Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g92 8/3 blz. 3-6
  • Op zoek naar specerijen, goud, bekeerlingen en roem

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Op zoek naar specerijen, goud, bekeerlingen en roem
  • Ontwaakt! 1992
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De droom neemt vorm aan
  • De reis naar het onbekende
  • Ontdekking en teleurstelling
  • Het verloren paradijs
  • De echte Nieuwe Wereld die nog ontdekt moet worden
    Ontwaakt! 1992
  • „De gehele mensheid is één”
    Ontwaakt! 1989
  • Een botsing van culturen
    Ontwaakt! 1992
  • Waar Columbus toe heeft bijgedragen
    Ontwaakt! 1972
Meer weergeven
Ontwaakt! 1992
g92 8/3 blz. 3-6

Op zoek naar specerijen, goud, bekeerlingen en roem

„¡TIERRA! ¡Tierra!” (Land! Land!) Deze jubelende kreet verscheurde op 12 oktober 1492 de stilte van de nacht. Een matroos op de Pinta had de vage contouren van een eiland ontwaard. De eindeloze reis van de schepen Santa María, Pinta en Niña was ten slotte met succes bekroond.

Bij het ochtendgloren waadden Columbus, zijn twee kapiteins en andere officieren aan wal. Zij dankten God en namen het eiland in bezit in naam van de Spaanse monarchen, Ferdinand en Isabella.

Columbus’ droom was werkelijkheid geworden. Hij verheugde zich er nu op goud te vinden (de gouden neusringen van de inboorlingen waren niet onopgemerkt gebleven) en in triomf naar Spanje terug te keren. De westelijke zeeweg naar Indië was van hem, zo dacht hij, en de frustraties van de afgelopen acht jaar waren verleden tijd.

De droom neemt vorm aan

Aan het einde van de vijftiende eeuw was er in Europa grote vraag naar twee goederen: goud en specerijen. Goud was nodig om luxeartikelen uit de Oriënt te kopen, en specerijen uit de Oost maakten tijdens de lange wintermaanden de eentonige maaltijden smakelijk. Europese kooplieden wilden rechtstreeks toegang hebben tot gebieden waar zulke koopwaar te krijgen was.

De Portugese kooplieden en zeevaarders waren druk bezig met het vestigen van een monopolie op de handel met Afrika, en zij ontdekten uiteindelijk een zeeweg naar de Oost via Afrika en Kaap de Goede Hoop. Ondertussen gingen de gedachten van de Italiaanse zeevaarder Columbus in westelijke richting. Hij geloofde dat de kortste zeeweg naar Indië en zijn felbegeerde specerijen via de Atlantische Oceaan liep.

Acht vermoeiende jaren lang was Columbus heen en weer gereisd van het ene koninklijke hof naar het andere voordat hij eindelijk de steun kreeg van de Spaanse koning en koningin. Op het laatst bezweken twijfelende vorsten en aarzelende zeelieden voor zijn onwrikbare overtuiging. De twijfel was niet zonder reden. Columbus’ plan was niet feilloos en hij was zo vermetel erop te staan tot „Grootadmiraal van de oceaan” benoemd te worden en tot gouverneur voor het leven van alle gebieden die hij zou ontdekken.

Maar de voornaamste bezwaren richtten zich tegen zijn berekeningen. Tegen die tijd betwistten de meeste geleerden niet dat de aarde rond was. De vraag was: Hoe uitgestrekt was de oceaan die Europa en Azië scheidde? Columbus ging ervan uit dat Cipangu of Japan — waarover hij had gelezen in het verslag van Marco Polo’s reis naar China — zo’n 8000 kilometer ten westen van het Portugese Lissabon lag. Hij situeerde Japan dus in wat nu het Caribisch gebied is.a

Grotendeels wegens Columbus’ al te optimistische schatting van de afstand die Europa en het Verre Oosten scheidde, deden koninklijke commissies in zowel Portugal als Spanje zijn onderneming af als onverstandig. De mogelijkheid dat er tussen Europa en Azië nog een groot continent zou liggen, kwam kennelijk bij niemand op.

Maar Columbus, gesteund door vrienden aan het Spaanse hof, hield vol en de gebeurtenissen werkten in zijn voordeel. Koningin Isabella van Castilië, een vurig katholiek, lokte de mogelijkheid de Oost tot het katholieke geloof te bekeren wel aan. Toen in het voorjaar van 1492 Granada de Katholieke Koningen in handen viel, werd het katholicisme de godsdienst van heel Spanje. De tijd scheen rijp om wat geld op het spel te zetten voor een onderneming die grote dividenden zou kunnen afwerpen, zowel in economisch als in religieus opzicht. Columbus kreeg de koninklijke toestemming en het geld dat hij nodig had.

De reis naar het onbekende

Snel werd er een kleine vloot van drie schepen uitgerust, en met een totale bemanning van zo’n negentig man verliet Columbus Spanje op 3 augustus 1492.b Na op de Canarische Eilanden de proviand aangevuld te hebben, zetten de schepen op 6 september koers naar het westen, naar „Indië”.

De tocht was een ware beproeving voor Columbus. Menigmaal laaide de hoop op, om dan weer tenietgedaan te worden, afhankelijk van de hoek waaruit de wind waaide. Ondanks de veelbelovende aanblik van zeevogels bleef het hardnekkig leeg aan de westelijke horizon. Voortdurend moest Columbus het doorzettingsvermogen van zijn zeelieden schragen met beloften van land en rijkdom. Toen zij volgens Columbus’ „persoonlijke berekening” zo’n 2000 mijl ver op de Atlantische Oceaan waren, gaf hij de stuurman van het schip het aantal van 1752 mijl op. In het logboek schreef hij: „Ik heb dit aantal [2121 mijl] niet aan de mannen onthuld omdat zij bang zouden worden als zij wisten dat zij zich zo ver van huis bevonden” (The Log of Christopher Columbus, vertaald door Robert H. Fuson). Menig keer was het slechts aan zijn onverflauwde vastberadenheid te danken dat de schepen niet terugvoeren.

Naarmate de dagen zich voortsleepten, werden de zeelieden steeds rustelozer. „Mijn besluit is niet in goede aarde gevallen bij de mannen, want zij blijven mopperen en klagen”, schreef Columbus. „Ondanks hun gemor ben ik bij een westelijke koers gebleven.” Op 10 oktober, na meer dan een maand op zee, namen de klachten op alle drie de schepen toe. De zeelieden lieten zich alleen sussen door Columbus’ belofte om rechtsomkeert te maken als er niet binnen drie dagen land werd bereikt. Toen zij echter de dag daarop een groene tak met nog bloemen eraan binnenhaalden, keerde het vertrouwen in hun admiraal terug. En toen de volgende dag (12 oktober) de dageraad aanbrak, vergastten de matrozen, die de zee moe waren, hun ogen op een rijk begroeid tropisch eiland. Het doel van hun gedenkwaardige tocht was bereikt!

Ontdekking en teleurstelling

De Bahamas waren idyllisch. De naakte inboorlingen, zo schreef Columbus, waren „goedgebouwde mensen, met een mooi lichaam en een zeer knap gezicht”. Maar na twee weken van de tropische vruchten genoten te hebben en goederen uitgewisseld te hebben met de vriendelijke bewoners, ging Columbus verder. Hij was op zoek naar goud, het vasteland van Azië, bekeerlingen en specerijen.

Enkele dagen later bereikte Columbus Cuba. „Nog nooit heb ik zoiets moois gezien”, merkte hij op toen hij voet aan wal zette op het eiland. Al eerder had hij in zijn logboek geschreven: „Ik ben er nu zeker van dat Cuba de Indische naam is voor Cipangu [Japan].” Daarom stuurde hij twee afgevaardigden weg om contact te leggen met de chan (de vorst). De twee Spanjaarden vonden goud noch Japanners, hoewel zij wel met berichten terugkwamen over een eigenaardige gewoonte onder de inboorlingen, het roken van tabak. Columbus was niet uit het veld geslagen. „Er is ongetwijfeld een zeer grote hoeveelheid goud in dit land”, stelde hij zichzelf gerust.

De odyssee ging verder, deze keer in oostelijke richting. Hij ontdekte een groot bergachtig eiland in de buurt van Cuba dat hij La Isla Española (Hispaniola) noemde. En eindelijk vonden de Spanjaarden een behoorlijke hoeveelheid goud. Maar enkele dagen later voltrok zich een ramp. Zijn vlaggeschip, de Santa María, liep aan de grond op een zandbank en was niet meer vlot te krijgen. De inboorlingen hielpen de bemanning bereidwillig zo veel mogelijk te bergen. „Zij hebben hun naaste lief als zichzelf, en zij hebben de zachtste en vriendelijkste stemmen ter wereld en glimlachen altijd”, zei Columbus.

Columbus besloot een kleine nederzetting op Hispaniola te vestigen. Al eerder had hij onheilspellend in zijn logboek genoteerd: „Deze mensen zijn erg onbedreven met wapens. . . . Met vijftig man zou je iedereen kunnen onderwerpen en hen kunnen laten doen wat je wilde.” Ook aan religieuze kolonisatie dacht hij: „Ik heb alle hoop in Onze Heer dat Uwe Hoogheden hen allemaal tot het christendom zullen bekeren en zij allen u zullen toebehoren.” Toen de nederzetting eenmaal was opgericht op een plek die hij La Villa de la Navidad noemde, besloot Columbus dat hij en de rest van zijn bemanning snel naar Spanje terug moesten met het nieuws van hun grote ontdekking.

Het verloren paradijs

Aan het Spaanse hof was men verrukt toen het nieuws van Columbus’ ontdekking hen eindelijk bereikte. Hij werd overladen met eerbetoon en aangespoord zo spoedig mogelijk een tweede expeditie te organiseren. Ondertussen deden Spaanse diplomaten snel stappen om van de Spaanse paus, Alexander VI, het recht te bemachtigen alle gebieden die Columbus had ontdekt te koloniseren.

De tweede expeditie, in 1493, getuigde van grootse plannen. Een armada van zeventien schepen vervoerde meer dan 1200 kolonisten, onder wie priesters, boeren en soldaten — maar geen vrouwen. Het was de bedoeling de nieuwe gebieden te koloniseren en de inboorlingen tot het katholicisme te bekeren; en mochten er goud of specerijen gevonden worden, dan zou dat uiteraard meer dan welkom zijn. Columbus was ook van plan zijn speurtocht naar de zeeweg naar Indië voort te zetten.

Hoewel er meer eilanden werden ontdekt, waaronder Porto Rico en Jamaica, nam de frustratie toe. La Navidad, de oorspronkelijke kolonie op Hispaniola, was gedecimeerd door bittere tweedracht onder de Spanjaarden zelf en daarna zo goed als weggevaagd door de eilandbewoners, die woedend waren vanwege de hebzucht en immoraliteit van de kolonisten. Columbus koos een betere plaats uit voor een grote, nieuwe kolonie en vervolgde toen zijn speurtocht naar de zeeweg naar Indië.

Toen het hem niet lukte rond Cuba te zeilen, concludeerde hij dat dit het vasteland van Azië moest zijn — Malakka misschien. Zoals in The Conquest of Paradise vermeld staat, besliste Columbus „dat de hele bemanning onder ede moest verklaren dat de kust waar zij langs waren gevaren . . . helemaal niet die van een eiland was maar in feite ’het vasteland van het begin van Indië’”. Bij zijn terugkeer op Hispaniola merkte Columbus dat de nieuwe kolonisten zich al niet veel beter hadden gedragen dan de vorige; zij hadden de vrouwen verkracht en de jongens tot slaaf gemaakt. Columbus zelf vergrootte de vijandigheid van de inboorlingen nog door 1500 van hen bijeen te drijven, van wie er 500 naar Spanje werden verscheept als slaven; zij stierven allemaal binnen enkele jaren.

Nog twee reizen naar West-Indië vermochten Columbus’ fortuin niet te verbeteren. Goud, specerijen, de zeeweg naar Indië — hij vond ze geen van alle. Maar de Katholieke Kerk kreeg wel haar bekeerlingen, hoe dan ook. Columbus’ bestuurlijke capaciteiten bleven ver achter bij zijn bekwaamheden als zeevaarder, en de verslechtering van zijn gezondheid maakte hem despotisch en zelfs meedogenloos tegenover mensen die hem niet aanstonden. De Spaanse soevereinen zagen zich gedwongen hem te vervangen door een bekwamer gouverneur. Hij had de oceanen overwonnen, maar faalde toen hij aan land ging.

Kort na de voltooiing van zijn vierde reis stierf hij op 54-jarige leeftijd, een rijk maar verbitterd man, die nog steeds volhield dat hij de zeeweg naar Azië had ontdekt. Het zou voor het nageslacht weggelegd zijn hem de blijvende roem toe te kennen waar hij zijn hele leven zo hevig naar had verlangd.

De routes die hij in kaart had gebracht, hadden echter de weg gebaand voor de ontdekking en kolonisatie van het hele Noordamerikaanse continent. De wereld was opzienbarend veranderd. Zou het ten goede zijn?

[Voetnoten]

a Deze vergissing vloeide voort uit twee ernstige misrekeningen. Hij geloofde dat het grote Azië zich veel verder naar het oosten uitstrekte dan het geval is. En bovendien reduceerde hij de omtrek van de aarde onbewust met 25 procent.

b Volgens berekeningen had de Santa María een bemanning van 40, de Pinta van 26 en de Niña van 24 koppen.

[Kaart/Illustratie op blz. 6]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

COLUMBUS’ ONTDEKKINGSREIS

SPANJE

AFRIKA

Atlantische Oceaan

VERENIGDE STATEN

Bahamas

Cuba

Hispaniola

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen