Vuurwapens — Een manier van sterven
„ZIJ koesteren de illusie”, aldus een vooraanstaand politiefunctionaris, „dat zij het vuurwapen op iemand richten en dan de situatie beheersen, en als dat niet lukt, aarzelen zij, net zoals veel politieagenten een fractie van een seconde aarzelen, en daarvoor boeten zij met hun leven.” Een bekende Amerikaanse functionaris bij de openbare veiligheidsdienst merkte op: „Veel mensen realiseren zich niet ten volle dat het bezitten van een revolver betekent bereid te zijn de nasleep te moeten verwerken van het doden van een medemens. Als je niet werkelijk schiet en een misdadiger op jou vuurt, is het gevaarlijker een wapen te bezitten dan er helemaal geen te hebben.”
Ten slotte is er dit: „Met een klein beetje fantasie zou het ons al duidelijk moeten zijn dat al die modieuze wapens tot meer, niet tot minder moeilijkheden leiden”, schreef een journaliste — dochter van een politieman en zelf een uitstekend schutter. „Hebben vrouwen die ’fraaie’ pistooltjes kopen, wel eens stilgestaan bij het esthetische van stukgeschoten hersenen? Het resultaat is niet fraai. Ooit een man gezien bij wie het gezicht is weggeschoten?” Of, vraagt zij, „zou u op het hart kunnen richten?”
Hoe snel hebt u uw weggestopte revolver te pakken als u plotseling wordt aangevallen? Sta eens stil bij wat haarzelf overkwam: „Toen ik van achteren werd aangevallen — door een geflipte verslaafde met een slagersmes — had ik het staal op mijn keel voordat ik mijn aanvaller had gezien of gehoord. Als ik naar een vuurwapen had gegrepen, zou ik toch geen schijn van kans gehad hebben?” Zij voegt eraan toe: „Ik denk er niet aan een vuurwapen te nemen om mezelf te beschermen. Dat is geen kwestie van moraliteit; het is een kwestie van realiteit.”
Beschouw nu eens enkele overduidelijke feiten. Bij de „betrekkelijk zeldzame schietpartijen tussen huisbewoners en inbrekers ligt het voor de hand dat de inbreker meestal vaardiger blijkt te zijn met zijn pistool en de huisbewoner in het mortuarium belandt”, schreef het blad Time van 6 februari 1989. De afschrikkende werking die er van een vuurwapen uit kan gaan ter voorkoming van een misdaad, valt meer dan weg tegen andere verschrikkelijke factoren. Neem bijvoorbeeld de zelfmoorden eens. In de Verenigde Staten alleen al schoten in een periode van 12 maanden meer dan 18.000 mensen zichzelf dood.
Hoeveel daarvan impulsieve daden waren die misschien niet uitgevoerd zouden zijn als er geen pistool of revolver had gezeten in een tasje of in de la van een toilettafel, is niet vast te stellen. Dat die wapens voor het grijpen lagen, heeft beslist in sommige gevallen betekend dat het slachtoffer niet voldoende tijd had om zich te bezinnen en misschien zijn leven te sparen. Voeg het aantal zelfmoorden met vuurwapens in de Verenigde Staten bij die in de rest van de wereld en het totaal zal ongetwijfeld bijzonder schokkend zijn.
In Time van 17 juli 1989 werd bericht dat in de eerste week van mei 1989 alleen al in de Verenigde Staten 464 mensen werden doodgeschoten. „Dit jaar zullen meer dan 30.000 anderen hun lot delen”, schreef Time. Het blad berichtte dat „er elke twee jaar meer Amerikanen omkomen door schotwonden dan er tot dusver aan AIDS zijn gestorven. Ook komen er door vuurwapens in twee jaar tijd meer Amerikanen om het leven dan er bij de hele oorlog in Vietnam omgekomen zijn.”
Ouders die vuurwapens bezitten, zijn aansprakelijk wanneer hun kinderen ze gebruiken om zichzelf of anderen van het leven te beroven. „De stijging van het aantal zelfmoorden onder jonge mensen in 1988”, aldus een krant, „kan ten dele worden toegeschreven aan het feit dat de vuurwapens meer binnen hun bereik liggen nu meer huiseigenaars wapens inslaan om hun woning te beschermen, aldus de politie. . . . Als u een wapen in huis hebt, loopt u de kans dat een kind het op een dag in handen krijgt.” „Vorig jaar [1988] schoten meer dan 3000 kinderen andere kinderen neer”, werd in juni 1989 in een Amerikaanse tv-nieuwsuitzending bericht.
Ouders, weet u waar uw vuurwapens liggen? Een vader wist het, maar zijn tienjarige zoon ook. „Hij laadde het zware jachtgeweer van zijn vader”, stond in The New York Times van 26 augustus 1989 te lezen, „en schoot een meisje dood dat gepocht had dat zij beter was in videospelletjes dan hij.” Weet u wat er afgezien van de boterhammen en biscuitjes nog meer in het lunchtrommeltje van uw kind zit als u hem of haar naar school stuurt? Kunt u zich voorstellen dat het uw vuurwapen zou kunnen zijn? Wat zal er in de ouders van een vijfjarige kleuter om zijn gegaan toen het bestuur van de kleuterschool hun liet weten dat zij hun zoontje een geladen .25-pistool [een kaliber van 6,4 mm] hadden afgenomen in een drukke cafetaria, waar honderden leerlingen hun boterhammen, melk en biscuitjes zaten te verorberen?
Later in 1989 werd een zesjarige eersteklasser erop betrapt dat hij met een geladen pistool stond te pronken. Diezelfde maand werd een twaalfjarige gearresteerd wegens het bij zich hebben van een geladen pistool op school. Dat alles in één en hetzelfde schooldistrict. In Florida werd een geladen geweer in de handen van een kind een leerlinge noodlottig. Zij werd in de rug geschoten toen een elfjarig meisje per ongeluk het geweer afvuurde dat zij naar school had meegenomen om het aan haar vriendinnetjes te laten zien.
„Onze kleine zesjarigen gaan naar huis en weten bijna allemaal dat er bij hen thuis een vuurwapen is”, zei een schoolhoofd. „Velen van hen hebben gezien wat er met een vuurwapen kan gebeuren”, zei een onderwijzer van een derde klas. „Misschien moeten zij hun vader, een oom of een broer missen door een vuurwapen”, zei hij. Sommige schoolgemeenschappen hebben het zelfs nodig geoordeeld metaaldetectors te installeren om de vuurwapens op te sporen die worden meegebracht door de kleintjes, om van de oudere leerlingen maar niet te spreken! Moeten ouders niet aansprakelijk gesteld worden voor de daden van hun kinderen, vooral ouders die het juist achten vuurwapens in huis te hebben op plaatsen waar hun kinderen ze kunnen vinden?
Ouders kunnen zich wijsmaken dat hun vuurwapens verborgen liggen op een plaats waar hun kinderen of anderen ze niet kunnen vinden. Helaas vormen dode kinderen nogal eens het bewijs dat hun ouders het bij het verkeerde eind hadden. Bovendien ligt het zo voor de hand: „Het is het een of het ander”, zei een commissaris van politie. „Als u uw vuurwapen werkelijk zo goed opbergt dat onschuldige mensen in uw huis, uw kinderen of bezoekers of wie dan ook, geen letsel kunnen oplopen, dan zult [u] dat wapen niet voor het grijpen hebben in de soort noodsituatie waarvoor [u] het in eerste instantie hebt gekocht.”
De politie schat dat als een thuis aanwezig vuurwapen ooit wordt gebruikt, „de kans zesmaal zo groot is dat het op een lid van het gezin of een vriend wordt afgevuurd als op een indringer”, berichtte Time. „Een vrouw of moeder denkt dat zij een inbreker hoort en blijkt dan haar man of zoon doodgeschoten te hebben die laat thuiskomt”, zei een functionaris bij de openbare veiligheidsdienst. ’Hoe moeten mensen hun huis dan beschermen?’, werd hem gevraagd. „Misschien kunt u uzelf het beste beschermen door uw eigendommen te riskeren in plaats van uw leven. De meeste berovers en inbrekers komen om te stelen, niet om te doden. Als er in een huis een dode valt door een vuurwapen, is dat meestal door het vuurwapen van de huisbewoner. In elk geval moeten stadsbewoners proberen de veiligheid te vergroten door buurtpreventiegroepen te vormen.” En tot slot moeten de eigenaars van vuurwapens zich afvragen of zij bereid zijn een ander mens van het leven te beroven om de inhoud van een tasje of portefeuille of wat kostbaarheden thuis te beschermen.
Als u verstandig bent, verzet u zich niet tegen iemand die uw leven bedreigt omdat hij het op uw kostbaarheden voorzien heeft. Uw leven is meer waard.