Hoe aardbevingsslachtoffers werden geholpen
OP 23 mei 1992 meldde de in Palm Springs (Californië, VS) verschijnende Desert Sun „wat de schrikwekkende schok van een aardbeving met een kracht van 7,5 in de Coachella Valley zou kunnen aanrichten”. Er stond: „De schade zou catastrofaal kunnen zijn. In een voor een regeringsonderzoek opgesteld scenario waarbij van het ergste wordt uitgegaan, zijn de gevolgen van de aardbeving:
• 5000 mensen komen om
• nog eens 15.000 raken gewond
• 50.000 worden dakloos.”
Verbazingwekkend genoeg werd het gebied op zondag 28 juni — slechts enkele weken later — getroffen door een aardbeving met een kracht van 7,5 op de schaal van Richter! Maar het epicentrum lag in de buurt van de woestijnstadjes Landers en Yucca Valley, zo’n 60 tot 100 kilometer van de grotere steden van de Coachella Valley. Dit jaar had zich nergens ter wereld een krachtiger aardbeving voorgedaan. En in Californië, een staat bekend om zijn aardbevingen, zijn er deze eeuw slechts drie geweest die krachtiger waren.
Bij minder krachtige aardbevingen zijn duizenden mensen omgekomen. In Armenië stierven in 1988 55.000 mensen bij een aardbeving met een kracht van 6,8, en een aardbeving met een magnitude van 6,2 verwoestte in 1972 Nicaragua’s hoofdstad, Managua, waarbij meer dan 5000 mensen om het leven kwamen. De aardbeving in Californië was vele malen krachtiger, aangezien elk cijfer op de schaal van Richter een aardbeving aangeeft die tienmaal zo hevig is als een aardbeving met een magnitude van één cijfer lager. Een aardbeving met een kracht van 7,5 is dus tienmaal zo hevig als een met een kracht van 6,5.
Hoeveel doden vielen er en hoeveel schade werd er door de grote aardbeving in Californië aangericht? Welke gevolgen had het voor de slachtoffers en hoe werden zij geholpen?
Een angstaanjagende ochtend
Op zaterdagavond 27 juni gingen enkelen die in de buurt van Landers woonden wegens het gerommel van de aarde buiten slapen. De schokken maakten de zevenjarige Kelsey Tharp en haar vierjarige broertje zo bang dat zij in de kamer van hun ouders mochten slapen. „Zondagmorgen om 4.58 uur”, vertelde hun moeder, „klonk het alsof er een goederentrein door ons huis raasde. Ik kreeg een dreun op mijn hoofd van een lamp die naar beneden kwam zetten; mijn man werd uit bed geslingerd. Het was alsof ons huis in een gigantische popcornpan stond. Alles ging op en neer.”
Roger Terfehr, die een paar kilometer verderop woont, vertelde: „Het leek alsof er een reusachtig monster onder ons huis zat dat het fundament had vastgepakt en het wild heen en weer schudde. Het hele huis kraakte en slingerde. Alles om ons heen ging aan diggelen! Het schudden leek een eeuwigheid te duren, hoewel wij later hoorden dat de grootste schok maar 32 seconden had geduurd.”
Die zondagmorgen was Terry Bogart voor het krieken van de dag op weg gegaan om te helpen bij de bouw van een congreshal van Jehovah’s Getuigen. „Eerst dacht ik dat er iets met mijn vrachtwagen aan de hand was. Toen ik stopte, stuiterde de vrachtwagen letterlijk. Hoogspanningskabels slingerden heen en weer en transformators explodeerden.
Ik wist dat ik terug moest naar mijn vrouw en dochters. Op Highway 247 kwam ik bij plaatsen waar de weg meer dan een meter omhooggekromd was. Toen ik stopte om waarschuwingslichten te plaatsen, kwam er een vrouw aanrijden met een baby. Zij vroeg hoe de toestand van de weg verderop was. Zij was slechts in een duster gekleed en leek wel verdoofd. Ik stelde voor dat zij mij zou volgen naar huis en daar gaf mijn vrouw haar wat kleren en flesvoeding voor haar baby.”
Fritz Grainer, een opziener bij Jehovah’s Getuigen, merkt op: „Iedereen was buiten toen slechts zo’n drie uur na de eerste aardbeving de tweede zich voordeed. Het epicentrum lag bij Big Bear, ruim 50 kilometer naar het westen. Sommigen van ons waren toen bij het huis van de Bogarts. De grond bewoog zich golvend onder onze voeten. Later kreeg dit effect de geestige benaming landsurfen.” Die aardbeving had een kracht van 6,6.
Op dat moment bevonden Warren en Ernestine Stoker, inwoners van Yucca Valley, zich in het Russische Sint-Petersburg, waar het laat op de middag was. Zij waren net terug in hun hotel nadat zij de slotzitting van het congres van Jehovah’s Getuigen hadden bijgewoond, toen zij van de aardbeving hoorden. Zij zetten onmiddellijk de televisie aan en zagen beelden van de verwoesting die zo’n anderhalve kilometer van het kantoorgebouw waar zij in Yucca Valley werken, was aangericht.
„Terwijl wij naar de tv-uitzending zaten te kijken,” vertelde Ernestine, „vond de aardbeving in Big Bear plaats. De verslaggever vroeg iemand buiten beeld: ’Moet ik nu onder mijn bureau kruipen? Kan ik wel verder gaan met het verslag over de [Landers/Yucca Valley] aardbeving?’” Het is te begrijpen dat het echtpaar bezorgd was om het welzijn van hun familie en vrienden en om hun bezittingen thuis.
Het had veel erger kunnen zijn
Van bijna 1600 kilometer ver — uit Denver (Colorado) en Boise (Idaho) — kwamen berichten dat het water in zwembaden een deining vertoonde. Meer dan een half miljoen mensen zaten zonder stroom. Gebouwen stortten in, schoorstenen vielen om, aardverschuivingen blokkeerden hoofdwegen en de aarde spleet vaneen. Van één gezin werd het zwembad de grond in gezogen. Het leek wel een bomkrater.
Toch is er opmerkelijk genoeg bij de bevingen slechts één persoon omgekomen, een jongetje van drie jaar dat werd getroffen door de brokstukken van een instortende schouw in een huis in Yucca Valley. Wel raakten er ruim 400 mensen gewond en de schade aan bezittingen bedroeg ongeveer 100 miljoen dollar. In totaal liepen 6321 huizen schade op, waarvan er 595 werden verwoest en 2119 zwaar beschadigd raakten. In de gemeente Landers van Jehovah’s Getuigen waren de huizen van tien gezinnen zo verschrikkelijk beschadigd dat zij er niet meer in konden wonen. Sommigen hadden een caravan waarin zij konden bivakkeren en anderen werden uitgenodigd om hun intrek bij mede-Getuigen te nemen.
Wat verklaart het verbazingwekkend lage dodental? „Dat komt voornamelijk”, aldus John Hall, ingenieur bij het Instituut voor Technologie van Californië, „doordat het in een uithoek gebeurde.” En de aan hetzelfde instituut verbonden seismoloog Egill Hauksson zei: „Als je erover nadenkt, komen de mensen niet door aardbevingen om het leven maar door gebouwen. En er zijn daar maar weinig zware, grote gebouwen.”
Nog een belangrijke reden is, dat de huizen in dat gebied met een houten draagconstructie zijn gebouwd. Ze geven bij een aardbeving mee en storten niet snel in, wat zelfs bij minder ernstige aardbevingen wel met andere soorten gebouwen is gebeurd. Ook zijn de bouwvoorschriften in Californië streng; ze eisen bijvoorbeeld dat huizen aan hun fundering worden vastgebout.
Toch zijn er door de bevingen honderden dakloos geworden en zaten duizenden zonder water. Bijna een week later hadden zeker 10.000 mensen nog steeds geen stromend water. Wat werd er gedaan om de slachtoffers te helpen?
Wat Jehovah’s Getuigen deden
Toen het licht begon te worden, gingen de gemeenteopzieners van Jehovah’s Getuigen meteen op pad om te zien hoe het met de anderen ging. Binnen een uur was bekend hoe het met iedereen in de gemeenten gesteld was. Niemand was ernstig gewond. De twee Koninkrijkszalen in het gebied waren beschadigd maar waren constructief nog in orde.
Halverwege de ochtend waren er regelingen getroffen om flessen drinkwater aan te voeren. De rest van de dag werd besteed aan het verrichten van noodreparaties aan kapotte gasleidingen en het vaststellen van wie dakloos was. Toch sliepen zelfs sommigen met huizen die constructief in orde waren in de nachten die op de aardbeving volgden nog buiten.
Op maandag stond er tegen twaalf uur ’s middags 23.000 liter water in een tankwagen en 3800 liter drinkwater in flessen op het terrein van de Koninkrijkszaal in Landers. Die dag werd verder besteed aan het brengen van water bij degenen die het nodig hadden. Er werd geconstateerd dat 47 huizen van Getuigen beschadigd waren — 32 in Landers, 10 in Yucca Valley en 5 in Joshua Tree. In de loop van de week werden er plannen gemaakt om deze te repareren.
Zaterdag 4 juli was de voor het werk bepaalde datum en gemeenten in de omgeving werden daarvan in kennis gesteld. Plaatselijke Getuigen troffen voorbereidingen om de werkers van voedsel te voorzien. De politie werd ingelicht, aangezien de wegen nog steeds afgesloten waren. Toen de zaterdag aanbrak, liet de politie de Getuigen dus bij de wegblokkades door.
Die zaterdagmorgen vroeg verschenen er meer dan 500 vrijwilligers bij de Koninkrijkszalen van Landers en Yucca Valley. Daar kregen zij toewijzingen voor onder meer reparaties op elektragebied, loodgieterswerk, opruimwerkzaamheden en het waterpas zetten van stacaravans op hun fundament.
De volgende dag stond op de voorpagina van de in San Bernardino verschijnende Sun: „In Landers en omgeving, bevolking rond de 4000, namen de Jehovah’s Getuigen de leiding bij de wederopbouw.” In een verslag over een van de herstelprojecten schreef de krant: „Het werk aan het huis aan de University Boulevard leek wel een snelbouwproject. In hoog tempo richtten een 25 werkers muren op, zetten deuren in en brachten een nieuwe betimmering aan. En dat allemaal terwijl de meeste vrijwilligers het gezin uit de gemeente niet eens kenden. Dat maakte geen enkel verschil. De muren verrezen en de betimmering vorderde.”
Toen de ploegen tussen de middag in de Koninkrijkszalen terugkwamen voor de lunch, werd vastgesteld dat het meeste werk aan de huizen van de Getuigen klaar was. Dus werd er contact opgenomen met de radiostations KCDZ en KROR, die daarop gingen omroepen dat iedereen die hulp nodig had zich kon melden en dat Jehovah’s Getuigen door de aardbeving aangerichte schade gratis zouden herstellen.
Velen vroegen om assistentie. Eén man had hulp nodig om zijn schuur en houtstapel op orde te brengen. Er kwamen meer dan tien Getuigen op af. Zij haalden de schuur helemaal leeg, maakten deze schoon en zetten alles netjes terug. De man was zo onder de indruk dat hij een paar dagen later, tijdens een praatprogramma op de radio, de Getuigen prees voor hun hulp.
Een Getuigen-echtpaar, Jim en Debbie Venoble, merkte op: „In het begin helpen de mensen je bij een ramp, maar daarna word je al snel vergeten; bij onze christelijke broeders en zusters is dat echter niet het geval. Het is nu drie weken geleden en ze komen nog steeds langs om te zien of we soms iets nodig hebben. We hebben uit deze ervaring geleerd dat de materiële dingen die we zijn kwijtgeraakt niet veel te betekenen hebben.”
Steve Porto vertelde: „We hebben veel geleerd van deze aardbeving en de gebeurtenissen die erop volgden. De liefde die werd getoond door onze mede-Getuigen die ons kwamen helpen, is een bewijs dat we werkelijk een wereldwijde broederschap vormen.” — Johannes 13:34, 35.
Zorgwekkende naschokken
Nog weken daarna schokte de aarde in het gebied herhaaldelijk en soms hevig. Binnen drie weken waren er meer dan 5000 bevingen waargenomen; een ervan had een kracht van ruim 6 op de schaal van Richter, elf hadden een kracht tussen de 5,0 en 5,9 en meer dan tachtig van minstens 4,0.
Een naschok met een kracht van 5,4 schudde op 8 juli naar verluidt vijftig huizen van hun fundament. „Het geeft heel wat spanningen”, zei Rick Erickson, een bouwvakker. „Je kunt niet goed slapen. Je weet nooit of je het huis boven op je zult krijgen of niet.” Een paar dagen na de grote beving zei Billie Bolton: „Misschien ga ik het huis wel nooit meer binnen.” Inderdaad woonden sommigen een maand na de grote beving nog in tenten omdat zij niet in hun huis durfden te blijven.
Christenen beseffen dat aardbevingen deel uitmaken van het teken dat Jezus voorzei als kenmerkend voor het besluit van het samenstel van dingen. Wanneer zij ze waarnemen, naast de vele andere rampen die werden voorzegd, doen zij dan ook wat Jezus heeft opgedragen: „Richt u dan rechtop en heft uw hoofd omhoog, omdat uw bevrijding nabij komt.” — Lukas 21:28.
[Illustraties op blz. 15]
Vlak beneden het huis op een heuvel in Landers (Californië) was de aarde 90 centimeter omhooggekomen. Massief graniet werd door de kracht van de bevingen opgetild en vaneengespleten
[Illustratie op blz. 16]
Een door de aardbeving getroffen huis op drie kilometer afstand van het epicentrum in Yucca Valley (Californië)