De Katholieke Kerk in Spanje — De tegenstrijdigheden
Door Ontwaakt!-correspondent in Spanje
„De dingen zijn zelden wat ze lijken.” Deze opmerking van Sir William Gilbert is treffend van toepassing op de kerk La Sagrada Familia in Barcelona (afgebeeld op bladzijde 10). Haar majestueuze torens verbergen een leeg interieur — na honderd jaar bouwen is de kerk nog steeds niet meer dan een omhulsel. Ook het Spaanse katholicisme is een opmerkelijk mengsel van kracht en leegte, zoals uit de volgende opmerkingen van Spanjaarden blijkt:
„Johannes XXIII? De naam komt me bekend voor. Was het een koning?”, zei Cristina, een Spaanse tiener, die nooit van die populaire paus had gehoord.
De Madrileense taxichauffeur José Luis en zijn vrouw, Isabel, verschenen bij wijze van uitzondering in de parochiekerk om hun zoontje te laten dopen. „Waarom wilt u uw zoontje laten dopen?”, werd hun gevraagd. „Omdat wij katholiek zijn”, antwoordde de vader. Na enig aandringen gaf hij echter toe dat de voornaamste reden was, dat hij geen problemen met de familie wilde.
IEMAND die Spanje in de Goede Week bezoekt, kan erg onder de indruk raken van de in tal van steden gehouden processies. Maar sommige Spanjaarden — vooral de jongeren — weten weinig of niets van de religie die zij aanhangen.
Religieus analfabetisme gaat vaak gepaard met religieuze onverschilligheid. Hoewel de meeste Spanjaarden door de kerk worden gedoopt, getrouwd en begraven — en zich inderdaad als katholiek beschouwen — is leven naar de decreten van Rome een heel andere zaak.
Ouders zullen hun kinderen laten dopen, maar voelen zich zelden verplicht hun de katholieke leer bij te brengen. Echtparen laten meestal hun huwelijk door de kerk inzegenen, maar voelen zich zelden gebonden door de kerkelijke leer op het gebied van huwelijksaangelegenheden. En 10 procent van degenen die zeggen dat zij katholiek zijn, gelooft niet eens dat God een persoon is.
Deze situatie is niet zo verwonderlijk, gezien Spanjes langdurige maar roerige verbintenis met de kerk. Eens werd Spanje beschouwd als „het licht [van het concilie] van Trente, de gesel der ketters en het zwaard van Rome”, maar het was ook verantwoordelijk voor de „bloedigste vervolging die de Katholieke Kerk in haar hele bestaan heeft ondergaan”, verklaart een hoogleraar in de moderne geschiedenis aan de Deusto-universiteit in Vízcaya.
In de zestiende eeuw werden het Spaanse geld en de Spaanse legers ingezet om het Europese katholicisme tegen het opkomende protestantse getij te verdedigen, maar in 1527 werden Rome en het Vaticaan zelf genadeloos geplunderd door het leger van de koning van Spanje en keizer van het Heilige Rooms-Duitse Rijk Karel V.a Net als andere Spaanse vorsten negeerde Karel monter elk Vaticaans decreet dat hem niet aanstond.
Deze tegenstrijdigheden in Spanjes onafhankelijke maar exclusieve vorm van katholicisme zijn toe te schrijven aan een unieke relatie tussen Kerk en Staat, die tot stand kwam toen beide op het hoogtepunt van hun macht stonden.
[Voetnoten]
a Na de plundering van Rome in 1527 hield Karel paus Clemens VII zeven maanden lang praktisch gesproken onder huisarrest in Castel Sant’ Angelo in Rome.