Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g90 8/2 blz. 16-17
  • De reactie van een lezeres op een Ontwaakt!-artikel

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De reactie van een lezeres op een Ontwaakt!-artikel
  • Ontwaakt! 1990
  • Vergelijkbare artikelen
  • Leven met het Down-syndroom
    Ontwaakt! 1989
  • Mensen vinden die hongeren en dorsten naar waarheid
    Ontwaakt! 1970
  • Gods onverdiende goedgunstigheid is voldoende
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Oudere personen helpen Jehovah te leren kennen en te dienen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
Meer weergeven
Ontwaakt! 1990
g90 8/2 blz. 16-17

De reactie van een lezeres op een Ontwaakt!-artikel

Leven met het DOWN-SYNDROOM

DE UITGAVE van 8 augustus 1989 van Ontwaakt! bevatte een artikel over een meisje genaamd Suzy dat geboren werd met het Down-syndroom. In het artikel werd beschreven wat een liefde en geduld Suzy’s ouders, zusje en broertje haar betoonden en hoeveel moeite zij zich voor haar getroostten. In een reactie op dat artikel schreef een lezeres uit Spokane (Washington, VS) de volgende brief aan Ontwaakt!:

„Na het lezen van Ontwaakt! van 8 augustus moest ik jullie gewoon schrijven. Ik wil jullie bedanken voor het publiceren van het artikel over kleine Suzy. Het is misschien raar, maar als ’ouder’ voor mijn moeder, die ’kind’ is, voelde ik mij zo verwant aan Suzy’s moeder. Ik wil jullie allemaal laten weten waar sommigen van ons nog meer voor komen te staan in deze tijd en hoezeer wij worden aangemoedigd door het werk dat jullie doen om ons te helpen vol te houden.

Ik was zo geroerd door kleine Suzy met het Down-syndroom dat ik moest huilen. Ik heb altijd veel empathie voor zulke kinderen en hun ouders gehad, want ik heb er verscheidene gekend. Onder het lezen over de moeilijkheden waarmee Suzy’s leven gepaard ging, huilde ik om mijn moeder. Ik ben zelf een bejaarde vrouw van in de 70 en ik heb mijn moeders leven nu de cirkel rond zien maken.

De vroegste herinneringen die ik aan haar heb, zijn die aan een knappe, lieve, beminde en levenslustige jonge vrouw. Zij is nu in de 90. Door een reeks beroerten is zij fysiek steeds verder achteruitgegaan; haar lichaam is nu deerniswekkend verkrampt, maar haar vitale organen werken nog bijna normaal.

Na haar eerste grote beroerte kon zij niet meer met geld omgaan, geen boodschappenlijstjes meer maken, enzovoort. In een jaar tijd verslechterde haar conditie dusdanig dat zij niet eens meer in staat was wat eten op te warmen voor een hapje of een lichte maaltijd.

Anderhalf jaar later beroofde een volgende zware beroerte haar van het gebruik van haar benen en handen en haar spraakvermogen, en zij werd incontinent. Zij was voor de tweede keer in de ’baby’-fase beland en ik bezag haar ook als een baby. Zij moet gevoerd worden, net als een baby een luier omgedaan krijgen en van haar bed in een rolstoel worden getild.

Moeder kon niet met ons praten om ons te vertellen wat zij dacht en voelde, wat zij nodig had of wilde. Maar wij leerden te communiceren met onze ogen, met glimlachjes en tranen! Haar gezicht lichtte letterlijk op als ik haar iets interessants vertelde dat ik in de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen waar ik naar toe ga had gehoord, of als enkele van de aanwezigen daar mij een boodschap voor haar hadden meegegeven, of als ik haar iets bijzonder interessants vertelde dat ik in de Ontwaakt! of De Wachttoren had gelezen.

Als ik bij haar wegging, kwamen er meestal tranen in haar ogen en kuste zij mij licht op de wang. Als ik echter na een bezoek zei: ’Mama, het is zeven uur en ik moet naar de vergadering in de Koninkrijkszaal’, dan glimlachte zij en knikte ’ja’ met haar hoofd en gaf mij een stevige kus. Dan keek zij mij na als ik naar de deur liep en bewoog haar vingers glimlachend heen en weer om mij gedag te zeggen zoals een van haar achterkleindochters haar had geleerd.

Kort nadat zij in het herstellingsoord was opgenomen, zou het Halloween [de vooravond van Allerheiligen] worden. Toen ik op een dag op bezoek kwam, bleek zij in de recreatieruimte te zitten. De rolstoelen waren aangeschoven, vier aan elke lange tafel, en daarop lag al het materiaal dat nodig was om Halloween-stukjes te maken. Daar zat Mama met een gezicht als van een vierjarige die zonder woorden te kennen gaf: ’Ik wil dat niet en ik doe het niet ook!’

Ik ging achter haar staan en zei: ’Hallo, Mama’, en toen ik mij vooroverboog en haar op de wang kuste, giechelde ik (om mijn tranen te verbergen) en fluisterde haar in het oor: ’Ze hebben u hier gezet om Halloween-spul te maken.’ Zij draaide haar hoofd om me glimlachend aan te kijken en er fonkelde iets heel ondeugends in haar ogen. Toen vertrok zij haar hele gezicht dusdanig dat er een uitdrukking van totale verachting op lag! En dat ging zo bij elke feestdag. Zij geloofde niet in die feestdagen met hun heidense achtergrond, en daar zat zij nu, beperkt door haar situatie, maar trouw aan haar overtuiging.

Acht maanden geleden is zij weer door een zware beroerte getroffen; zij raakte in coma en haar nieren begonnen dienst te weigeren. Alle andere vitale organen werkten echter goed. Vijf dagen later kon haar dokter nauwelijks geloven dat haar situatie zo ingrijpend verbeterd was. Eerst herkende zij niemand van ons. Maar nu reageert zij soms als wij haar kussen. Wij voelen dan hoe zij zachtjes haar lippen tegen onze wang drukt.

Deze afgelopen acht maanden is mijn moeder net een pasgeboren baby geweest, een levend en ademend mens maar niet in staat zich zelf in leven te houden. Een baby zal soms weigeren te eten, maar zal een half uur later met zijn geschreeuw te kennen geven dat hij honger heeft of aandacht behoeft. Moeder kan ons op geen enkele manier laten weten wat zij wil of nodig heeft. De verpleegsters en familieleden hebben moeten leren waarom zij het eten soms enige tijd in haar mond houdt en het niet doorslikt. Met de hulp van de dokter hebben wij geleerd dat dit kan komen doordat zij wacht tot er een oprisping komt, omdat door de gedeeltelijke verlamming die zij heeft, haar spieren soms niet werken. Als zij haar eten haastig doorslikt voordat zij voelt dat het kan, zal zij zich verslikken.

Het goed verzorgen van een klein kind (iemand zoals Suzy of mijn moeder) is iets wat je moet leren. Wat heeft Suzy geboft met zo’n bezorgd en liefdevol gezin! Wij voelen ons gelukkig dat wij zijn grootgebracht door fijne ouders. Toen wij opgroeiden, las Mama ons artikelen uit Wachttoren-publikaties voor over gezondheidswenken en allerlei andere thema’s die interessant waren voor het gezin. Zij moedigde me aan die informatie te gebruiken bij het maken van opstellen en het houden van spreekbeurten op school.

Nu zijn wij kinderen dus de ouder en Moeder is het kind. Waarom huilde ik toen ik over Suzy las? Waarom heb ik herinneringen aan mijn bejaarde moeder opgehaald naar aanleiding van kleine Suzy? Ik veronderstel dat het komt doordat ik mij verwant voelde aan haar moeder. Ook voelde ik een plotselinge opwelling van innige liefde en waardering voor onze hemelse Vader, Jehovah God, die door zijn liefde voor ons allemaal een voorziening heeft getroffen waardoor lieve kleine Suzy en onze moeder eens, in Gods nieuwe wereld op een paradijsaarde, volmaakt zullen zijn, zoals zijn bedoeling voor de mensheid is geweest. — Matthéüs 6:9, 10; Openbaring 21:4, 5.

Ik hoop dat op een goede dag, in het komende Paradijs, onze twee families elkaar kunnen ontmoeten en samen kunnen zijn met anderen zoals wij. Misschien kunnen wij dan tranen van geluk vergieten, gepaard met veel vreugde en gelach, en dank en lof brengen aan onze Schepper, Jehovah, en zijn Zoon, Jezus Christus, onze Verlosser.” — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen