’Onze schande wordt door de hele wereld gezien’
IN The New York Times van 20 juli 1990 stond de kop: „Canadese prelaat treedt af in seksschandaal geestelijken”. Waar ging het om? Het betrof weer een geval van geestelijken die beschuldigd werden van het seksueel misbruiken van jongens. Deze keer speelde het schandaal zich af in de Canadese provincie Newfoundland en de geestelijken waren katholieken. Waarin onderscheidde dit geval zich van andere?
De Times schreef: „De aartsbisschop van Newfoundland heeft zijn ambt neergelegd na beschuldigingen dat de hiërarchie van de Rooms-Katholieke Kerk drie jaar lang de ogen heeft gesloten of niet krachtdadig is opgetreden in een schandaal waarbij het gaat om aantijgingen van seksueel misbruik van koorknapen, wezen en anderen door rooms-katholieke priesters en leken.” Eén priester die in 1979 voor het eerst werd beschuldigd van grove onzedelijkheid, werd onlangs veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf na schuld bekend te hebben in 36 gevallen!
Gewoonlijk worden deze voorvallen in de doofpot gestopt en worden er geen beduidende disciplinaire maatregelen genomen. Misschien wordt een priester overgeplaatst naar een andere parochie of krijgt hij een andere functie, waar de verdorvenheid opnieuw de kop kan opsteken. Deze keer zag de aartsbisschop zich gedwongen af te treden na verklaard te hebben: „Wij zijn een zondige kerk. Wij staan naakt. Onze woede, onze pijn, onze smart en onze schande worden door de hele wereld gezien.” — Vergelijk Openbaring 17:15-18.
Uit een gerechtelijk onderzoek bleek dat er over een periode van vijftien jaar beschuldigingen waren ingebracht, maar dat de politie en regeringsfunctionarissen hadden nagelaten „resolute stappen tegen de overtreders te nemen”. En erger nog, de kerkelijke hiërarchie had nagelaten resoluut op te treden. Die werd ervan beschuldigd zich meer te bekommeren om de schuldige priesters dan om de slachtoffers. Maar wat zegt de katholieke bijbel over zulke immorele praktijken?
Over degenen die zich aan perversiteiten schuldig maakten, zegt de Willibrordvertaling: „God [heeft] hen prijsgegeven aan hun onreine begeerten, zodat zij hun eigen lichaam onteren. . . . Eveneens hebben de mannen de natuurlijke gemeenschap met vrouwen opgegeven en zijn in lust voor elkaar ontbrand: mannen plegen ontucht met mannen. . . . En ofschoon zij Gods vonnis kennen, dat zij die zulke dingen doen de dood verdienen, bedrijven zij deze misdaden niet alleen, maar juichen ze ook toe bij anderen.” — Romeinen 1:24-32.
Wat zal er volgens de katholieke bijbel met zulke verstokte zondaars gebeuren? „Weet gij niet dat zij die onrecht plegen het koninkrijk Gods niet zullen erven? Maakt uzelf niets wijs! Hoerenlopers, . . . knapenschenders . . . zullen het koninkrijk Gods niet erven.” Voor zulke personen schrijft de bijbel niettemin disciplinaire maatregelen voor: uitsluiting uit de christelijke gemeente, zoals Paulus verklaarde: „In mijn vorige brief schreef ik u dat gij niet moest omgaan met immorele mensen . . . met elke zogenaamde christen die er op los leeft . . . Met zo iemand moet gij zelfs niet eten. . . . Verwijdert de boosdoener uit uw midden.” — 1 Korinthiërs 5:9-13; 6:9, 10, WV.