Jonge mensen vragen . . .
Zal een baan na schooltijd me helpen volwassen te worden?
TWEE op de drie tieners in de Verenigde Staten hebben momenteel een baantje. En zij besteden daar 16 tot 20 uur per week aan!a
Waarom gaan jongeren er in recordaantallen toe over een baantje te nemen? De 16-jarige Brian legt uit: „In mijn geval zit er niets anders op. Mijn vader en moeder zijn gescheiden, en ik moet al het mogelijke doen om mijn moeder te helpen.” In veel gezinnen moet er insgelijks financieel worden bijgesprongen. En zelfs als een jongere niet direct in de huishoudkosten bijdraagt, maar eenvoudig zijn eigen kleding of andere persoonlijke spullen betaalt, zal dit zijn ouders financieel toch wat ontlasten.
Veel jongeren werken weliswaar om zich de luxe van dure kleding, schoenen of snacks te kunnen veroorloven, maar voor sommige jongeren betekent een baan in de eerste plaats een belangrijke stap op weg naar de volwassenheid. De 19-jarige Suzanne schreef in het tijdschrift Seventeen: „Ik werk omdat ik het prettig vind in mijn eigen onderhoud te voorzien. Ik ben niet meer van mijn ouders afhankelijk als ik iets wil kopen. . . . Ouders kunnen hun kinderen geld geven, maar ze kunnen hun niet het gevoel van voldoening geven dat iemand ervaart als hij zelf iets verdient.” Misschien denk jij er net zo over — dat het hebben van een baan een goede ervaring zou zijn, dat het je zou helpen sneller volwassen te worden. Maar is dat echt zo?
Werken — De voordelen
De bijbel veroordeelt luiheid. „De luiaard betoont zich begerig, maar zijn ziel heeft niets”, zegt Spreuken 13:4. „De ziel der vlijtigen evenwel zal vet gemaakt worden.” Als je dus echt iets nodig hebt wat meer kost dan je ouders willen — of kunnen — betalen, kan het een verdienstelijk idee zijn om ijverig te werken zodat je het zelf kunt kopen.
Velen komen bovendien met het argument dat een jongere door te werken kan leren hoe het in het echte leven toegaat. Ellen Greenberger en Laurence Steinberg hebben op het gebied van werkende jongeren een uitgebreid onderzoek verricht, waaraan veel bekendheid is gegeven. Zij hebben vastgesteld dat zulke jongeren „iets leren over zakelijke transacties, het omgaan met geld en wat het zeggen wil prijsbewust te zijn”. Verder biedt een baan een jongere niet alleen de gelegenheid om met volwassenen zij aan zij te werken, maar ook om met de druk en verantwoordelijkheden van een volwassene geconfronteerd te worden. Misschien moet hij leren onder een baas te werken die „moeilijk te behagen” of slechtgehumeurd is, of boze klanten — en collega’s — vriendelijk te bejegenen (1 Petrus 2:18). „Ik was de jongste op het werk,” vertelt Anthony, „en iedereen had het op mij gemunt. Maar ik leerde met mensen om te gaan.”
Een jongere kan door zijn werk ook vaardigheden en goede werkgewoonten, zoals punctualiteit, leren die hem in zijn latere leven van pas zouden kunnen komen. (Vergelijk Spreuken 22:29.) „Ik leerde verantwoordelijkheid te dragen”, zegt een jonge man genaamd Eric. „Door het werken met mijn oom leerde ik kwaliteitswerk te leveren”, voegt Duane toe. „Hij legde de nadruk op netjes werken, en als het resultaat niet perfect was, deden wij het over.” En Olga, die secretaressewerk deed terwijl zij nog op school zat, zegt: „Ik deed heel wat werkervaring op. En omdat ik veel telefoongesprekken moest voeren, leerde ik goede spraak te gebruiken.”
Een baan kan je ook het trotse gevoel geven iets gepresteerd te hebben. De wijze koning Salomo zei: „In het geval van een mens is er niets beters dan dat hij eet en inderdaad drinkt en zijn ziel het goede doet zien wegens zijn harde werk. Ook dit heb ik gezien, ja ik, dat dit uit de hand van de ware God is.” — Prediker 2:24.
Hoeveel leert iemand in werkelijkheid?
Desondanks zijn velen van mening dat de huidige baantjes weinig tot de ontwikkeling van jongeren bijdragen. In het verleden leerden werkende jongeren een vak of op zijn minst enkele nuttige vaardigheden. Tegenwoordig staan veel jongeren (vooral in de Verenigde Staten) echter in een snelbuffet of hebben een ander baantje in de dienstensector, waarbij hun werk in niet veel anders bestaat dan het in doosjes doen van hamburgers of het aanslaan van bedragen op een kassa. Velen betwijfelen of zulk werk enige blijvende waarde heeft. Greenberger en Steinberg klagen: „De gemiddelde jongere besteedt minder dan 10 procent van zijn of haar werktijd — slechts ongeveer vijf minuten per uur — aan activiteiten als lezen, schrijven en rekenen. . . . De meeste baantjes kenmerken zich door een gebrek aan variatie, door routinewerk en door de voortdurende herhaling van tamelijk oninteressante taken.”
Een artikel in The Wall Street Journal zegt: ’Een groot deel van de werkende tieners in deze tijd leert niet veel nuttigers dan gewoon te verschijnen. De technologie heeft hen min of meer in robots veranderd. Scanners en geperfectioneerde kasregisters tellen de bedragen op en berekenen het wisselgeld voor hen. In de snelbuffetten ontnemen ovens met tijdschakelaars een tiener de laatste mogelijkheid om een vleugje culinaire vaardigheid op te doen.’ Zulke baantjes zijn ongetwijfeld nodig en waardevol. Maar ze zijn waarschijnlijk weinig effectief als het erom gaat een jongere voor de arbeidsmarkt van volwassenen toe te rusten.
Hoe staat het echter met de samenwerking met volwassenen? Greenberger en Steinberg zeggen: „De arbeidsplaatsen waarvoor jonge mensen worden aangenomen, zijn in toenemende mate leeftijdgebonden. In plaats van met volwassenen samen te werken, . . . is de kans groot dat jonge mensen van nu met andere adolescenten samenwerken.” The Wall Street Journal noemt zulke werkplekken „adolescentengetto’s”.
„Vroegtijdige weelde”
Veel jongeren in de Verenigde Staten verdienen met hun baantje meer dan $200 per maand. Zou het omgaan met dat geld geen waardevolle ervaring zijn? Beschouw eens een onderzoek onder werkende middelbare scholieren van ruim 1000 verschillende scholen. Het bleek dat driekwart van hen niets bijdroeg in de gezinskosten! Bijna 60 procent van hen legde niets opzij als spaargeld! Omdat zij geen huur, verzekeringen of kostgeld hoefden te betalen, gebruikte de meerderheid het geld dat zij verdienden als zakgeld — om het naar eigen goeddunken te besteden.
Jerald G. Bachman van het Instituut voor Maatschappelijk Onderzoek noemt het „vroegtijdige weelde” of rijkdom wanneer „tieners over een heleboel geld beschikken”. Waarom? Bachman legt uit: „Veel middelbare scholieren hebben geld voor luxeartikelen die zij vijf jaar later misschien niet meer kunnen onderhouden als zij hun geld moeten uitgeven aan noodzakelijke dingen als voedsel en huur.” Ja, in plaats van een jongere te leren verantwoord met geld om te gaan, kan het hebben van te veel geld precies het omgekeerde effect hebben. Het kan een irreële hang naar luxe doen ontstaan en de overgang naar het werkelijke leven als volwassene nog traumatischer maken.
De bijbel toont verder aan dat sloven om rijk te worden een zinloze bezigheid is. Daarin wordt gezegd: „Tob u niet af om rijkdom te verwerven. . . . Hebt gij uw ogen er een vluchtige blik op laten werpen, terwijl het niets is? Want zonder mankeren maakt hij zich vleugels als van een arend en vliegt weg naar de hemel.” — Spreuken 23:4, 5.
Of een baantje een nuttige en leerzame ervaring blijkt te zijn, hangt af van het soort van werk dat je verricht, de mensen met wie of voor wie je werkt, en hoezeer je je op je werk toelegt. Je motief om te werken en hoe je omgaat met het geld dat je verdient, zal ook in grote mate bepalen of werken je helpt of schaadt.
Maar als het je er echt om te doen is volwassen te worden, merk dan eens op tot welke conclusie Greenberger en Steinberg kwamen: ’Er zijn activiteiten die misschien nuttiger zijn dan werken. Deze activiteiten omvatten lezen en studeren buiten schooltijd en het op je nemen van de verantwoordelijkheden van onbetaald vrijwilligerswerk of maatschappelijke dienstverlening.’ Nina bijvoorbeeld verricht na schooltijd een uiterst waardevolle vorm van dienstverlening als een volle-tijdpredikster van Jehovah’s Getuigen. Zij zegt: „Ik werkte met mijn schooldecaan een schema uit waardoor ik een korte schooldag had, zodat ik tegen twaalven vrij zou zijn. Van maandag tot en met woensdag neem ik deel aan het openbare predikingswerk. Ik vind het heerlijk om te doen. Ik vind het gewoon zalig!” Zouden jouw schema en persoonlijke omstandigheden je toestaan hetzelfde te doen? Op die manier „godvruchtige toewijding” ontwikkelen, zou ongetwijfeld veel nuttiger blijken te zijn dan een baantje te hebben! — 1 Timotheüs 4:8.
Maar sommige jongeren willen, of moeten, om financiële redenen misschien werken. In toekomstige artikelen zal het voor en tegen daarvan worden afgewogen.
[Voetnoten]
a Het groeiende aantal werkende leerlingen is wel „een typisch Amerikaans verschijnsel” genoemd (When Teenagers Work, door Ellen Greenberger en Laurence Steinberg). In andere landen stelt het onderwijs zwaardere eisen aan jongeren, en banen zijn vaak schaars. Niettemin zal dit artikel ongetwijfeld interessant zijn voor veel jongeren in landen waar wel wat mogelijkheden voor een baan zijn. Een toekomstig artikel zal ingaan op de situatie in ontwikkelingslanden.
[Illustratie op blz. 26]
Een baantje kan een jongere leren op een volwassen manier met werkgevers en collega’s om te gaan