële dingen, en dan kan het in niet meer dan een uur allemaal weg zijn. Dit helpt ons om ons geestelijke doeleinden te stellen, het leven eenvoudiger te maken en werkelijk te denken aan het dienen van Jehovah.”
Het komt neer op wat de apostel Paulus verklaarde: „Alles wat winst voor mij was, heb ik ter wille van de Christus als verlies beschouwd. Ja, wat dat aangaat, ik beschouw alle dingen ook werkelijk als verlies wegens de uitnemende waarde van de kennis van Christus Jezus, mijn Heer. Om zijnentwil heb ik het verlies van alle dingen aanvaard en ik beschouw ze als een hoop vuil, opdat ik Christus moge winnen.” — Filippenzen 3:7, 8.
Natuurrampen maken deel uit van het leven in onze huidige wereld. Als wij acht slaan op de waarschuwingen van de autoriteiten, zullen wij misschien op zijn minst het leven er afbrengen. Het kan zijn dat ons huis en onze bezittingen verloren gaan, maar de band van een christen met „de God van alle vertroosting” zal erdoor gesterkt worden. Zelfs al zouden enkelen bij een ramp omkomen, dan nog heeft Jezus een opstanding voor hen beloofd in Gods nieuwe wereld op een herstelde aarde — een aarde die nooit narigheid en dood teweeggebracht door natuurrampen zal kennen. — 2 Korinthiërs 1:3, 4; Jesaja 11:9; Johannes 5:28, 29; Openbaring 21:3, 4.
[Voetnoot]
a Een orkaan is een „tropische, boven de noordelijke Atlantische Oceaan gevormde cycloon waarin de winden snelheden van meer dan 75 mijl of 121 kilometer per uur bereiken” (The Concise Columbia Encyclopedia). Een tyfoon is een „orkaan die zich in het westen van de Grote Oceaan of de Chinese Zee voordoet”. — The American Heritage Dictionary of the English Language.
[Kader op blz. 20]
Met stomheid geslagen
Een groep van elf blanke Getuigen reisde van Tampa (Florida) naar het zuiden om te assisteren bij de hulpverlening. Zij haalden spullen op en begonnen het dak van een zwarte Getuige te repareren. Toen er een neef, die geen Getuige is, arriveerde, kon hij zijn ogen niet geloven — hij was met stomheid geslagen toen hij zag dat een groep blanke Getuigen er vóór hem aangekomen was en het huis van zijn oom repareerde. Hij was zo onder de indruk dat hij zelfs hielp bij de bouwwerkzaamheden.
Hij zei dat hij de volgende keer dat er Getuigen aan de deur kwamen, om een bijbelstudie zou vragen. Toen hij met de groep uit Tampa praatte, bleek dat hij uit hun gebied kwam. Onverwijld maakte een van de ouderlingen in de groep een afspraak voor een bijbelstudie de week erop! Zoals een Getuige zei, bewijst dit dat je om getuigenis te geven niet per se op deuren hoeft te kloppen — je kunt ook op het dak aan het timmeren zijn!
[Illustraties op blz. 15]
De orkaan Andrew spaarde niets, en weinig gebouwen hielden stand
De stacaravan van de Kieffers — en wat ervan over is
[Illustraties op blz. 16]
Rebecca Pérez, haar dochters en 11 anderen overleefden het in deze kleine ruimte
Het leger kwam te hulp om plundering te voorkomen (boven rechts); geplunderde winkels (rechts)
De orkaan rukte daken af en voertuigen kantelden
[Illustraties op blz. 17]
De hulpverlening werd georganiseerd in Koninkrijkszalen
Stacaravans werden rond bomen gebogen; kinderspeelgoed ligt verlaten op een matras; bijbelse lectuur ligt tussen de brokstukken; Getuigen, zoals Teresa Pereda, brachten goederen bij hun medemensen
Geschonken bouwmaterialen. Kleding sorteren
[Illustraties op blz. 18]
Vrijwilligers uit alle delen van de Verenigde Staten zetten zich in bij de hulpverlening