’Als de oceanen zouden sterven’
„Als de oceanen der aarde zouden sterven — dat wil zeggen, als het leven in de oceanen plotseling op de een of andere manier een eind zou nemen — zou dat zowel de laatste als de grootste catastrofe zijn in de woelige geschiedenis van de mens en de andere dieren en planten waarmee de mens deze planeet deelt.” Dat schreef Jacques Cousteau in het voorwoord bij Deel 1 van zijn boek The Ocean World of Jacques Cousteau.
Hij vervolgt het scenario aldus: „Zonder leven in de zeeën zou het kooldioxidegehalte van de atmosfeer een onverbiddelijke stijging gaan vertonen. Als dit CO2-gehalte een bepaald punt zou overschrijden, zou het ’broeikaseffect’ in werking treden: warmte die van de aarde naar de ruimte wordt uitgestraald, zou onder de stratosfeer gevangen blijven, waardoor de temperaturen aan het zeeoppervlak omhoog zouden schieten. Aan zowel de noord- als de zuidpool zouden de ijskappen smelten. De oceanen zouden in enkele jaren tijd misschien wel dertig meter stijgen. Alle grote steden op aarde zouden overstroomd raken. Om verdrinking te voorkomen, zou een derde van de wereldbevolking zich gedwongen zien naar heuvels en bergen te vluchten, heuvels en bergen die niet op deze mensen berekend zijn, niet in staat om voldoende voedsel voor hen te produceren.”
Vervolgens schildert Cousteau de macabere slotscène: „Opeengepakt op verscheidene hooglanden, snakkend naar voedsel, gegeseld door bizarre stormen en ziekten, met verscheurde gezinnen en een totaal ontwrichte samenleving, begint wat er nog van de mensheid over is last te krijgen van anoxie — zuurstofgebrek — veroorzaakt door het uitsterven van de planktonische algen en de achteruitgang van de plantengroei op het land. Opgesloten in de smalle strook tussen dode zeeën en dorre berghellingen hoest de mens zijn laatste ogenblikken weg in een onbeschrijflijke benauwdheid. Misschien dertig tot vijftig jaar nadat de oceaan is gestorven, haalt de laatste mens op aarde zelf voor de laatste maal adem. Het organisch leven op de planeet is teruggebracht tot bacteriën en een paar aaskevers.”
De mens kennende, zullen deze en soortgelijke waarschuwingen die thans weerklinken, echter in de wind geslagen worden en zullen op geld beluste mensen de ondergang tegemoet blijven snellen. Zoals Jehovah lang geleden zei: „Het staat niet aan een man die wandelt, zelfs maar zijn schrede te richten”, en Jehovah zelf zal tussenbeide moeten komen om degenen „die de aarde verderven” een halt toe te roepen. — Jeremia 10:23; Openbaring 11:18.