Eeuwen van schisma’s
HET woord „schisma” wordt gedefinieerd als „het proces waarbij een religieus lichaam zich splitst in twee of meer onderscheiden, onafhankelijke lichamen”.
330 G.T. „Het schisma tussen de Griekse en de Latijnse christenheid. . . . Met de stichting van Constantinopel, het ’nieuwe Rome’ (330), dat het ’oude Rome’ als rijkshoofdstad verving, werden de zaden gezaaid van een toekomstige kerkelijke wedijver tussen het Griekse Oosten en het Latijnse Westen.” — The Encyclopedia of Religion.
330–867 G.T. „Vanaf het begin van het patriarchaat van Constantinopel tot het grote schisma in 867 heeft zich een formidabel aantal tijdelijke breuken in de gemeenschap voorgedaan. . . . Van deze 544 jaar (323–867) heeft Constantinopel er niet minder dan 203 doorgebracht in een toestand van schisma [met Rome naar aanleiding van met de Drieëenheid verband houdende theologische disputen en de aanbidding van beelden].” — The Catholic Encyclopedia.
867 G.T. „Het patriarchaat van Constantinopel hield voet bij stuk tegen Rome tijdens het schisma rond Photius. Toen paus Nicolaas I Photius’ verheffing tot het patriarchaat aanvocht, . . . weigerde de Byzantijnse patriarch het hoofd te buigen. . . . Nicolaas . . . excommuniceerde Photius; een concilie in Constantinopel reageerde daarop (867) door op zijn beurt Nicolaas te excommuniceren. De onmiddellijke strijdpunten tussen de twee patriarchaten waren kwesties van kerkelijk oppergezag, de liturgie en klerikale tucht.” — The New Encyclopædia Britannica.
1054 G.T. „Het OOSTERS SCHISMA, gebeurtenis die de definitieve breuk tussen de oosterse [orthodoxe] christelijke kerken . . . en de westerse [rooms-katholieke] kerk versnelde.” — The New Encyclopædia Britannica.
1378–1417 G.T. „Het [GROTE] WESTERS SCHISMA — De periode . . . waarin de westerse christenheid verdeeld was in twee en later drie pauselijke obediënties [met rivaliserende pausen in Rome, het Franse Avignon en het Italiaanse Pisa].” — New Catholic Encyclopedia.
16de eeuw G.T. „Wat de protestantse reformatie betreft, . . . daarvoor gebruikt de Katholieke Kerk meestal de term ketterij in plaats van schisma.” — Théo — Nouvelle encyclopédie catholique.
1870 G.T. „Het Eerste Vaticaans Concilie, dat de ’onfeilbaarheid’ van de paus bepleitte, leidde tot het schisma van de ’oud-katholieken’.” — La Croix (in Parijs verschijnend katholiek dagblad).
1988. Schisma van aartsbisschop Lefebvre, die „een schisma in de Katholieke Kerk teweegbracht door zijn verzet tegen de paus en de geest van het Tweede Vaticaans Concilie . . . die protestanten als ketters beschouwt, die de oecumenische beweging als het werk van de duivel beziet en die liever geëxcommuniceerd wil sterven dan zich te verzoenen met een ’modernistische’ Kerk.” — Catholic Herald.