Jonge mensen vragen . . .
Wat als mijn ouders me niet steunen in mijn geloof?
VEEL christelijke jongeren hebben ongelovige ouders. „Ik ben de enige van ons gezin die de bijbel bestudeert”, zegt een twaalfjarig meisje. „En mijn moeder wil dat ik met de studie ophoud.” Anderen hebben ouders die nalaten op geestelijk gebied de leiding te nemen. Zulke omstandigheden kunnen een ware beproeving vormen voor een oprechte jongere die God wil dienen.
Het is moeilijk om zonder de hulp en aanmoediging van je ouders te proberen een ware christen te zijn. Maar je kunt erin slagen! Dat blijkt uit talrijke voorbeelden, zowel uit het verleden als uit deze tijd.
Getrouwe jongeren in bijbelse tijden
Beschouw Abel eens, een zoon van het eerste mensenpaar, Adam en Eva. Adam en Eva hadden hun kinderen volmaakte geestelijke steun moeten geven. Maar zij kwamen in opstand en keerden zich van Jehovah af, en lieten hun kinderen in religieus opzicht aan hun lot over. In plaats van medelijden met zichzelf te hebben of toe te laten dat zijn eigen waardering voor heilige dingen door het gebrek aan geestelijke gezindheid van zijn ouders bekoelde, leerde Abel kennelijk zoveel hij kon over de Schepper. Jehovah communiceerde met Adams zonen Kaïn en Abel, en Abel ontwikkelde een band met God en groeide op tot een gelovig man. „Door geloof heeft Abel een slachtoffer van grotere waarde aan God gebracht dan Kaïn, door welk geloof er getuigenis omtrent hem werd afgelegd dat hij rechtvaardig was.” — Hebreeën 11:4; Genesis 4:2-15.
Josia is nog zo’n voorbeeld van een jongere die het zonder religieuze steun van zijn ouders moest stellen. Zijn vader, koning Amon van Juda, werd vermoord toen Josia nog maar acht jaar was. Toen koning Amon nog leefde, had hij gedaan „wat kwaad was in Jehovah’s ogen, net zoals zijn vader Manasse gedaan had; en aan alle gehouwen beelden die zijn vader Manasse gemaakt had, bracht Amon slachtoffers en hij bleef ze dienen. . . . Amon was iemand die de schuld nog deed toenemen” (2 Kronieken 33:22, 23). Stel je dus eens voor in wat een demoraliserende geestelijke sfeer Amons zoon Josia moet zijn opgegroeid.
Toch deed Josia ’wat recht was in Jehovah’s ogen en bewandelde hij de wegen van zijn voorvader David. Hij begon de God van zijn voorvader David te zoeken; en in het twaalfde jaar [toen hij een jaar of twintig was] begon hij Juda en Jeruzalem te reinigen van de hoge plaatsen en de heilige palen en de gehouwen en de gegoten beelden.’ — 2 Kronieken 34:2-4.
Hoe ontwikkelde Josia zonder de hulp van een vader zo’n kracht? Hij kreeg steun van andere geestelijk gezinde mannen, zoals de hogepriester Hilkia en zijn secretaris Safan. Hun positieve geestelijke invloed op de jonge Josia hielp hem „de woorden van de wet . . . ten uitvoer te brengen” (2 Koningen 23:24; 2 Kronieken 34:14-19). Die Wet verlangde van de koningen dat zij er een persoonlijk afschrift van maakten en het dag en nacht bestudeerden (Deuteronomium 17:18; Jozua 1:8). Door dit te doen, droeg Josia ongetwijfeld in grote mate bij tot zijn geestelijke groei.
In deze tijd steun vinden
Ook jij kunt geestelijk groeien, zelfs als je niet de steun ontvangt die je graag van je ouders zou krijgen. Steun kun je vaak krijgen van geestelijke broers en zussen en vaders en moeders binnen de gemeenten van Jehovah’s Getuigen (Markus 10:30). Er zijn in de christelijke gemeente misschien enkele geestelijk gezinde jongeren met wie je bevriend kunt zijn. Of er kunnen enkele oudere Getuigen zijn die zich om je willen bekommeren. Een vaderloze tiener, Jerry genaamd, werd bijvoorbeeld door een gemeenteouderling uitgenodigd om hem te vergezellen naar een huisbijbelstudie. Na de studie gingen zij vaak bij een snelbuffet een hapje eten en wat praten. „Hij werd als een vader voor me”, vertelt Jerry. Jerry is nu getrouwd en dient als dienaar in de bediening. Hij is echt dankbaar voor de steun die deze ouderling hem gegeven heeft.
Hebben ouderen wel eens aangeboden je ergens mee te helpen? Waarom zou je daar dan niet op ingaan? En als niemand je zo’n aanbod heeft gedaan, neem dan zelf het initiatief om heilzame vriendschappen op te bouwen. Je zou zelfs kunnen proberen een van de plaatselijke gemeenteopzieners te benaderen. Misschien heb je iemand nodig om een huisbijbelstudie bij je te leiden of je te helpen bij het voorbereiden van toewijzingen voor de theocratische bedieningsschool.a Het kan ook zijn dat je gewoon behoefte hebt aan wat opbouwende omgang in een gezin. Het is begrijpelijk dat je misschien wat huiverig bent je behoeften op deze manier kenbaar te maken. Maar vergeet niet dat gemeenteouderlingen zijn aangesteld om in de geestelijke behoeften van iedereen in de gemeente te voorzien — ook van jonge mensen (1 Petrus 5:2). Zij kunnen een ware hulp zijn.
Eraan werken thuis steun te krijgen
Betekent dit dan dat er niets is wat je kunt doen om de situatie thuis te verbeteren? Beslist niet. Neem bijvoorbeeld de jonge Joe. Hij omschrijft de mate van geestelijke steun die hij van zijn ongelovige ouders ontvangt als „beperkt”. Toch geeft Joe toe dat hij in werkelijkheid misschien wel heeft bijgedragen tot hun gebrek aan steun. Hoe dat zo? Welnu, het schijnt dat toen Joe pas met Jehovah’s Getuigen de bijbel begon te bestuderen, hij weinig deed om dat wat hij leerde in zijn persoonlijke leven toe te passen. Hij bleef zijn ouders dus ongehoorzaam. Natuurlijk zagen zij weinig reden om zelf de bijbel te gaan bestuderen, laat staan hem aan te moedigen tot verdere bijbelstudie.
Hoe staat het met jou? Als je ongelovige ouders hebt, geven je daden hun dan reden om te geloven dat je het werkelijk meent wanneer je zegt dat je God wilt dienen? Christelijke echtgenotes wordt gezegd dat zij hun ongelovige man moeten zien te winnen door hun voortreffelijke gedrag. Zouden je ouders eveneens ’zonder woord gewonnen kunnen worden’ als je gehoorzamer zou zijn en meer achting voor hen zou tonen? (1 Petrus 3:1; Efeziërs 6:1-3) Zou de kans dan niet groter zijn dat zij je gaan steunen?
Wat als je ouders weliswaar christenen zijn maar toch niet alles doen wat zij zouden moeten doen om je te helpen en aan te moedigen? Welke reden zij daar ook voor mogen hebben, je kunt veel doen om door een goed voorbeeld tot een gezonde geestelijke sfeer bij jullie thuis bij te dragen (1 Timotheüs 4:12). Zorg ervoor dat wanneer het tijd is om naar christelijke vergaderingen te gaan, je gekleed bent en klaar staat. Bied aan wat extra gezinskarweitjes op je te nemen zodat je ouders eveneens op tijd klaar kunnen zijn. Wie weet? Misschien zullen zij door je enthousiasme voor de vergaderingen worden aangestoken.
Hebben je ouders een wekelijkse huisbijbelstudie met je? Als dat niet het geval is, waarom vraag je hun daar dan niet vriendelijk om, zonder te zeuren of te klagen. En als de studie wordt gehouden, zorg er dan voor dat het je ouders niet al te veel moeite kost om commentaren uit je te krijgen; bereid je zo goed voor dat je mee kunt doen. Draag je deel bij om het tot iets plezierigs te maken. Bedank hen voor de studie. Dit kan heel goed de aanmoediging zijn die je ouders nodig hebben om de studie geregeld te houden.
Maar als er nu eens weinig reactie komt op je inspanningen? Geef het dan niet op (Galaten 6:9). Spreek vrijuit over je liefde voor God en de bijbelse waarheid. Verlies niet je ijver of besef van dringendheid bij het helpen van anderen om God te leren kennen. Blijf ’jezelf opbouwen op je allerheiligst geloof en bidden met heilige geest’ (Judas 20). Dat is precies wat een jongere, Laverne genaamd, doet. „Ik heb besloten me er niet door mijn vader van te laten afhouden de waarheid beter te leren kennen”, zegt zij. „Daarom bestudeer ik De Wachttoren voor mezelf in plaats van tv te kijken.b Ook lees ik iedere morgen een bijbeltekst. Ik kan aan het predikingswerk deelnemen door met andere christelijke broeders en zusters mee te gaan.”
Geef blijk van dezelfde vastberadenheid. Laat je door gebrek aan steun thuis niet ontmoedigen. Blijf sterk in je overtuiging. Ga zo mogelijk nauw om met geestelijk gezinde leeftijdgenoten en ouderen in de gemeente. Maar met of zonder steun, wees vastbesloten je vriendschap met God in stand te houden. Je kunt voor steun op hem rekenen. — Vergelijk Psalm 119:116.
[Voetnoten]
a Zie voor inlichtingen over de theocratische bedieningsschool het artikel „Hoe kunnen christelijke vergaderingen me helpen?” in Ontwaakt! van 8 juli 1991.
b De Wachttoren is het zustertijdschrift van Ontwaakt! Het kan worden verkregen door te schrijven naar de uitgevers van dit blad.
[Illustratie op blz. 19]
Rijpe leden van de gemeente kunnen een hulp zijn door zich om je te bekommeren