Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g90 8/9 blz. 24-27
  • Deel 3: Is een ’regering van de besten’ werkelijk de beste?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Deel 3: Is een ’regering van de besten’ werkelijk de beste?
  • Ontwaakt! 1990
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Ontaarding van een nobel ideaal
  • Op zoek naar ’de besten’
  • Aristocratieën schieten te kort
  • Eindelijk ’de besten’ gevonden
  • Hebben wij werkelijk een regering nodig?
    Ontwaakt! 1990
  • De wenselijkheid van een regering door God
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
  • Deel 4: „Wij, het volk”
    Ontwaakt! 1990
  • Wereldregering in handen van de „Vredevorst”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1971
Meer weergeven
Ontwaakt! 1990
g90 8/9 blz. 24-27

Menselijk bestuur op de weegschaal

Deel 3: Is een ’regering van de besten’ werkelijk de beste?

Aristocratie: regering van de adel, een bevoorrechte minderheid, of een elite die het bekwaamst wordt geacht om te heersen; oligarchie: regering van een kleine groep, hetzij personen of families, vaak met corrupte en zelfzuchtige oogmerken.

HET lijkt logisch dat als een regering samengesteld zou worden uit de beste mensen, de beste soort regering het resultaat zou zijn. De beste mensen zijn beter opgeleid, bekwamer en kundiger — zo redeneert men — en daarom beter in staat leiding te geven. Er zijn verscheidene soorten aristocratische regeringen met zo’n elite aan het hoofd, bijvoorbeeld een regering van de rijken of plutocratie, een regering van de geestelijkheid of theocratie, en een regering van ambtenaren of bureaucratie.

Veel primitieve samenlevingen werden bestuurd door stamoudsten of opperhoofden en waren dus aristocratieën. Rome, Engeland en Japan, om er slechts drie te noemen, hebben allemaal een aristocratische regering gehad. In het oude Griekenland werd het woord „aristocratie” gebruikt met betrekking tot de stadstaten of poleis, waarin een kleine groep regeerde. Vaak deelden een aantal vooraanstaande families de macht. In sommige gevallen echter greep één familie onrechtmatig de macht en voerde een tirannieker soort bestuur in.

Net als andere Griekse stadstaten was Athene oorspronkelijk een aristocratie. Toen later het klasseonderscheid door culturele veranderingen verzwakte en de eenheid verstoord raakte, kreeg de stad een mate van democratie. Sparta daarentegen, naar men zegt gesticht in de negende eeuw v.G.T., werd geregeerd door een militaire oligarchie. Deze stad stak al spoedig het veel oudere Athene naar de kroon en de twee steden vochten om de oppermacht in de Griekse wereld van hun tijd. Zo kwam het tot een botsing tussen een regering van velen, in Athene, en een regering van weinigen, in Sparta. Natuurlijk waren bij hun wedijver meer factoren betrokken dan slechts een meningsverschil over het bestuur.

Ontaarding van een nobel ideaal

Politieke geschillen waren vaak het onderwerp van filosofische debatten tussen Griekse filosofen. Plato’s vroegere leerling Aristoteles maakte onderscheid tussen aristocratieën en oligarchieën. Hij classificeerde de zuivere aristocratie als een goede regeringsvorm, een nobel ideaal dat personen met bijzondere bekwaamheden en een hoge moraal in staat stelde, zich in het belang van anderen aan de staatsdienst te wijden. Maar met een onderdrukkende en zelfzuchtige elite aan de macht, degenereerde een zuivere aristocratie tot een onrechtvaardige oligarchie, die door hem als een ontaarde regeringsvorm werd beschouwd.

Hoewel Aristoteles voorstander was van een regering van ’de besten’, gaf hij toe dat de combinatie van aristocratie en democratie vermoedelijk de gewenste resultaten zou opleveren, een denkbeeld dat sommige politieke denkers nog steeds aanspreekt. In feite hebben de Romeinen uit de oudheid deze twee regeringsvormen met een zekere mate van succes gecombineerd. „De politiek was [in Rome] een zaak van iedereen”, zegt The Collins Atlas of World History. Niettemin vormden tegelijkertijd „de rijkste burgers en degenen die het geluk hadden van hoge geboorte te zijn, een oligarchie die onderling de magistratuur, het militair bevel en het priesterschap verdeelde”.

Nog in de late middeleeuwen en het begin van de moderne tijd combineerden Europese stadscentra democratische en aristocratische elementen in hun regering. Collier’s Encyclopedia zegt: „De uiterst conservatieve republiek Venetië, die uiteindelijk door Napoleon ten val werd gebracht, is het klassieke voorbeeld van een dergelijke oligarchie; maar de vrije steden van het Heilige Roomse Rijk, de Hanzesteden en de stadsrecht bezittende plaatsen in Engeland en West-Europa vertonen dezelfde algemene tendenties tot een strak oligarchisch bestuur door een betrekkelijk klein maar trots en zeer ontwikkeld patriciaat.”

Er is wel beweerd, en enigszins terecht, dat alle regeringen aristocratisch van aard zijn, daar ze er allemaal naar streven de leiding aan de bekwaamste mensen toe te vertrouwen. Het begrip heersende klasse heeft deze zienswijze nog versterkt. In een naslagwerk wordt daarom geconcludeerd: „Heersende klasse en elite zijn synonieme termen aan het worden ter aanduiding als werkelijkheid van wat Plato en Aristoteles als ideaal bepleitten.”

Op zoek naar ’de besten’

Eeuwen voordat deze Griekse filosofen op het toneel verschenen, zorgde een feodale samenleving (gebaseerd op heren en vazallen) voor een mate van stabiliteit en vrede in het oude China onder de Tsjow-dynastie. Maar na 722 v.G.T., in wat men de Tsj’oen-tj’ioe-periode noemt, verzwakte het feodale stelsel langzamerhand. In het laatste deel van deze periode kwam er een nieuwe elite op, bestaande uit de vroegere „heren”, die in feodale huishoudingen hadden gediend, en de nakomelingen van de oude adel. Leden van deze nieuwe elite gingen sleutelposities in de regering bekleden. Confucius, de beroemde Chinese wijsgeer, beklemtoonde, zoals The New Encyclopædia Britannica uiteenzet, dat „veeleer bekwaamheid en morele uitnemendheid dan geboorte een man geschikt maakten voor het leiderschap”.

Maar ruim tweeduizend jaar later speelden in Europa bij het uitkiezen van de elite, de meest geschikten om te heersen, „bekwaamheid en morele uitnemendheid” nauwelijks een rol. Professor Carl J. Friedrich van Harvard merkt op dat „de elite in het aristocratische Engeland van de achttiende eeuw een elite was die allereerst gebaseerd was op afkomst en rijkdom. Hetzelfde gold in Venetië.” Hij vervolgt: „In sommige landen, bijvoorbeeld het achttiende-eeuwse Pruisen, was de elite gevormd op basis van afkomst en militaire bekwaamheid.”

Het idee dat de goede eigenschappen van ’betere mensen’ overgingen op hun nakomelingen, verklaart de huwelijken die monarchen in het verleden sloten. In de middeleeuwen heerste het idee van de biologische superioriteit. Met een burger trouwen kwam erop neer dat de edelheid van de clan zou verwateren en was een overtreding van de goddelijke wet. Monarchen mochten slechts met mensen van edele geboorte trouwen. Dit idee van de biologische superioriteit maakte later plaats voor een rationeler reden — die van een superioriteit gebaseerd op betere mogelijkheden, opleiding, talenten of prestaties.

Een principe bekend als noblesse oblige was bedoeld om het succes van aristocratieën te verzekeren. Het betekent letterlijk „adeldom legt verplichtingen op” en kwam erop neer dat „een hoge rang of geboorte gepaard moest gaan met een achtenswaardig, edelmoedig en van verantwoordelijkheidsbesef getuigend gedrag”. Wegens hun „superioriteit” waren mensen van edele geboorte verplicht met verantwoordelijkheidsgevoel in de behoeften van anderen te voorzien. Dit beginsel werd aangetroffen in aristocratieën zoals die in het oude Sparta, waar de krijgers verplicht waren de belangen van anderen voor hun eigen belangen te laten gaan, en in Japan onder de kaste van de krijgers, de samoerai.

Aristocratieën schieten te kort

Van de onvolmaaktheid van een aristocratisch bestuur zijn voorbeelden te over. In het vroege Rome hadden alleen personen van hoge geboorte, patriciërs genoemd, het recht zitting te hebben in de Senaat, niet de gewone burgers, plebejers genoemd. De leden van de Senaat waren echter bij lange na geen mannen van „bekwaamheid en morele uitnemendheid” — de vereisten waaraan regeerders volgens Confucius moesten voldoen. Zij maakten zich in toenemende mate schuldig aan corruptie en onderdrukking. Onlusten waren het gevolg.

Ondanks steeds terugkerende periodes van hervorming hield de senatoriale oligarchie stand, ten minste totdat Julius Caesar enkele jaren voordat hij in 44 v.G.T. vermoord werd, een dictatuur invoerde. Na zijn dood deed het aristocratisch bestuur weer zijn intrede, maar tegen 29 v.G.T. moest het opnieuw het veld ruimen. Collier’s Encyclopedia verklaart: „Met de groeiende macht, rijkdom en geografische uitgestrektheid van Rome was de aristocratie een corrupte oligarchie geworden, en haar verlies van burgerzin weerspiegelde zich in een verlies van respect onder de bevolking. Na haar ineenstorting deed een absolute monarchie haar intrede.”

De daaropvolgende ruwweg 1200 jaar waren aristocratische regeringen, ook al waren ze in naam monarchaal, in Europa regel. Mettertijd kwamen er door talrijke politieke, economische en culturele veranderingen geleidelijk wijzigingen in het systeem. Maar die hele periode bleef de Europese aristocratie machtig en slaagde ze erin haar grondbezit en haar greep op militaire functies te behouden, terwijl haar parasitisme, spilzucht, arrogantie en lichtzinnigheid steeds groter werden.

Omstreeks 1780 werd de aristocratie een ernstige slag toegebracht. Lodewijk XVI van Frankrijk, die in financiële moeilijkheden verkeerde, smeekte leden van de Franse aristocratie enkele van hun belastingprivileges op te geven. Maar in plaats van hem te steunen, maakten zij misbruik van zijn moeilijkheden, in de hoop de monarchie te ondermijnen en iets van hun eigen verloren macht te herwinnen. „Ontevreden over de regering van het volk, door de koning, voor de aristocratie, streefden zij [de aristocratie] naar een regering van het volk, door de aristocratie, voor de aristocratie”, verklaart Herman Ausubel, hoogleraar geschiedenis aan de Columbia University. Die houding bespoedigde de Franse Revolutie van 1789.

De gebeurtenissen in Frankrijk brachten ingrijpende veranderingen teweeg die tot ver buiten de grenzen werden gevoeld. De aristocratie verloor haar speciale voorrechten, het feodale stelsel werd opgeheven, er werd een Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger aangenomen, evenals een grondwet. Bovendien werd de macht van de geestelijkheid bij decreet beknot.

Een regering van weinigen — ook al werden die weinigen als de besten beschouwd — was door de velen gewogen en te licht bevonden.

Eindelijk ’de besten’ gevonden

Het onmiskenbare feit dat ’de besten’ hun naam niet altijd eer aandoen, vestigt de aandacht op een van de voornaamste zwakheden van een ’regering van de besten’, namelijk het probleem te bepalen wie werkelijk ’de besten’ zijn. De vereisten waaraan men moet voldoen om het meest geschikt te zijn om te regeren, behelzen meer dan rijk en van adel zijn of militaire bekwaamheden bezitten.

Het is niet moeilijk vast te stellen wie de beste artsen, koks of schoenmakers zijn. Wij bekijken gewoon hun werk of hun produkten. „Bij regeren ligt de zaak echter niet zo simpel”, merkt professor Friedrich op. De moeilijkheid is dat mensen van mening verschillen over het wezen en de taak van een regering. Bovendien verandert het doel van een regering voortdurend. Friedrich zegt dan ook: „Het blijft zeer onzeker wie de elite is.”

Wil een ’regering van de besten’ werkelijk de beste zijn, dan zou de elite gekozen moeten worden door iemand met bovenmenselijke kennis en een onfeilbaar oordeel. De uitverkorenen zouden personen van een onaantastbare morele integriteit moeten zijn, mensen die de onveranderlijke doelstellingen van hun regering volkomen toegedaan zijn. Hun bereidheid om het welzijn van anderen zwaarder te laten wegen dan hun eigen welzijn, zou boven elke twijfel verheven moeten zijn.

De bijbel geeft te kennen dat Jehovah God juist zo’n klasse heeft uitgekozen — zijn Zoon Jezus Christus en enkele van zijn getrouwe volgelingen — en hen heeft aangesteld om duizend jaar over de aarde te regeren (Lukas 9:35; 2 Thessalonicenzen 2:13, 14; Openbaring 20:6). Niet als feilbare mensen, maar als onfeilbare, onsterfelijke geestelijke schepselen zullen Christus en zijn mederegeerders de aarde zegenen met duurzame vrede, zekerheid en geluk en de mensheid de volmaaktheid teruggeven. Zou enige menselijke regering — zelfs een ’regering van de besten’ — dat alles kunnen bewerkstelligen?

[Kader op blz. 26]

Hedendaagse oligarchie

„Oligarchische tendensen . . . zijn bespeurd in alle grote bureaucratische structuren van geavanceerde politieke stelsels. Door de groeiende complexiteit van de moderne samenleving en haar bestuur belandt er steeds meer macht bij bestuurders en commissies van deskundigen. Zelfs in constitutionele regimes is er geen volkomen bevredigend antwoord gevonden op de vraag hoe van dit beslissingen nemende ambtenarenapparaat verantwoording geëist kan worden en hoe hun macht effectief kan worden beknot zonder terzelfder tijd de doelmatigheid en slagvaardigheid van de beleidsvorming in gevaar te brengen.” — The New Encyclopædia Britannica.

[Illustratie op blz. 25]

Aristoteles was van mening dat de combinatie van aristocratie en democratie de beste regeringsvorm zou opleveren

[Verantwoording]

Nationaal Archeologisch Museum, Athene

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen