De Franse Revolutie — Een voorbode van toekomstige dingen
Door Ontwaakt!-correspondent in Frankrijk
De Franse Revolutie vond 200 jaar geleden plaats, in 1789. Wat waren de oorzaken ervan? Welk voorbeeld van toekomstige dingen liet ze achter?
„IS HET een opstand?”, vroeg de koning.
„Nee, Sire, het is een revolutie.”
De Franse koning Lodewijk XVI stelde die vraag op 14 juli 1789, de dag waarop in Parijs de Bastille werd bestormd. Hij liet blijken dat het Franse koningshuis niet in staat was gebeurtenissen te herkennen die blijvende veranderingen in Frankrijk zouden bewerkstelligen en die een voorbode zouden zijn van toekomstige dingen.
In de loop van de achttiende eeuw had honger al tot vele opstanden in Frankrijk geleid. Aan de vooravond van de revolutie waren zo’n 10 miljoen van de 25 miljoen Fransen aangewezen op liefdadigheid om in leven te blijven. Bovendien taande de macht van de koning, stond de regering apathisch tegenover hervormingen en vroegen intellectuelen zich af of de autoriteit van de koning wel boven nationale belangen diende te staan.
De Staten-Generaal
In 1788 zag het regime zich gesteld voor een financiële crisis die grotendeels het gevolg was van de Franse steun aan de Amerikanen in hun Vrijheidsoorlog tegen Engeland. De koning was genoodzaakt de zogenoemde Staten-Generaal bijeen te roepen. Deze bestond uit vertegenwoordigers van de drie klassen van het land: de geestelijkheid (de eerste stand); de adel (de tweede stand); en het gewone volk (de derde stand).
De geestelijkheid vertegenwoordigde slechts 150.000 mensen, de adel zo’n 500.000 en de derde stand meer dan 24.500.000. Elk van de drie klassen had één stem. Dit betekende dat het gewone volk (met één stem) geen enkele hervorming kon bewerkstelligen tenzij de geestelijkheid en de adel (met twee stemmen) ermee instemden. Zo konden de geestelijkheid en de adel — zo’n 3 procent van de bevolking — elk voorstel van de andere 97 procent wegstemmen! Bovendien bezaten de geestelijkheid en de adel ongeveer 36 procent van het land en genoten zij belastingvrijdom.
Aangezien zo velen honger leden, hekelden de vertegenwoordigers van het gewone volk het despotisme van de regering, het oneerlijke belastingstelsel en stemrecht, en de onrechtvaardigheden en rijkdom van zowel de katholieke hiërarchie als de adel. De koning scheen echter geen gevaar te lopen omdat hij naar men dacht door goddelijk recht regeerde. En de mensen stelden nog steeds geloof in de katholieke religie. Toch was nog geen vier jaar later de monarchie omvergeworpen, en was een proces van ontkerstening op gang gebracht.
In de lente van 1789 werd de aanzet tot de revolutie gegeven. Omdat een deel van de adel weigerde een verandering in de stemmingsprocedure te aanvaarden, riepen de afgevaardigden van de derde stand zich uit tot Nationale Vergadering. Dit kenmerkte de triomf van de burgerlijke revolutie en het einde van de absolute monarchie.
De boeren vreesden echter een komplot van de koning en de adel om zich van de derde stand te ontdoen. Dit dreef de mensen ertoe kastelen en paleizen te plunderen, wat ontaardde in een opstand van de massa. Om de orde te handhaven besloot de Nationale Vergadering (inmiddels Constituante genoemd) in de nacht van 4 augustus 1789 de privileges van de adel af te schaffen en een eind te maken aan het feodale stelsel. Zo waren in slechts enkele dagen de grondslagen van het oude staatsbestel geslecht.
De Rechten van de Mens
De Constituante introduceerde vervolgens de Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger. Vrijheid, gelijkheid en broederschap waren de verkondigde idealen. Maar de Constituante moest de tegenstand van de geestelijkheid overwinnen voordat de artikelen 10 en 11, die het recht op vrijheid van religie en op vrijheid van meningsuiting erkenden, konden worden opgenomen.
Velen geloofden dat zij de volmaakte regering gevonden hadden. Er wachtte hun echter een teleurstelling omdat de kerk, vertegenwoordigd door paus Pius VI, de Verklaring veroordeelde. Ook veel revolutionairen wezen de Verklaring af in hun onverzadigbare dorst naar bloed.
Meer dan 150 jaar later, in 1948, aanvaardde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die geïnspireerd was door de Franse tekst uit 1789. Maar net als in het verleden leggen ook thans velen die lippendienst aan zulke rechten schenken, een volslagen minachting aan de dag voor de uiteengezette beginselen. Hoe waar zijn de woorden van Prediker 8:9: „Sommigen hebben macht en anderen moeten het onder hen ontgelden.” — Today’s English Version.
De kerk raakt verdeeld
In augustus 1789 kwamen bepaalde afgevaardigden met het idee kerkelijk grondbezit te nationaliseren. Het voorstel werd een wet en de staat confisqueerde het kerkelijke grondbezit. Verder verplichtte de Constituante priesters een eed van trouw af te leggen aan de door haar opgestelde Burgerlijke Wet voor de Geestelijkheid.
De kerk raakte verdeeld. Er waren staatspriesters (60 procent van de geestelijkheid) die de eed aflegden en priesters die loyaal bleven aan Rome en weigerden de eed van trouw te zweren. Deze tweedracht was aanleiding tot veel conflicten. De priesters die weigerden de eed af te leggen, werden vaak als vijanden van de revolutie en van het land bezien.
Terreur en bloedvergieten
Ook gevaren van buiten bedreigden de revolutie. Buitenlandse monarchieën overwogen in Frankrijks aangelegenheden in te grijpen om de koning terug te brengen op de troon. Wat het gewone volk betreft, zij verloren hun vertrouwen in Lodewijk XVI toen hij op 21 juni 1791 het land uit trachtte te vluchten.
Met het oog op de toenemende oppositie tegen de revolutie in andere Europese landen, verklaarde Frankrijk in de lente van 1792 de koning van Bohemen en Hongarije de oorlog. Die oorlog breidde zich uit over heel Europa, duurde tot 1799 en kostte ruim 500.000 Fransen het leven.
In augustus en september 1792 nam de revolutie een radicale wending. De koning werd afgezet en ter dood veroordeeld, waarna de republiek werd uitgeroepen. Op 21 januari 1793 werd de koning onthoofd, en op 16 oktober 1793 de koningin, Marie-Antoinette. Vele onwillige priesters werden gedeporteerd. De revolutionairen meenden andere, nog onder tirannieke monarchieën staande volken te moeten bevrijden. Maar de bevrijders werden ten slotte vaak zelf despoten.
Niets bracht echter verlichting van de moeilijkheden die door de oorlog waren verergerd. Na een besluit om 300.000 man onder de wapenen te roepen, braken in het land onlusten uit. In West-Frankrijk werd een koningsgezind, katholiek leger gevormd onder het embleem van het kruis en het heilige hart. Het verwierf de macht over steden in vier gebieden en slachtte de daar wonende aanhangers van de republiek af.
De centrale regering benutte deze problemen om zichzelf dictatoriale macht te geven in handen van een „Comité van Algemeen Welzijn”, waarin Robespierre een dominante rol vervulde. Het werd een bestuur op basis van terreur. De in de Verklaring van 1789 neergelegde rechten werden vaak met voeten getreden. De revolutionaire tribunalen spraken steeds meer doodvonnissen uit en de guillotine werd berucht.
Ontkerstening
Vanaf de herfst in 1793 stelde de revolutionaire regering een uitgebreid plan op voor ontkerstening. Het doel was een „nieuw mensdom” te vormen dat vrij zou zijn van gebreken. De katholieke religie werd ervan beschuldigd te proberen de lichtgelovigheid van de mensen uit te buiten. Sommige kerken werden verwoest, terwijl andere in kazernes werden veranderd. Geestelijken werden geprest hun priestergelofte te breken en te trouwen. Degenen die weigerden, werden gearresteerd en ter dood gebracht. Sommigen ontvluchtten het land.
De katholieke religie werd vervangen door de godsdienst der Rede. Sommigen beschouwden de Rede als een godin, de „Moeder van het vaderland”. Vervolgens werd de aanbidding van de Rede vervangen door een deïstische, door Robespierre ingestelde religie. Hij ruimde zijn tegenstanders uit de weg en vestigde een meedogenloze dictatuur. Deze bloeddorst kostte hem later zelf het leven. Schreeuwend werd hij op 28 juli 1794 naar de guillotine gesleept.
De politici die de dans ontsprongen waren, wilden een eenmansdictatuur voorkomen, en daarom vertrouwden zij de macht toe aan een vijfmanschap, het Directoire. Maar toen de oorlog weer oplaaide en de financiële situatie verslechterde, legde men toch liever de macht in handen van één individu, Napoleon Bonaparte. De weg was vrij voor een nieuwe dictatuur.
De Franse Revolutie heeft denkbeelden gezaaid waaruit later zowel democratieën als dictaturen groeiden. Ze heeft ook getoond wat er kan gebeuren als politieke machten zich plotseling tegen de georganiseerde religie keren. In dit opzicht was ze wellicht een voorbode van toekomstige dingen. — Openbaring 17:16; 18:1-24.
[Illustratie op blz. 28]
Een afgodisch feest voor de godin Rede in de kathedraal Notre-Dame
[Verantwoording]
Bibliothèque Nationale, Parijs
[Illustratieverantwoording op blz. 26]
Naar een oude gravure van de hand van H. Bricher