Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
1. „Vrede aan u, en vrede aan wie u . . .” (1 Kronieken 12:18)
4. Zo is goud als het zijn glans verloren heeft (Klaagliederen 4:1)
6. Hier, aan de . . . van de Nijl, bevond Farao zich in de droom die hem overvloed en hongersnood voorspelde (Genesis 41:17)
9. Na de zeven vette en volle korenaren . . . er zeven dunne, door de oostenwind verzengde (Genesis 41:6)
10. Uit een kloof van deze rots werd Simson door mannen van Juda omhooggebracht om aan de Filistijnen uitgeleverd te worden (Rechters 15:8-13)
11. Zij . . . zich en ging baren (1 Samuël 4:19; vergelijk Job 39:3)
13. Treuzelen, nalaten tot actie over te gaan (Genesis 19:16)
17. Gedeelte: in dit geval helft (Genesis 15:10)
19. Vorderen (Genesis 31:39)
20. Vorm van een ’hulpwerkwoord van wijze’: om iets als wenselijk voor te stellen (Genesis 12:13)
22. Bevoorrecht met „visioenen” waren zij? Als vertroosters waren zij . . ., waardeloos, niets uitwerkend! (Job 27:12)
23. Kleinzoon van Abraham bij zijn vrouw Ketura (Genesis 25:4)
24. Indien de eigenaar ervan . . . was, had hij er zelf op kunnen toezien dat er niets fout ging (Exodus 22:15)
25. Uiting van droefheid (Exodus 6:5)
28. Een van de inwoners van Jeruzalem (Nehemia 11:4)
32. Het ’materiaal’ waaruit de aardse mens gemaakt is (Job 10:9; 33:6)
33. Beter is er niet (Genesis 47:6)
35. Bittere plant: gebruikt als afbeelding van ongerechtigheid en onrechtvaardigheid (Amos 5:7; 6:12)
36. Zoon van Benjamin (Genesis 46:21), blijkbaar dezelfde als de „Ahiram” in Numeri 26:38
37. Elke . . . bleek hij te kunnen genezen (Mattheüs 4:23)
Verticaal
1. Anker voor de ziel (Hebreeën 6:19)
2. Na het verstrijken van enige tijd (Genesis 3:8)
3. Deze zou tot in de hemel moeten reiken (Genesis 11:4)
4. Dit land ging Aarde heten (Genesis 1:9)
5. Om een . . . te vieren zou het volk door Farao heengezonden moeten worden (Exodus 5:1)
7. Soms niet letterlijk maar een aanduiding voor het beste (Psalm 81:16)
8. Waar geween gehoord zou worden (Mattheüs 2:18)
11. Kledingstuk (Genesis 37:3)
12. Christus is een . . . van de besnedenen geworden (Romeinen 15:8)
14. Betreft (Genesis 6:21)
15. Plaats waar Abraham in hoofdzaak verblijf hield (Genesis 13:18)
16. Een van de zonen van Korach (Exodus 6:24)
18. Niet fraai (Genesis 41:3)
21. Plaats in Benjamin waar een schandelijke dwaasheid werd bedreven (Rechters 19)
26. Lastdieren van de Gibeonieten (Jozua 9:4)
27. Met zacht vlees (Genesis 18:7)
28. Een van de zonen van Gad (Genesis 46:16)
29. Dochter van Abrahams broer Haran (Genesis 11:29)
30. Deel van een titel die drie keer in Openbaring voorkomt
31. Waar geluid, spraak, uit zou moeten komen (Psalm 115:7)
34. Vindplaats van een geldstuk! (Mattheüs 17:27)
Oplossing op blz. 23
Oplossing horizontaal
1. HELPT
4. DOF
6. OEVER
9. ONTSPROTEN
10. ETAM
11. KROMDE
13. TALMEN
17. DEEL
19. EISEN
20. MOGE
22. IJDEL
23. ABIDA
24. ERBIJ
25. GEKERM
28. ATHAJA
32. LEEM
33. ALLERBESTE
35. ALSEM
36. EHI
37. KWAAL
Oplossing verticaal
1. HOOP
2. LATER
3. TOP
4. DROGE
5. FEEST
7. VETTE
8. RAMA
11. KLEED
12. DIENAAR
14. AANGAAT
15. MAMRE
16. ASSIR
18. LELIJK
21. GIBEA
26. EZELS
27. MALSE
28. ARELI
29. JISKA
30. ALFA
31. KEEL
34. BEK