Kruiswoordpuzzel
Horizontaal
2. Doen weten (Spreuken 1:23)
7. Moge Jehovah dit met hun tanden doen, opdat het met de macht der goddelozen om schade toe te brengen, gedaan zal zijn (Psalm 3:7)
10. Grootvader van moederszijde van Jezus Christus (Lukas 3:23)
11. Ook de tong kan heel wat kwaad aanrichten; een werktuig als het ware van . . . (Jakobus 3:6)
13. Zo’n opschorting tot later tijd zal er niet meer zijn (Ezechiël 12:25)
15. Niet veel machtigen, niet velen van . . . geboorte bleken geroepen (1 Korinthiërs 1:26)
17. Een van de zonen van Sasak, een Benjaminiet (1 Kronieken 8:23)
19. Niet alleen betekende deze aantasting waardevermindering; ze vormde bovendien een getuigenis dat de rijkdommen alleen maar waren opgepot in plaats van nuttig gebruikt (Jakobus 5:3)
20. Woonplaats van overgebleven Enakieten (Jozua 11:22)
21. Betamelijk, en als zodanig het bedenken waard (Filippenzen 4:8)
23. Dit niet doen is een blijk van vertrouwen in Degene die rechtvaardig oordeelt (1 Petrus 2:23)
25. Moet dit dan ten prooi vallen aan een klein vlammetje? (Jakobus 3:5)
26. Volk dat Israël onderdrukte (Rechters 6:1)
28. Sieraad (Spreuken 1:9)
Verticaal
1. Eigenschap van Jehovah, betoond jegens een berouwvol overblijfsel (Hosea 2:20)
2. Wie dit doet ten aanzien van de overtreding, draagt ertoe bij dat de vertrouwelijke omgang kan voortduren (Spreuken 17:9)
3. Plaats, niet van opsluiting, maar van bescherming (Micha 2:12)
4. Een van de Palestijnse steden in de lijst van verslagen koningen (Jozua 12:23)
5. Ze was van acaciahout, bekleed met zuiver goud (Exodus 25:10)
6. De zes wachtlokalen waren hierin gelijk (Ezechiël 40:10)
7. Wenste (Lukas 16:21)
8. Evenwel (2 Timótheüs 2:24)
9. Nakomeling van Efraïm, vader van Mozes’ opvolger (1 Kronieken 7:27)
12. Ingehaald (Psalm 40:12)
14. Waar een gordel steun geeft (Efeziërs 6:14)
16. In een klaaglied betreffende de koning van Tyrus werd deze een . . . cherub genoemd (Ezechiël 28:14)
18. Voorouder van Jezus Christus (Lukas 3:25)
22. Vreedzaam, zonder twist of tweedracht (1 Thessalonicenzen 4:11)
24. In dit dier voorzag Jehovah op de berg (Genesis 22:13)
25. Een van Davids sterke mannen (2 Samuël 23:36)
27. Bijgevolg (Deuteronomium 1:15)
OPLOSSING OP BLZ. 27
Oplossing horizontaal
2. BEKENDMAKEN
7. BREKEN
10. ELI
11. GEHENNA
13. UITSTEL
15. EDELE
17. HANAN
19. ROEST
20. ASDOD
21. EERBAAR
23. DREIGEN
25. BOS
26. MIDIAN
28. HALSKETTING
Oplossing verticaal
1. GETROUWHEID
2. BEDEKT
3. KOOI
4. DOR
5. ARK
6. AFMETING
7. BEGEERDE
8. ECHTER
9. NUN
12. ACHTERHAALD
14. LENDENEN
16. GEZALFDE
18. NAGGAI
22. RUSTIG
24. RAM
25. BANI
27. DUS