De walrus en de drugshandel
ER ZIJN nauwelijks twee grote zoogdieren te bedenken die meer van elkaar verschillen dan de walrus en de olifant. Maar de zware, trage kolossen die op de ijsschotsen van de Beringzee luieren, hebben met hetzelfde probleem te kampen als de majestueuze trekkers door het Afrikaanse veld: Hun kostbaarste bezit betekent vaak hun vroegtijdige dood. Allebei hebben ze slagtanden.
Misschien nog meer dan de olifant leeft de walrus van zijn slagtanden. Als hij naar de zeebodem duikt om voedsel te zoeken, schuift hij op zijn slagtanden voort terwijl hij met zijn lippen oesters en andere schelpdieren opzuigt. Als hij op een ijsschots wil klauteren om zich in de zon te koesteren, gebruikt hij zijn slagtanden als enterhaken om zijn 900 tot 1400 kilo zware massa uit het water te hijsen. Een moederwalrus zal haar slagtanden gebruiken om elk roofdier dat haar jong bedreigt tot de dood te bevechten.
Droevig genoeg voor de walrus worden zijn slagtanden ook door mensen op prijs gesteld. De dorst van de mens naar ivoor is eindeloos. En een drie à vier meter lange walrus die in de poolzon ligt te luieren, is geen moeilijk doelwit voor een man met een semi-automatisch geweer. Het is dan ook niet ongewoon als bewoners van Alaska in kleine boten de Beringzee onveilig maken, de dieren overal waar zij ze tegenkomen afslachten, en thuiskomen met een boot vol koppen met slagtanden, verwijderd met een kettingzaag.
Tot dusver klinkt het verhaal maar al te bekend; er zit ditmaal echter een bizarre bijsmaak aan: drugs. Klaarblijkelijk gebruiken jonge plaatselijke Eskimo’s walrusslagtanden om hun drugverslaving te financieren. En zoals het blad Newsweek opmerkt: „De ruilkoers is ontstellend laag.” Een speciale agent van de Amerikaanse Fish and Wildlife Service vertelde het blad dat zwarthandelaars een stel slagtanden — ter waarde van wel $800 — kunnen kopen voor zes marihuanasigaretten.
De wet biedt de jagers meer bescherming dan hun prooi. Het is de inheemse bevolking van Alaska namelijk toegestaan op de walrus te jagen als voedselbron. Natuurlijk mogen zij de slagtanden dan houden als bijprodukt en die voor inheemse handenarbeid gebruiken. De wet klinkt redelijk, maar gewetenlozen kunnen er alle kanten mee op. Sommige niet-inheemse ivoorhandelaars zijn bij Eskimo-vrouwen ingetrokken, louter om te kunnen beweren dat hun voorraad slagtanden bestemd is voor inheemse kunstnijverheid.
Naarmate de slachting voortduurt, groeit de bezorgdheid. Degenen die legaal op de walrus jagen en degenen die het ivoor echt gebruiken voor kunstnijverheid, vrezen voor hun levensonderhoud. Oudere Eskimo’s vinden de onder de jongeren om zich heen grijpende drugverslaving ontzettend. En de walrus? Er zijn er nog zo’n 250.000 van in de Grote Oceaan, dus worden ze niet als bedreigd beschouwd. Maar hun koploze karkassen spoelen bij honderden aan. Zo veel zijn er op de kusten van Siberië aangespoeld, dat de Sovjet-Unie er bij de Verenigde Staten op heeft aangedrongen een einde te maken aan de slachting. Maar hoe lang zal de walrus voor uitroeiing gespaard blijven als zijn slagtanden geld betekenen voor de hebzuchtigen en drugs voor de losbandigen?
[Illustratieverantwoording op blz. 31]
H. Armstrong Roberts