Energie uit het hartje van een berg
„DE DAGTOCHT die u uw leven lang zal bijblijven.” Zo werd mijn bezoek aan het zuidwesten van Nieuw-Zeelands Zuideiland beschreven in de reisfolders. En het was waar. De tocht van Manapouri naar de Doubtful Sound, over water en bergen, bracht mij in aanraking met unieke bezienswaardigheden en indrukwekkende staaltjes van techniek. Het was alsof ik een achtste wereldwonder te zien kreeg — een waterkrachtcentrale verborgen in het hartje van een berg.
Mijn tocht herinnerde mij ook aan Nieuw-Zeelands vroegste bewoners, de Maori’s, en hun oude legenden en talen. Volgens twee Maori-verhalen kan „Manapouri” óf ’meer van verdriet of tranen’ óf ’meer van het treurende hart’ betekenen. Voor mij was het ook de naam van de stad die mijn uitgangspunt was op die gedenkwaardige dag.
Een onverwachte aanblik
Terwijl onze boot soepel over het kalme meer snelde, kwamen er schitterende U-vormige dalen en hoog oprijzende bergen in zicht. Wij boften dat het een prachtige, heldere dag was, daar de regenval in deze streek wel 7500 mm per jaar bedraagt! Het was dus een waar paradijs voor fotografen, met bomen en een weelderige plantengroei die zich vanaf de oever voortzette over de berghellingen. Het geluid van onze boot was op onze 75 minuten durende tocht over het meer het enige teken dat er mensen in het gebied doorgedrongen waren. Waar voerde de reis ons echter heen?
Naar een onverwachte aanblik — bij West Arm, aan het verste uiteinde van het meer, verhief zich plotseling het verdeelstation van een waterkrachtcentrale. Wat kon iemand ertoe bewogen hebben hier een elektrische centrale te bouwen, zo ver van de bewoonde wereld? Slechts een unieke reeks geografische en geologische omstandigheden zou een ingenieur of landmeter op deze briljante gedachte gebracht kunnen hebben.
Dat gebeurde in 1904, toen P. J. Hay, een landmeter, de mogelijkheden van dit meer opmerkte. De oppervlakte ligt ruim 180 m boven de zeespiegel, en daar de diepte bijna 450 m bedraagt, ligt de bodem ongeveer 260 m onder de zeespiegel! Toch is het door slechts zo’n 10 km bergachtig terrein van de zee gescheiden. Maar het zou nog 60 jaar duren voordat zijn idee verwezenlijkt kon worden. Wat gaf de stoot tot het initiatief? Een Australische smelterij werkzaam in Nieuw-Zeeland had energie nodig voor haar smeltinstallatie te Tiwai Point, bij Invercargill, hemelsbreed zo’n 160 km daarvandaan. Maar hoe zou men er elektriciteit gaan opwekken?
Visioen wordt werkelijkheid
Het plan, dat door het in de Verenigde Staten zetelende constructiebedrijf Bechtel was uitgewerkt, hield in een diepe tunnel te graven in de berg die Leaning Peak heette en vlak onder het uiteinde van het Manapourimeer een elektrische centrale te bouwen. Het water uit het meer kon dan in schachten omlaagvallen en zeven turbines aandrijven die elektriciteit zouden opwekken. De elektrische energie zou via het verdeelstation aan de oever van het meer naar het nationale elektriciteitsnet worden getransporteerd. (Zie tekening op blz. 17.) Maar hoe zou al dat water verdwijnen? De graafmachines moesten een ongeveer 10 km lange afvoertunnel onder de bergen graven met een diameter van 9 m. Daardoor zou het water in de Deep Cove in de Doubtful Sound kunnen lopen, een van Nieuw-Zeelands schitterende fjorden. Voor die tunnel alleen al moest er 760.000 m3 rots verwijderd worden.
Denk u eens in wat een enorme hoeveelheid gesteente er alleen al voor de waterschachten en de turbinekamer uit de berg verwijderd zou moeten worden. Deze ruimte, de machinekamer, op zich is 111 m lang, 39 m hoog en 18 m breed. In de lengte zou er een voetbalveld in passen. Maar eerst was er een tunnel nodig om de machinekamer, waar de turbines en generatoren zouden komen te staan, te bereiken en uit te graven. Dat was een unieke uitdaging op zich!
Deze 2 km lange toegangstunnel loopt met een constante helling van een meter per 10 meter spiraalsgewijs naar beneden naar de machinekamer. Bij het binnenrijden van de berg in onze toeristenbus was het een ernstig stemmende gedachte dat wij in het binnenste van de berg afdaalden.
Toen wij eindelijk uit de bus stapten en de turbinekamer binnengingen, leek het wel iets uit een science-fiction-verhaal — een enorme kathedraal voor de wetenschap midden in een berg! Maar over één vraag brak ik me het hoofd: Hoe had men alle zware machinerie ter plekke gekregen voor dit ingewikkelde project? De enige toegangsmogelijkheden waren over zee of over het meer. Er waren geen wegen. Besloten werd dat het het gemakkelijkst zou zijn het grootste deel van de opwekkingsmachines over zee aan te voeren. De toegang tot de plaats waar de elektrische centrale zou komen, werd dan nog wel versperd door een bergketen. De oplossing? Een weg aanleggen.
Nieuw-Zeelands steilste verkeersweg
In 1963 begon het werk aan de verbinding tussen de Deep Cove en West Arm, „een van de moeilijkste wegenbouwprojecten ter wereld”, vermeldt een bron. Hoe dat zo? „Door de regen, sneeuw, modderstromen en massa’s dooreengegroeide vegetatie duurde het niet 12 maar 24 maanden voordat de weg klaar was.” De ongeveer 23 km lange weg kostte ten slotte NZ $2 per centimeter — een wel heel dure weg! Met hellingen van 1 op 5 werd het Nieuw-Zeelands steilste verkeersweg. Toch was het de onontbeerlijke verbinding voor het vervoer van 87.000 ton materiaal van zeeniveau, via de Wilmotpas (670 m), naar meerniveau. Er was één lading bij die 290 ton woog en een transportwagen vereiste met 140 wielen, getrokken door een bulldozer en grondschaaf en geduwd door nog een bulldozer! Maar het karwei werd geklaard.
Uitwerking op de ecologie
Van welke invloed is dit massale project op de plaatselijke ecologie? Daar het grootste deel van de elektrische centrale onder de grond ligt, is de zichtbaarheid ervan minimaal, met uitzondering van het verdeelstation en de hoogspanningslijnen over de bergen. In de uitgestrektheid van het gebied gaan zelfs de hoogspanningsmasten en -kabels verloren. Maar er valt nog een vraag te beantwoorden.
Het Manapourimeer wordt in feite vanuit het achterste gedeelte geleegd, maar hoe blijft het waterpeil dan gehandhaafd? Eén fundamentele factor daarbij is de hoge jaarlijkse regenval in het gebied. In het stadje Manapouri valt jaarlijks gemiddeld 1250 mm, en bij de elektrische centrale in West Arm 3750 mm. Ook bestaan er strenge richtlijnen voor het reguleren van het waterniveau van het meer, zodat het zo dicht mogelijk bij het natuurlijke peil blijft. Daar het Manapourimeer aan het boveneinde ligt van een stroomgebied waartoe ook het Te Anaumeer en de rivieren de Upper en Lower Waiau behoren, wordt er van stuwdammen gebruik gemaakt om het voor de elektrische centrale noodzakelijke peil te handhaven. Als er meer water is dan de generatoren kunnen verwerken, worden de doorlaten geopend om het teveel weg te laten lopen.
Wie profiteert ervan?
De bouw van Nieuw-Zeelands grootste waterkrachtcentrale is een voorbeeld van internationale samenwerking geweest. De turbines werden gemaakt in Schotland, de generatoren in Duitsland en de transformatoren in Italië. De eerste van de generatoren werd in 1969 besteld. In september 1971 waren ze alle zeven in bedrijf. Wie profiteert er van al deze opgewekte energie? Het meeste ervan gaat naar de smelterij te Tiwai Point en de rest gaat naar Nieuw-Zeelands nationale elektriciteitsnet. Het functioneren van de elektrische centrale van Manapouri en de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening zijn van essentieel belang voor de smelterij. Storingen in de elektriciteitsvoorziening die langer dan twee uur duren, kunnen een sluiting van maanden tot gevolg hebben. De elektrische centrale van Manapouri en het smeltbedrijf werken dus samen om voor stabiliteit te zorgen.
Wij reden met de bus over de Wilmotpas en naar beneden naar de Doubtful Sound. Daar zagen wij het afvoerwater uit de elektrische centrale van Manapouri in de stille zeearm stromen. Deze zeearm of fjord heeft iets bijzonders. „Het oppervlak van de fjord bestaat uit een zoetwaterlaag die boven op zeewater met een grotere dichtheid ligt. In de fjord blijft het zoete water een aparte laag — een rivier die langzaam over deze ingesloten zee stroomt.” — Manapouri to Doubtful Sound, door Barry Brailsford en Derek Mitchell.
Een andere motorboot nam ons mee voor een rustige tocht over de fjord. Op een gegeven moment zette de kapitein de motoren af en luisterden wij naar de grootse stilte van dat maagdelijke paradijs. Af en toe weerklonk er een vogelroep over het water. Wat een contrast met de bulderende kracht van de slechts enkele kilometers daarvandaan gelegen waterkrachtcentrale van Manapouri, verborgen in het hartje van een berg. — Ingezonden.
[Diagram/Illustraties op blz. 17]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
Schets van de elektriciteitscentrale
Manapourimeer
Liftschacht
Inlaatsluisschacht
Inlaten en roosters
Afvoertunnel naar Deep Cove
Nooduitgang
Buitenstation
Hoogspanningskabelschacht
Toegangstunnel
Transformatorkelder
Machinekamer
Servicetunnel
[Illustraties]
Verdeelstation
Machinekamer
De elektrische centrale van Manapouri
[Illustratie op blz. 15]
Doubtful Sound (Nieuw-Zeeland)
[Illustratie op blz. 16]
De toegangstunnel die de berg ingaat en omlaagloopt naar de machinekamer