Jonge mensen vragen . . .
Moet ik me bij een jeugdbende aansluiten?
„Toen ik op school in de kleedruimte zat, kwamen die gasten op me af en begonnen me lastig te vallen. Een van hen gaf me een stomp tegen mijn borst. Op dat moment kwam een van de knapen die ik kende van de jeugdbende bij mij in de buurt, aanlopen en nam het voor me op. Ik dacht bij mezelf: ’Als ik lid word van de bende, kan ik misschien dit soort bescherming genieten.’” — Greg.
JEUGDBENDEN zijn in Amerika een groeiend verschijnsel op veel scholen en in veel buurten. In 1989 waren er naar schatting van de politie alleen al in het district Los Angeles 600 jeugdbenden, met zo’n 70.000 leden. Jeugdbenden zijn echter niet beperkt tot de Verenigde Staten. Het tijdschrift Maclean’s berichtte bijvoorbeeld dat er in de Canadese stad Vancouver ongeveer 13 benden bestaan, met ruim 600 leden.
Net als Greg sluiten velen zich bij een bende aan om bescherming te genieten tegen geweld op school, en in deze gewelddadige tijden is het niet moeilijk te begrijpen waarom sommige jongeren daar misschien een noodzaak voor zien. Wij zijn getuige van een wereldomvattende ’toename der wetteloosheid’ (Mattheüs 24:12). Er zijn echter nog andere redenen waarom straatbenden op sommige jongeren zo’n sterke aantrekkingskracht uitoefenen.
Steun en vriendschap
„Ik wilde dolgraag vrienden hebben, het gevoel hebben bij iemand of een groep te horen, iemand hebben om voor te kunnen zorgen”, legt Bernard, een voormalig bendelid, uit. Marianne, die zich bij een meisjesbende aansloot, geeft toe dat zij dat deed „vanuit [haar] behoefte ergens zeggenschap over te hebben”, alsook om de „gezinssfeer” die de bende bood.
Hoewel het waar is dat sommige jongeren zich bij een bende aansluiten om hun verveling te verdrijven of om de opwinding die dit wellicht met zich brengt, blijkt dat veel meer jongeren lid worden om het gevoel te hebben ergens bij te horen, om emotionele steun te ontvangen, om aan vrienden te komen met wie zij dingen gemeenschappelijk hebben. Vaak zoeken zij compensatie voor een onwenselijke gezinssituatie.
Bernard zegt van zichzelf en medebendeleden: „De meesten van ons kwamen uit uiteengevallen gezinnen. Velen waren door een alleenstaande ouder, gewoonlijk een moeder, grootgebracht in een groot gezin. Er was dus niemand die er de tijd voor nam met hen te praten. Velen kwamen uit een gezin waar zij lichamelijk en geestelijk mishandeld werden en waar met hun gevoelens totaal geen rekening werd gehouden. Dus deed het hun goed, evenals het mij goeddeed, dat er iemand was om mee te praten en dat er naar hen werd geluisterd.”
Dit wordt ook duidelijk gemaakt door de Canadese jeugdwerker Lew Golding. Hij zei: „Kinderen die thuis problemen hebben, nemen hun toevlucht tot een jeugdbende voor de bevrediging van hun emotionele behoeften.”
In de Verenigde Staten worden benden vaak opgericht door jongeren met een zelfde etnische of culturele achtergrond. De benden in dat land bieden een jongere dus omgang met personen die zijn gevoelens op het gebied van voedsel, muziek, taal en een heleboel andere dingen delen, wat ze extra aantrekkelijk maakt. Het is normaal dat mensen, jongeren zowel als volwassenen, het gevoel willen hebben nodig te zijn en geaccepteerd te worden. Maar kunnen deze gevoelens en behoeften echt bevredigd worden door lid te worden van een bende?
Spreuken 17:17 zegt: „Een ware metgezel heeft te allen tijde lief.” Ervaren bendeleden echt zo’n loyaliteit en ware vriendschap? Integendeel, onenigheden en zelfs vechtpartijen onder leden van dezelfde bende komen maar al te vaak voor. Ja, in een omgeving waarin zo veel spanningen bestaan als die waarin jeugdbenden opereren, ontwikkelen zich gemakkelijk wrokgevoelens. Meningsverschillen kunnen worden uitgelegd als deloyaliteit. Bernard vertelt: „Als wij een woordenwisseling hadden, moest ik altijd op mijn hoede zijn, want totaal onverwacht kon er een mes of revolver worden getrokken. En dat heetten dan mijn vrienden! Het bendeleven stelde mij teleur omdat ik geen echte vrienden had.”
Een achttienjarig bendelid voegt hier nog aan toe: ’Je hebt geen vrienden, zelfs niet in je eigen bende. Je staat er alleen voor.’
’Volg niet de grote massa’
„Gij moogt de grote massa niet volgen met kwade oogmerken” (Exodus 23:2). Dit werd tegen Gods volk in de oudheid gezegd, en het is in beginsel goed van toepassing op elke jongere die overweegt lid te worden van een bende. Je zou aan een bende kunnen denken als een middel tot zelfbescherming of een bron van vriendschap. In werkelijkheid wordt een bendelid er echter onvermijdelijk toe gedwongen „kwade oogmerken” na te streven.
The Globe and Mail zegt hierover: ’De bende neemt de plaats in van het gezin. Dat betekent ook dat de bende bepaalt welk gedrag aanvaardbaar is. In de wereld van tieners zonder toezicht kunnen berovingen, knokpartijen en aanrandingen „jé van hèt” zijn.’
Alleen al in 1989 waren benden in het district Los Angeles betrokken bij ongeveer 570 moorden. En vrijwel overal waar benden zijn, is er ook geweld. Elke poging om daar niet bij betrokken te raken, zal beslist bezien worden als een gebrek aan steun voor de bende of, erger nog, als lafheid. In beide gevallen zou je gemakkelijk iedereen tegen je kunnen krijgen. Zoals één bendelid zei: „Je kunt geen nee zeggen tegen je [bende].” Is het gevoel ergens bij te horen of beschermd te worden, dit soort van druk waard?
De schrijver van Spreuken 1:10-15 antwoordt: „Mijn zoon, indien zondaars u trachten te verleiden, stem niet toe. Indien zij blijven zeggen: ’Ga toch met ons mee. Laten wij toch loeren op bloed. Laten wij ons toch, zonder enige reden, verdekt opstellen tegen de onschuldigen. . . . Uw lot behoort gij in ons midden te werpen. . . .’ Mijn zoon, ga niet met hen op weg.”
Leven van het zwaard
Denk ook eens aan de mogelijke gevolgen voor je gezondheid en welzijn. Een bendelid zei dat ’je bereid moet zijn voor medebendeleden te sterven’. En vaak loopt het daarop uit.
Beschouw in tegenstelling daarmee de les die Jezus zijn discipelen leerde in de nacht van zijn arrestatie. Jezus was ongewapend en stond oog in oog met een gewelddadige menigte. Wilde Jezus dat zijn discipelen zich als één man zouden verzetten en hem met geweld zouden verdedigen? Dat was wat Petrus dacht. Hij trok zijn zwaard en viel een van de mannen in de menigte aan, waarbij hij hem het oor afsloeg. Jezus’ reactie moet Petrus echter hebben verbijsterd. Jezus genas door een wonder het oor van de man en zei tegen Petrus: „Steek uw zwaard weer op zijn plaats, want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard vergaan.” — Mattheüs 26:52.
De les? Wapens dragen ter verdediging is niet alleen onschriftuurlijk maar ook dwaas en onpraktisch. Een spreuk zegt het zo: „Wat degene betreft die op het kwade uit is, over hem zal het komen.” — Spreuken 11:27.
Werkelijk het gevoel krijgen erbij te horen
Zo’n vijftig jaar geleden werd er een onderzoek verricht waarbij verschillende factoren werden opgesomd die tot de oprichting van jeugdbenden bijdroegen. Tot de opgesomde problemen behoorden een ontoereikend gezinsleven, armoede, het achteruitgaan van de buurt en gebrekkig onderwijs. De activiteit van jeugdbenden heeft aan deze situatie niets verbeterd, noch heeft het eenzame jongeren werkelijk geholpen ware vrienden te vinden. De christelijke gemeente biedt je echter omgang met mensen die je beste belangen op het oog hebben. Waarom zou je daar geen vriendschappen aankweken?
Hoe kun je jezelf echter beschermen als je in een buurt woont waar veel jeugdbenden voorkomen? Dit zal in een toekomstig artikel worden besproken.
[Kader op blz. 18]
’Ik werd lid van een straatbende’
„Ik was zeventien. Mijn vrienden en ik hadden er schoon genoeg van toe te kijken hoe mensen in onze buurt werden neergeschoten, beroofd en verkracht. We dachten dat als we een eigen bende oprichtten, we hieraan misschien een halt konden toeroepen. Terzelfder tijd wilde ik dat gevoel hebben bij een groep te horen. Dus richtten wij een bende op.
Wij begonnen in de buurt te patrouilleren, en al gauw testten andere benden ons uit. Twee van onze leden werden door een rivaliserende bende overvallen. Eén werd in het gezicht geslagen met een honkbalknuppel; de ander werd neergestoken. Wij wreekten het onrecht en werden al snel de meest gevreesde bende in de omtrek.
Ik bemerkte echter dat bendeleden geen echte vrienden zijn. Je kon niet iedereen vertrouwen. Sommigen hielpen je niet als je in moeilijkheden verkeerde. En sommigen deelden mijn idealen niet — ze begonnen mensen te beroven en zelfs zonder reden te doden. Ik kreeg daarom een hekel aan mijn leven. Ik besefte dat God bestond maar vroeg mij af waarom hij zo veel onrechtvaardigheid toeliet. Ik leerde ook op school dat de kerk verantwoordelijk was geweest voor inquisities en het uitroeien van hele beschavingen in de naam van God. Ik geloofde dat religies slechts een dekmantel waren om mensen geld uit de zak te kloppen.
Op een dag bad ik tot God of hij mij wilde helpen de organisatie te vinden waarvan hij zich bediende. Ik bladerde een bijbel door die een oom mij had gegeven en las Handelingen 20:20. Er werd gesproken over van huis tot huis gaan. De enigen die ik kende die dat deden, waren Jehovah’s Getuigen. Dus zocht ik uit waar de plaatselijke Koninkrijkszaal was en ging er de volgende morgen heen. Met tranen in mijn ogen benaderde ik een van de Getuigen en fluisterde: ’Ik wil graag leren.’ Ik had Gods volk gevonden. Mijn dagen als bendelid waren voorbij.” — De schrijver, die anoniem wenst te blijven, dient nu als presiderend opziener van een gemeente van Jehovah’s Getuigen.
[Illustratie op blz. 17]
Waarom geen vriendschappen aankweken met mensen die echt jouw belangen op het oog hebben?