Van onze lezers
Kankerbehandelingen Ik ben van mening dat het stukje „Behandelingen vergeleken” dat verscheen in de rubriek „Een blik op de wereld” (22 september 1991) sterk misleidend was. Het suggereert dat mensen die aan kanker lijden, evenveel baat zouden vinden bij een alternatieve therapie als bij een behandeling in een gevestigd medisch centrum. De strekking van het artikel in The New England Journal of Medicine waarop uw berichtje was gebaseerd, is heel anders dan uw berichtgeving.
A. R., arts, Verenigde Staten
Ons korte berichtje was nauwkeurig maar wij hebben één belangrijke bevinding van het onderzoek niet vermeld, namelijk dat terminale patiënten die een conventionele behandeling ontvingen, een „significant betere kwaliteit van het bestaan” rapporteerden dan degenen die alternatieve behandelingen kregen. Niettemin bleek, zoals ons berichtje liet zien, geen van beide therapieën een verlenging van het leven van de patiënten te kunnen bewerken. Het onderzoek leidde dus tot de suggestie om voor sommige terminale patiënten een „’niet behandelen’-alternatief” in overweging te nemen. Lezers dienen ook op te merken dat volgens de onderzoekers zelf deze bevindingen „niet gegeneraliseerd kunnen worden voor patiënten met minder ver voortgeschreden stadia van [kanker]”. De auteurs van de studie concluderen dat sommige alternatieve behandelingen „wellicht passend onderzoek verdienen” van de kant van medische researchteams. — Red.
Congressen in Oost-Europa Ik vond de serie artikelen „Vrijheidlievende mensen verheugen zich in Oost-Europa” heel ontroerend (22 december 1991). Het was alsof ik de vreugdekreten en het applaus kon horen waarmee onze christelijke broeders daar nieuwe bijbelse publikaties in hun eigen taal ontvingen. Aangezien het voor mij niet mogelijk was op die congressen aanwezig te zijn, ben ik jullie dankbaar dat jullie deze artikelen publiceerden, die ons in staat stelden enigszins te delen in hun vreugde en meer waardering te hebben voor de vrijheid die wij genieten.
M. M., Italië
Flirten Ik heb zonet het artikel „Jonge mensen vragen . . . Hoe kan ik de pijnlijke gevolgen van flirten vermijden” (8 december 1991) gelezen. Het artikel raakte mijn hart, omdat ik net zo’n ervaring heb gehad als in het artikel werd weergegeven. Eén onderkopje luidt „Laat je niet kwetsen door een flirt!” Dat is moeilijk want tegen de tijd dat je beseft het slachtoffer te zijn van een flirt, heb je je misschien al bezeerd. Maar zoals het artikel zegt, moeten we misschien inderdaad een paar blauwe plekken en schrammen oplopen op de weg naar ware liefde. Erg bedankt voor zulke waardevolle artikelen.
S. C. S. M., Brazilië
Bloedkwestie Ik heb net het artikel „Zeg nooit nooit!” (22 september 1991) uitgelezen en ik schrijf deze brief met tranen in mijn ogen. Ik leef in een religieus verdeeld gezin en heb een dochtertje. Hoewel ik nu geen tegenstand heb van mijn man, zou hij als er iets met onze dochter gebeurde waardoor bloedtransfusie aan de orde zou komen, zich wel tegen mijn geloof verzetten. Dit artikel prentte mij nog sterker de noodzaak in de geest dat wij onze kinderen zo opleiden dat zij op vroege leeftijd zelf een standpunt ten gunste van bijbelse beginselen kunnen innemen.
L. W., Verenigde Staten
Wol en motten In uw artikel „Het wonder van wol” (22 september 1991) verklaart u: „U hoeft er waarschijnlijk niet aan herinnerd te worden dat motten dol zijn op wol. Ze leggen hun eitjes dusdanig dat de pasuitgekomen larven voldoende te eten hebben.” De overgrote meerderheid van de motten brengt echter geen schade toe aan wol of aan enig ander weefsel! Die uitspraak zal mensen doen geloven dat alle motten gevaar opleveren en gedood moeten worden.
T. K., Engeland
Het artikel was echt geen oproep om over te gaan tot algehele uitroeiing van alle motten maar verschafte eenvoudig praktische suggesties om een mottenplaag in wollen kleding te vermijden. Een interessant gegeven is dat volgens „Grzimek’s Animal Life Encyclopedia” de soorten motten die zich met wol voeden, ’maar heel weinig vliegen. De meeste motten die men in huis ziet vliegen behoren tot andere, onschadelijke soorten.’ — Red.